Brinkman belooft snel opheldering over bedrijf

DEN HAAG, 12 APRIL. CDA-lijsttrekker Brinkman wil “dezer dagen” duidelijkheid verschaffen over zijn omstreden rol als commissaris bij de beheersmaatschappij Arscop BV.

Brinkman zei dat gisteren bij het begin van de CDA-campagne voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Arscop BV beheert de financiën van de firma Hevatex waar belastingfraude zou zijn gepleegd.

“Ik ben bezig de papieren die ik voor een deel zelf heb en die voor een deel niet beschikbaar zijn - en die dus bij het openbaar ministerie moeten worden opgevraagd - te laten zien waaruit zal blijken dat ik mij goed georiënteerd heb”, aldus Brinkman, die herhaalde dat “het openbaar ministerie heeft gezegd dat mij niets valt te verwijten”.

Het onderzoek van justitie richt zich volgens mr. E. Vilé slechts tegen één verdachte, Arscop-directeur A.V, een aangetrouwde oom van Brinkman. Vilé is advocaat van V., die er volgens hem van wordt verdacht als privé-persoon de belastingen te hebben ontdoken en de jaarstukken van zijn bedrijf Hevatex te hebben vervalst. Vilé onderstreept dat het onderzoek zich niet uitstrekt tot de onderneming Arscop, waarvan A.V. alleen-aandeelhouder is.

Bij het aantreden van Brinkman als commissaris van Arscop in 1992 was die beheersmaatschappij volgens Vilé “zo doorzichtig” dat geen onrechtmatigheid voor hem verborgen kon blijven. “Er was en is absolute helderheid over de financiën van Arscop.”

Vilé heeft vanochtend opening van zaken gegeven over een eerdere belastingaffaire van A.V. Deze trof in 1985 een regeling met de fiscus voor de betaling van 100.000 gulden boete wegens het beheren van zwart geld. Volgens Vilé hebben de commissarissen van zijn bedrijf Hevatex er destijds, toen zij dat bemerkten, op aangedrongen dat hij aangifte zou doen bij de belastingen, wat hij uiteindelijk gedaan heeft.

De afdelingsvoorzitters van de KRO hebben inmiddels gezegd opheldering te willen over het programma Reporter, waarin de betrokkenheid van Brinkman bij Arscop werd uiteengezet. “Er bestaan grote twijfels over de goede bedoelingen van de programmamakers”, aldus de voorzitter van de KRO-afdeling Breda, J. van Leeuwen. Hij noemt de “suggestieve manier” waarop de reportage is gemaakt “niet des KRO's”.

Vrijdag zal een gesprek plaatsvinden tussen de programma-makers en Braks, volgens de woordvoerder van Braks op uitnodiging van Ton Verlind, hoofd informatieve televisie van de KRO. Verlind was vandaag niet bereikbaar voor commentaar omdat hij en alle andere KRO-medewerkers zwijgplicht hebben gekregen van de directie. Gisteren noemde Verlind de dubbele functie van Braks - die behalve voorzitter van de KRO ook voorzitter was van de programmacommissie van het CDA - “nogal ingewikkeld”.

De KRO heeft 694 overwegend negatieve telefoontjes gehad over de uitzending. Naar aanleiding van het programma zegden 276 hun lidmaatschap op, veertig nieuwe leden meldden zich aan. De uitzending bereikte een kijkdichtheid van 6,5 procent, de gemiddelde kijkdichtheid van Reporter is 4,5 procent.

Uit een representatieve steekproef van het onderzoeksbureau IMBO onder 350 Nederlanders blijkt dat 71 procent vindt dat Brinkman moet aanblijven. Veertien procent vindt dat hij moet vertrekken. Onder toekomstige CDA-stemmers zegt 85 procent vertrouwen in hem te houden. Een meerderheid, 54 procent van de ondervraagden, denkt dat er opzet is bij justitie of de KRO om het CDA in een kwaad daglicht te stellen. Onder toekomstige CDA-stemmers vermoedt 72 procent kwade opzet achter het programma.