De Revisor omhelst nu de realiteit

De Revisor, 1994/1. Querido, 109 blz.ƒ18

De Revisor viert zijn 21ste verjaardag in een mooi nieuw jasje. Tessa van der Waals ontwierp een fraai klaar uiterlijk, groter en ruimer van opzet dan het oude. Het blad oogt nu alvast minder saai.

Dirk Ayelt Kooiman, Chistien Kok en Jan Kuijper stapten uit de redactie en in de redactieraad, waar ook A.F.Th. van der Heijden en M. Februari zitting in hebben. Nieuwe redakteuren naast Maria van Daalen zijn Jacob Groot en Kees 't Hart. Zij schreven een programmatische 'Verantwoording': “We kunnen zeggen: tussen ethiek en esthetiek een gebied ontginnen van betrokkenheden, standpunten, terugblikken, perspectieven. De nadruk op onze positie nu. Wij nu: ingebed in een naoorlogse geschiedenis, waarbinnen de literatuur ook een geweten moet zijn, van zintuiglijkheid doordrongen. Dit is een credo of uitgangspunt, hopen wij.”

De Revisor ruimt een plaatsje in voor de werkelijkheid, bewust afstand nemend van de eerste 21 jaar van 'gestileerde verbeelding', die niet meer past bij de cultuur van vandaag, die 'cavalcade van werkelijkheidsvisies'.

Misschien typerend voor de herziene lijn van de nieuwe Revisor zijn de onopgesmukte portretten van niet erg mooie mannen en vrouwen die Koos Breukel in dit nummer paginagroot publiceert. Zoals dat hoort bevat dit nummer, waarin een koerswijziging wordt aangekondigd, werk van alle redakteuren en van twee redaktieraadsleden, Kuijper en Van der Heijden. De laatste, ongetwijfeld een publiekstrekker, zal in De Revisor voortaan voorpublikaties plaatsen van zijn veeldelige roman-in-wording 'De tandeloze tijd'. Ditmaal het slothoofdstuk van Asbestemming. 'Een requiem', het binnenkort te verschijnen nieuwe boek van Van der Heijden over zijn vader dat geen deel uitmaakt van de romancyclus maar er als 'satellietroman' mee verbonden wordt verklaard. 'De glazen guillotine' is weer beresterk proza; eigenlijk is het een beetje gemeen van De Revisor om van die tantaliserende fragmenten te presenteren.

David St.Maur opent dit nummer met een gruwelijk verhaal over een oude dame, haar twee verdwenen katten, haar huishoudelijke hulp en haar doortastend-zakelijke dochter, waarin de kern van het menselijk bestaan onverbiddelijk wordt blootgelegd: wij zijn de allereenzaamste diersoort van dewereld.

Redacteur Kees 't Hart is prominent aanwezig met een vreemd opzwepend lang gedicht 'Camden' (23 blz) over een pelgrimage naar het sterfhuis van de Amerikaanse dichter Walt Whitman, die een eeuw geleden overleed. “Ik lijd aan een ziekte van wat ogen / en een mond niet langer kunnen lezen / ik lijd aan zintuigelijk tekort ik lees / niet om te sterven ik lees uit vergetelheid / en beeldverlangen dat op straat verschijnt. / In 1991 kocht ik in Amsterdam Leaves of Grass / van Whitman ik las als Saura Pavese en Barthes / ik las vermoedelijk als Kees 't Hart / ik las om Whitman eindelijk te vergeten / ik werd herinnering en beelden tegelijk / ik las Walt Whitman en begon te kijken / als iemand die vergeten was met kijken”.

Elders reageert Kees 't Hart heftig op de tv-uitzendig 'Hotel Atonaal' over de Vijftigers. Plaatsvervangende schaamte en medelijden voelde 't Hart in zich opwellen: “Het gelijk achteraf in volle ernst uitgeserveerd, doodsbang verkeerd te zijn geweest, zich verschuilend, angstig, rancuneus, geen woord te veel, geen woord verkeerd. En hadden we gelijk of hadden we gelijk? Kerels waren we en we werden mannetjes, met de wind mee gewaaid en de wind is blijven waaien en het werd een lekkere warme wind, een mandarijnenwind (-)”.

De herziene Revisor ziet er werkelijk uitermate veelbelovend uit.

    • Margot Engelen