Glimmend feest in Marrakesj bij afronding Gatt-akkoord

ROTTERDAM, 12 APRIL. De vierdaagse bijeenkomst van de handelsministers uit 121 landen die vandaag in Marrakesj begint, wordt een glimmend feest. Na zeven jaar van zwaar onderhandelen over een vrijere wereldhandel in het kader van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) is er eindelijk tijd voor enig uiterlijk vertoon. De glazen kunnen worden geheven, wanneer iedereen aanstaande vrijdag zijn handtekening zet onder het in december bereikte GATT-akkoord. Honderden Marokkaanse werklieden - schilders, stratenmakers, tuinlieden - hebben Marrakesj de afgelopen dagen weer het eeuwenoude zachte rood-rose aanzicht gegeven.

Vorige week zag het er even naar uit dat de harmonie zou worden verstoord door de Amerikaanse eis, gesteund door Frankrijk, arbeidsnormen op de wereldhandelsagenda voor de komende jaren te zetten. Tot ergernis van de lage-lonenlanden, die de rijke wereld ervan verdenken hun eigen industrie te willen bevoordelen door 'blauwe-boorden-protectie'. Diplomaten hadden er overigens nooit aan getwijfeld dat een compromisformule zou worden gevonden. Wie zou immers het feest van Marrakesj willen verstoren?

Volgens de toverformule van GATT-topman Peter Sutherland, die zich in december ook al met zijn diplomatieke lenigheid onderscheidde, zal de door de VS bepleite 'sociale dimensie' niet worden opgenomen in de gemeenschappelijke ministersverklaring van Marrakesj. Maar de voorzitter van de conferentie, de Uruguyaanse handelsminister, zal het onderwerp in zijn redevoering wel aansnijden. Dit betekent dat de kwestie in een later stadium toch op de agenda kan komen van de nieuwe Wereld Handelsorganisatie (WTO). Deze zal, afhankelijk van het tempo waarin de parlementen het wereldhandelsakkoord ratificeren, mogelijk al vanaf 1 januari 1995 de GATT zal vervangen.

Internationale handel is sinds het eind van de Koude Oorlog meer dan ooit synoniem met harde buitenlandse en ook binnenlandse politiek. De 'arbeidskwestie' was van dit laatste een duidelijke illustratie. Volgens diplomaten bij de GATT had de Amerikaanse regering enigerlei concessie nodig om vakbeweging en Congres gunstig te stemmen na de zo moeizame aanvaarding van het Noordamerikaanse Vrijhandelsakkoord (NAFTA). Het Congres moet immers het GATT-akkoord nog ratificeren. In een land als India gingen vorige week nog tienduizenden mensen te straat op om tegen het GATT-akkoord te protesteren. Handelsbetrekkingen zijn inmiddels een publieke zaak.

De ogenschijnlijke harmonie in Marrakesj kan dan ook onmogelijk de spanningen verhullen tussen de verschillende handelspartners. De VS en Japan zijn in hun handelsconflict ondanks topoverleg nog nauwelijks tot elkaar gekomen. En het conflict tussen Washington en Brussel over liberalisering van de markt voor audiovisuele produkten legt ook een hypotheek op de betrekkingen.

Hoe gevoelig handelsrelaties liggen werd de afgelopen weken in Geneve andermaal duidelijk, toen het ging om de verificatie van concessies die in december door de GATT-deelnemerswaren gedaan inzake importtarieven. Washington trok enkele voorwaardelijke concessies weer in, omdat Japan onvoldoende over de brug kwam. Zo zullen de importtarieven voor vrachtwagens en non-ferrometalen niet met een kwart maar slechts met vijftien procent dalen. Daarop trok ook de Europese Unie schielijk enkele voorwaardelijke aanbiedingen in. Zuid-Korea presteerde het zelfs eerder gedane onvoorwaardelijke toezeggingen in te trekken onder het mom dat ze “verkeerd waren begrepen”, maar kwam daar na scherpe protesten weer op terug. Het uiteindelijke resultaat van de tariefsverlagingen voor de duizenden goederen mag er overigens zijn: de doelstelling van 33 procent blijkt ruimschoots gehaald.

Nu niets de ondertekening van het wereldhandelsakkoord nog in de weg staat en ratificatie door de parlementen van de GATT-landen ook niet meer op grote problemen lijkt te stuiten richt de aandacht zich op het werk van de toekomstige WTO. Een belangrijke doorbraak werd de afgelopen weken in Geneve bereikt over handel en milieu. Moeten milieu-onvriendelijke produktiemethoden als verkapte subsidies worden beschouwd, waartegen handelsbeperkende maatregelen mogen worden genomen? Een gevoelig onderwerp, zeker in de relatie noord-zuid. Een volwaardig Comité voor Handel en Milieu zal zich erover buigen, zodra de WTO van start gaat. Het onderwerp krijgt hiermee voor het eerst politiek gewicht op het internationale handelsforum. Vooruitlopend op de WTO zal in GATT-verband al aan de studie over handel en milieu worden gewerkt, waarbij de doelstellingen van de milieuconferentie in Rio over duurzame ontwikkeling een centrale plaats innemen.

Achter de coulissen zijn ook al discussies gaande over onderwerpen als handel en bescherming tegen kartels, schommelingen in wisselkoersverhoudingen (die de concurrentie kunnen verstoren) en mensenrechten. Daarnaast zijn belangrijke zaken als financiële diensten en zeescheepvaart blijven liggen.

Nu de importtarieven door de achtereenvolgende GATT-rondes sinds 1947 grotendeels zijn afgebroken, zal de aandacht zich concentreren op al deze zeer gevoelige kwesties. En dat op een moment dat de gevestigde industrielanden worden geconfronteerd met een verschuiving van het economische zwaartepunt in de wereld naar Azië, en Oost-Europa zich definitief tot de vrije markt heeft bekeerd, terwijl ook door de stijgende binnenlandse werkloosheid de neiging tot protectie kan toenemen.

Iedereen is het er dan ook over eens dat naast vergroting van de markttoegang in vrijwel alle denkbare economische sectoren - voor het eerst landbouw, textiel en diensten - de nieuwe bindende regels voor multilaterale geschillenbeslechting het grootste winstpunt zijn. Door procedures te binden aan strikte tijdslimieten en een breed scala van vergeldingsmaatregelen kunnen oneerlijke handelspraktijken in de kiem worden gesmoord. Ook de economisch zwakkere landen hebben daar voordeel bij. Het gevreesde Amerikaanse handelswapen 'Super 301' is straks aanzienlijk minder scherp. Ook de VS kunnen tevreden zijn, want zij hebben altijd op snelle geschillenprocedures aangedrongen.

De oprichting van de WTO betekent het einde van de handelsrondes. De Uruguay-ronde, die de wereldeconomie volgens een voorspelling van de OESO jaarlijks 235 miljard dollar aan extra inkomen oplevert, is de laatste geweest. Daarvoor in de plaats komen tweejaarlijkse ministersconferenties. Het ziet er echter bepaald niet naar uit dat de handelsdiplomaten het wat rustiger aan kunnen gaan doen.

    • Hans Buddingh'