Bij Lijnco waren geen geheimen

GRONINGEN, 12 APRIL. Trots waren ze, de werknemers van Lijnco in Groningen. Ze liepen in 1980 met hun borst vooruit toen de drukkerij het grootste bedrijf van de Martinistad werd, tabaksfabriek Niemeijer voorbijstrevend. Het bedrijf had in 30 jaar tijd een spectaculaire groei doorgemaakt. Werkten er midden jaren vijftig 20 mensen, midden jaren tachtig waren dat er 740. Van de 500.000 ton tabulleerpapier (zebraformulieren) die er jaarlijks in Europa werd gedrukt, kwam 10 procent uit Groningen. Ter vergelijking: nu is dat nog 10.000 ton. Tot midden jaren tachtig kende Lijnco louter successen.

De Groningse drukkerij werd midden jaren zeventig marktleider op het gebied van bedrukte kettingformulieren voor de toen in opmars zijnde automatisering. Het bezat de modernste persen en vakkundig personeel. Veertig procent van de produktie werd geëxporteerd. Nieuwe ontwikkelingen werden op de voet gevolgd. Zo was Lijnco één van de eerste drukkerijen die barcodes op formulieren ging drukken. De Groninger mentaliteit - “geen flauwekul, samen de schouders eronder”, zoals een oud-werknemer schetst - droeg bij aan de hoge vlucht die de onderneming maakte. Geheimen waren er niet. Iedereen wist bijvoorbeeld wat een ander verdiende en de baas kon een werknemer soms uitfoeteren, maar daarna weer gezellig een biertje drinken. “Toewijding en inzet waren voor ons het belangrijkste. De klant was koning. De directeur ging 's avonds rustig nog even naar Amsterdam om twee doosjes met formulieren af te geven bij een klant.” De afnemers van de voorgedrukte formulieren waren de ministeries, de grote verzekeringsmaatschappijen en banken. In 1985, toen de drukkerij een halve eeuw bestond, kreeg het de Koning Willem I plaquette: er werd geëxporteerd naar 40 landen.

Eind jaren tachtig ging het mis. Vier directeuren wisten het bedrijf niet meer op de rails te brengen. Ir. T. Herrema, oud-AKZO-topman, voerde een reorganisatie door. “Terug naar de kernacitiveit”, luidde zijn parool. De produktie van karbonpapier, zelfkopiërend papier en de fabricage van de plastic kaartjes-credit cards - ooit stuk voor stuk goudmijntjes - werden afgestoten. Er werden onder Herrema 50 arbeidsplaatsen geschrapt. Zijn opvolger was ir. G.E. de Jong, die deze week vertrok en werd opgevolgd door interim-manager J. Leer van BCG. Voormalige stafleden wijten de teloorgang van de eens zo succesvolle drukkerij aan De Jongs gebrek aan visie en de geringe openheid over resultaten. “De functionarissen die hij om zich heen verzamelde hadden nog nooit een kettingformulier gezien”, vertelt één van hen. “Maar het grootste manco is dat hij de degelijkheid die er in het bedrijf heerste uitroeide. Hij heeft de ziel uit de onderneming gehaald.” De Jong zou niet hebben geweten wat de markt vroeg. Zo had hij geen oog voor het belang van geautomatiseerde persen, stelt een oud-werknemer. Een radeloos staflid bestelde uiteindelijk op eigen houtje een geavanceerde pers in de VS. Doordat die twee keer zo snel draaide als de oude, daalde de kostprijs met 2,50 gulden per 1000 formulieren. “We hebben steeds aangedrongen op modernisering, op specialisatie, zoals bijvoorbeeld kleurendruk op formulieren, allemaal tevergeefs”.

De overheadkosten zouden onder de laatste directeur de pan zijn uitgerezen en door de aanstelling van tientallen vertegenwoordigers zou het directe contact tussen klant en werkvloer verdwenen zijn. “Vroeger werd ik direct door een klant uitgescholden als er iets niet klopte. We gingen ter plekke kijken en de zaak in orde maken.” De bedrijfscultuur veranderde: de openheid verdween. Gecommuniceerd werd er nauwelijks. De managers waren zelden in de drukkerij te zien, zo weten insiders. In plaats daarvan werd er vergaderd en vergaderd. Terwijl de concurrenten, de kleine drukkerijen, een stapje harder liepen om orders binnen te halen, rustte Lijnco op zijn lauweren, zo stelt R. Laenen van Druk en Papier. “Vergelijk het met de DAF-mentaliteit: wij zijn de grootste en de beste en niemand kan ons wat maken.” Het was in die tijd voor een klant een hele toer om een order geplaatst te krijgen, stelt een oud-werknemer. Na sluitingstijd werden er geen doosjes formulieren meer weggebracht. De orders gingen via de orderafdeling, wat meer tijd vergde. De snel veranderende vraag van de markt- de opkomst van computerpapier - zette binnen enkele jaren in, maar Lijnco zag die ommezwaai te laat. Het management althans, zo stellen de Ondernemingsraad en de bonden. “Ik heb jaren geleden al voorspeld dat Lijnco 1995 niet zou halen”, zegt een oud-werknemer, die meer dan 28 jaar in dienst was van de drukkerij. “Vandaag ga ik ook een beetje dood. Dit is een drama. Je levenswerk stort in. En wat het ergste is: het was helemaal niet nodig geweest.” Hij kreeg vanmorgen huilende werknemers aan de telefoon. “Dat straks de naam Lijnco van de gevel verdwijnt is niet te verteren. Maar met goede kerels is er nog wat van te maken. Er zit nog steeds enorm veel kennis en ervaring in het bedrijf.”

    • Karin de Mik