IRT

In het 'IRT-debat' is niet naar voren gekomen wat de wettelijke grondslag is voor de ministeriële verantwoordelijk voor het optreden van het openbaar ministerie. De grondslag is te vinden in artikel 5 van de Wet op de rechterlijke organisatie:

“De ambtenaren van het openbaar ministerie zijn verplicht de bevelen na te komen, welke hun in hun ambtsbetrekking door de daartoe bevoegde macht, vanwege de Koning, zullen worden gegeven.”

Naast de uitwerking in artikel 53 van Reglement I - waarin de procureur-generaal bij de Hoge Raad bevoegd wordt verklaard 'bevelen' te geven aan de procureurs-generaal bij de gerechtshoven en de hoofdofficieren van justitie -, blijkt uit genoemd artikel 5 de ondergeschiktheid van het openbaar ministerie aan de regering, dit in tegenstelling tot de onafhankelijke zittende magistratuur.

Het spiegelbeeld van die gezagsverhouding is uiteraard, dat de regering - de minister van justitie - verantwoordelijk is voor het optreden van het openbaar ministerie. De bijzondere positie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad, die evenals de rechters voor het leven wordt benoemd, kan hier buiten beschouwing blijven.

De trouvaille van minister Hirsch Ballin, dat het openbaar ministerie geen 'buitendienst' van Justitie is, kan natuurlijk niet afdoen aan zijn verantwoordelijkheid voor het optreden van het openbaar minsterie, belast met de opsporing en vervolging van strafbare feiten.

    • A.H. Trijbits