Kok: 'sociale norm' voor langdurige werkloosheid

DEN HAAG, 12 APRIL. De langdurige werkloosheid moet in de komende kabinetsperiode worden teruggebracht van drie naar twee procent van de beroepsbevolking. Die “sociale norm” formuleerde PvdA-lijstaanvoerder Kok gisteren in een bijeenkomst op de Katholieke Universiteit Brabant (KUB) in Tilburg.

Volgens Kok heeft de overheid een bijzondere taak bij het terugdringen van de langdurige werkloosheid, maar het creeren van banen en het nemen van stevige maatregelen kan niet zonder afspraken te maken met werkgevers en werknemers, zo onderstreepte hij. Op dit moment bedraagt de langdurige werkloosheid _ mensen die langer dan een jaar werkloos zijn _ drie procent van de beroepsbevolking, de mensen tussen de 15 en 65 jaar.

“Iedere werkloze is er een te veel, maar langdurige werkloosheid is een ramp”, zei Kok. Langdurige werkloosheid bergt volgens hem het gevaar in zich van een tweedeling in de samenleving. De PvdA-leider wil de langdurige werkloosheid met dezelfde hardnekkigheid aanpakken als het terugdringen van het financieringstekort van het rijk. “We moeten ons stapsgewijs een norm opleggen. Jaar in jaar uit daaraan werken en niet rusten tot we echt zichtbaar op weg zijn naar het verslaan van de langdurige werkloosheid. Om te beginnen terug tot onder de 2 procent”, aldus de PvdA-lijsttrekker.

Wat de rol van de overheid betreft, wees hij op de invoering van het Jeugd Werk Garantieplan, waarmee jongeren die langdurig werkloos zijn, worden geholpen aan een tijdelijke baan bij de overheid. Dit instrument moet de komende periode beter worden benut, vindt Kok.

“Niet iedereen werkt mee. Dat kunnen we in de komende periode niet toestaan”, zei de vice-premier. Hij doelde kennelijk op recente klachten van gemeenten die belast zijn met de uitvoering van het Jeugd Werk Garantieplan, dat de rijksoverheid zelf nauwelijks bereid is jongeren bij ministeries te plaatsen.