‘De instanties zeiden: haal je maar niets in je hoofd’

De praktijk Probeer het als burger maar eens op te nemen tegen het UWV, Jeugdzorg of de woningcorporatie. Het lukte Michel Bloem, Lara Sips en Edwin van der Meulen. Maar wel met gesubsidieerde bijstand van een advocaat.

Michel Bloem dreigde door de woningcorporatie op straat te worden gezet: „Ik had geen samenlevingscontract met m’n moeder, wist ik veel dat dat moest!”
Michel Bloem dreigde door de woningcorporatie op straat te worden gezet: „Ik had geen samenlevingscontract met m’n moeder, wist ik veel dat dat moest!” Foto Olivier Middendorp

Bij het juridisch loket melden zich mensen met allerlei problemen. Sommigen willen het opnemen tegen hun huurbaas, anderen bijvoorbeeld tegen een overheidsinstantie. Als hun inkomen onder de 27.300 euro ligt, komen ze in aanmerking voor een door de overheid betaalde advocaat. Ze moeten dan nog een kleine eigen bijdrage betalen, soms neemt de gemeente dat op zich.

Michel Bloem (47): „Ik had geen samenlevingscontract met m’n moeder, wist ik veel dat dat moest!”, zegt hij, nog steeds verontwaardigd. Bloem verhuisde in 2011 terug uit Spanje om voor zijn zieke moeder te zorgen. Zij woonde in Amstelveen, Bloem trok bij haar in. Toen Bloems moeder in 2016 overleed, dreigde de woningcorporatie hem op straat te zetten zonder vervangende woonruimte aan te bieden.

Ook Lara Sips (36) kwam bij het juridisch loket terecht. Zij was in een strijd verwikkeld met de „stugge gezinsvoogd van Jeugdzorg”, vertelt ze, en de voogd leek aan de winnende hand. Sips’ kinderen van destijds 3 en 6 jaar oud waren uit huis geplaatst toen zij na de geboorte van haar tweede kind een postnatale depressie kreeg, scheidde van haar man en vervolgens „afgleed in het verkeerde milieu”. Vanwege haar drugsgebruik werden haar kinderen ondergebracht in twee gereformeerde pleeggezinnen in Zeeland, waar ze bleven toen Sips was afgekickt. „De instanties zeiden: haal je maar niets in je hoofd, je bent niet stabiel genoeg. Terwijl ik alles deed wat ze van me verwachtten: ik ging naar therapie, slikte medicatie.”

Kansloze gevallen

Edwin van der Meulen (52) had nog nooit van het juridisch loket gehoord toen de rekeningen van het CAK op de mat begonnen te vallen. Zijn dochter Amber (19) zit in een instelling vanwege haar lichte verstandelijke beperking, en het CAK deed waartoe het op aarde is: eigen bijdragen innen voor de Wmo. Alleen: Amber hoefde die bijdrage niet te betalen, want ze had geen inkomen. Het UWV wilde haar geen Wajonguitkering geven omdat Amber nog „arbeidsvermogen zou kunnen opbouwen”, vertelt Edwin van der Meulen. Maar het CAK, ondertussen, dacht dat Amber wél recht had op die uitkering; vandaar die rekeningen. Wel „negen of tien keer” tekende hij bezwaar aan, zegt Van der Meulen.

Inmiddels mag Michel Bloem in zijn huis blijven, woont Lara Sips’ zoontje weer bij haar, en krijgt Amber van der Meulen een Wajonguitkering. Karin van Lotringen, Bloems advocaat, toonde met uitgebreide documentatie aan dat hij en zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding hadden. Sips’ advocaat Reinier Feiner probeerde er eerst met Jeugdzorg uit te komen; toen dit niet lukte wist hij bij de kinderrechter voor elkaar te krijgen dat haar zoon weer in huis kwam en dat zij een omgangsregeling kreeg met haar dochter. In Amber van der Meulens geval bleek dat het UWV niet zorgvuldig had gehandeld; ze kreeg alsnog haar uitkering.

Lees ook: Rechtshulp? Het mag vooral niet méér kosten

In alle drie de gevallen stond het succes niet in de sterren geschreven, zeggen de advocaten. Bijna nooit mogen kinderen na het overlijden van hun ouders in het huis blijven; ouders met verslavingsproblematiek worden vaak als kansloze gevallen gezien; in Wajongzaken is de kans op succes klein.

Dubbele pet

Juist dit is waarover de advocaten zich nu zorgen maken. „Je kunt niet altijd van tevoren vaststellen hoe iets afloopt”, zegt Mark Hüsen, Amber van der Meulens advocaat. Voor zo’n inschatting is ten minste specialistische kennis nodig en tijd om het dossier te bestuderen.

In het systeem zoals Dekker dat nu voorstelt, moeten ‘poortwachters’ bepalen of mensen recht hebben op een advocaat, maar Hüsen vraagt zich af of die dat net zo goed kunnen als specialistische advocaten. „De minister geeft kostenbeheersing als een van de redenen voor zijn plannen, dus de kans is groot dat die poortwachters jongere mensen zullen zijn met minder ervaring en minder tijd.”

Lees ook dit stuk over bezuinigingen op de rechtsbijstand: Gesubsidieerde rechtsbijstand? Onbetaald, zal je bedoelen

Ook Karin van Lotringen denkt er zo over. „Wij zijn bang dat er sneller tegen mensen gezegd wordt: dit heeft geen zin, u krijgt geen advocaat.” Dat had ook het lot van haar cliënt Michel Bloem kunnen zijn.

En dat van Lara Sips. Haar advocaat Reinier Feiner vreest dat mensen zoals zij in het nieuwe systeem zullen „worden weggehouden bij een advocaat”. „De poortwachter is in zo’n geval het wijkteam, dat eerst zal kijken of de cliënt er met Jeugdzorg kan uitkomen. Maar dat wijkteam werkt samen met Jeugdzorg, en die dubbele pet maakt het uit huis plaatsen en houden van kinderen makkelijker.” Er is in zo’n geval geen tegenmacht van een gespecialiseerde advocaat die beter kan inschatten of een zaak inderdaad kansloos is, zegt Feiner. „Het aantal rechtszaken zal afnemen en het aantal uit huis geplaatste kinderen zal toenemen.”

Het is trouwens niet zo, benadrukt Mark Hüsen, dat advocaten „lukraak procederen”. „Als een zaak volstrekt kansloos is, dan zeg ik dat. Ik ben ook een poortwachter, en ik verkoop best vaak nee.”

    • Floor Rusman