Museum pakt groot uit met prenten van formaat

Tentoonstelling: Prenten van formaat. T/m 19 juni in Atlas van Stolk, Het Schielandshuis, Korte Hoogstraat 31, Rotterdam. Di-za 10-17u, zo 13-17u.

Een thema is er eigenlijk niet. De samenstellers van de jubileumtentoonstelling 'Prenten van formaat' in museum Atlas Van Stolk wilden vooral gebruik maken van datgene wat in de voorgaande negenenveertig tentoonstellingen mondjesmaat beschikbaar was: ruimte. Het selectiecriterium van de zeventiende-eeuwse historieprenten die getoond worden is, zoals de titel al aangeeft, de grootte.

“Dit was een ideale gelegenheid om prenten te laten zien die we normaal gesproken nauwelijks kunnen tonen”, zegt conservator R. Deelen. “Zo kunnen we eens goed uitpakken en tonen wat we in huis hebben”. De 'Atlas' (een negentiende-eeuwse benaming voor prentencollectie) komt voort uit de verzamelwoede van de gefortuneerde houthandelaar Abraham van Stolk en zijn Rotterdamse nazaten. Toen de alsmaar uitdijende collectie in de loop van deze eeuw een 'last voor de familie' begon te worden, werd ze overgedragen aan de gemeente Rotterdam. Het fraaie, maar weinig praktische onderkomen in het voormalige raadhuis van Delfshaven werd in 1986 verruild voor het Schielandshuis.

Het Historisch Museum Rotterdam, dat hier eveneens gevestigd is, heeft tijdelijk twee zalen ontruimd, zodat de expositieruimte van Atlas Van Stolk verdrievoudigd is. Een vier meter lange prent van de begrafenisstoet van Johan Albrecht van Solms kan nu in volle omvang getoond worden. Naast dergelijke optochten zijn vooral zeeslagen en belegeringen op de tentoonstelling te zien. Het waren onderwerpen die tot de verbeelding van het zeventiende-eeuwse publiek spraken en door prentenmakers grootschalig werden aangepakt. Op een door Claes Jansz. Visscher gemaakte overzichtsprent van het beleg van Den Bosch werden, kort voor de voltooiing, nog de laatste ontwikkelingen en troepenverplaatsingen bijgewerkt. Te zien is hoe molens op paardekracht, zogenoemde rosmolens, werden ingeschakeld om het gebied rondom Den Bosch droog te malen. De eerste versie van deze prent werd nog vóór het beleg was afgelopen in omloop gebracht.

Visscher behoort tot de zeventiende-eeuwse drukkers en uitgevers die alert op 'actuele' historische gebeurtenissen reageerden. 'Oude' onderwerpen konden overigens ook lucratief zijn, al was het maar omdat de uitgever reeds bestaande platen kon gebruiken en weinig kosten had. Een gravure van Jacques de Gheyn uit 1603 waarop een door Simon Stevin ontwikkelde zeilwagen staat afgebeeld, werd een halve eeuw later nog eens door Visscher herdrukt.

Dat een groot deel van de tentoongestelde historieprenten uit de eerste decennia van de zeventiende eeuw stamt, is volgens Deelen geen toeval. “Het was propaganda. De Republiek bestond nog maar net en maakte moeilijke tijden door. Prenten van de overwinningen van Maurits en Frederik Hendrik versterkten het zelfbewustzijn.” Deelen wijst in dit verband ook op de uitdrukking dat gebeurtenissen in het geheugen 'ingeprent' kunnen worden.

Het verspreidingsgebied van prenten was groot. De opschriften werden veelal in verscheidene talen gedrukt. De interesse van een internationaal publiek blijkt ook wel uit de aanwezigheid van zeventiende-eeuwse Nederlandse prentenuitgevers op de Buchmesse van Frankfurt. Prenten werden als kunst gewaardeerd, maar functioneerden tegelijkertijd als informatie-medium en/of verzamelobject. In genreschilderijen is te zien hoe grote prenten (vooral landkaarten) de muren decoreren. Deelen veronderstelt dat ook in herbergen en - wat de grotere prenten betreft - overheidsgebouwen prenten aan de wanden moeten hebben gehangen.

De meeste prenten vermelden de naam van een persoon of instelling aan wie het werk was opgedragen. “Bij zo'n opdracht kon de graveur in de regel rekenen op een financiële beloning.” Soms probeerde de graveur op deze manier verschillende geldbronnen aan te boren. Lambrecht Cornelisz. droeg een kaart van de belegering van Zaltbommel op aan de Staten-Generaal, maar óók aan Prins Maurits en de stad Zaltbommel. Een poging van Floris Balthasar om munt te slaan uit een kaart die hij voor het Hoogheemraadschap Delfland gemaakt had (en waarvoor hij al betaald was) mislukte. Documenten van de Staten-Generaal maken duidelijk dat het verzoek werd 'afgeslagen'.