Kosto: drugs niet te weren uit de gevangenis

DEN HAAG, 12 APRIL. Verdovende middelen kunnen nooit volledig worden geweerd uit penitentiaire inrichtingen. Dat zei staatssecretaris Kosto (justitie) gisteren in de Tweede Kamer.

Directies zouden maatregelen moeten nemen die in strijd zijn met het Mensenrechtenverdrag van de Europese Unie om de gevangenissen drugsvrij te maken, aldus Kosto. Zo zouden gedetineerden alleen nog bezoek mogen ontvangen achter een glazen wand. Volgens Kosto zou met het volledig afsluiten van de gedetineerden van de buitenwereld een “onleefbare situatie” worden gecreëerd.

In Europa hebben gevangenen recht op fysiek contact met bezoekers. Pas als is gebleken dat de gedetineerde drugs heeft ontvangen kan de gevangenisdirectie de verdachte bezoeker bij een volgend bezoek de toegang ontzeggen. Een andere noodzakelijke maatregel zou het fouilleren van bewakers zijn. Dat kan volgens Kosto uitsluitend als er gegronde verdenking bestaat van medeplichtigheid aan de levering van verdovende middelen.

De Kamer gaat akkoord met het voorstel van de staatssecretaris in zijn nota Werkzame Detentie om het regime in gevangenissen strenger te maken en gedetineerden te verplichten tot een 26-urige werkweek. Alleen verslaafden, geestelijk gestoorden en gestraften die willen studeren ontkomen aan het werkende bestaan in de inrichting.

Minister Hirsch Ballin zei gisteren in Amsterdam dat in gevangenissen adequate geestelijke verzorging beschikbaar zal komen voor moslims en hindoes. De bewindsman wil hiertoe nog deze kabinetsperiode een wetsvoorstel bij de Kamer indienen. Hij zei dat op een symposium over de positie van moslims in penitentiaire inrichtingen.

Uit een onderzoek dat drie jaar geleden werd uitgevoerd blijkt dat er een een grote vraag bestaat naar geestelijke verzorging van moslims in de inrichtingen van Justitie. Jonge moslim gedetineerden in Nederland hebben volgens de minister behoefte aan individuele begeleiding, “terwijl imams van oudsher meer gericht zijn op de organisatie van een collectieve gebeds- of onderrichtbijeenkomst”.

Een ander probleem is dat imams vaak in nauwe relatie met het overheidsgezag staan. Dat komt de verstandhouding met de gedetineerden niet ten goede, zei Hirsch Ballin, die moslimorganisaties opriep zich de geestelijke verzorging in gevangenissen aan te trekken. Tot nu toe bestaan daar nog nauwelijks voorzieningen voor. De minister verwees wel naar een experiment in Rotterdam dat wordt uitgevoerd door de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rotterdam (SPIOR), waar met enige regelmaat geestelijke verzorging voor moslim gevangenen wordt aangeboden.