Westen bijna slachtoffer van eigen wensdroom over vrede

De NAVO-luchtactie in Gorazde heeft de internationale gemeenschap gisteravond op de valreep gered van verder gezichtsverlies in de Bosnië-crisis: enkele uren voordat Gorazde - een van de zes door de VN gegarandeerde 'veilige gebieden' - in handen van de Bosnische Serviërs zou vallen, ondernam de internationale gemeenschap alsnog actie en werd het Servische offensief tot staan gebracht. Het was het sluitstuk van een week die bol stond van de tegenstrijdige, sussende en bagatelliserende beweringen, van wishful thinking en van pogingen het Servische offensief als storend element zoveel mogelijk te verdonkeremanen.

Sinds het begin van het Servische offensief tegen Gorazde op 30 maart hebben de VS, de VN, de NAVO en de internationale gemeenschap op grote schaal besluiteloosheid gedemonstreerd. De afgelopen twee maanden, sinds het NAVO-ultimatum in Sarajevo, hebben de ontwikkelingen in Bosnië in het teken van vrede en overleg gestaan. De moslims en de Kroaten zijn het eens geworden en hebben de strijdbijl begraven en zelfs een federatie gesticht. De onderhandelaars, de Rus Vitali Tsjoerkin en de Amerikaan Charles Redman, hebben zelfs de Kroaten en de Kroatische Serviërs tot een bestand overreed. Nu was het wachten op een dialoog met de Bosnische Serviërs. Kortom: de strijd in Bosnië was zich eindelijk gaan verplaatsen van het slagveld naar de onderhandelingstafel.

In dat licht was het Servische offensief tegen Gorazde een hoogst pijnlijke en onwelkome factor. De animo om het offensief met dezelfde daadkracht aan te pakken als eerder het optreden van de Serviërs bij Sarajevo en Tuzla was dan ook lang ver te zoeken.

Hoezeer het Westen zijn aandacht in een andere richting had verlegd, bleek vorige week uit de onenigheid binnen de VN-vredesmacht UNPROFOR. VN-waarnemers in Gorazde hekelden hun eigen hoofdkwartier in Bosnië dat hun alarmerende berichten over Gorazde zou bagatelliseren.

Volgens het hoofd van UNPROFOR in Bosnië, generaal Rose, moest geen overdreven betekenis worden toegekend aan de meldingen van zijn waarnemers dat de moslim-stellingen op het punt stonden te bezwijken en dat de stad blootstond aan hevige beschietingen. De Servische aanvallen waren in zijn ogen slechts een “overtrokken reactie” op een moslim-offensief elders in Bosnië. Hij zei van de Bosnische Servische bevelhebber Milovanovic de garantie gekregen te hebben dat de Serviërs geen pogingen zouden doen om Gorazde in te nemen.

De Amerikaanse minister van defensie, William Perry, getuigde vorige week zondag in een televisie-uitzending al even openlijk van geringe bereidheid om bij Gorazde op te treden tegen de Bosnische Serviërs. Op een vraag of Washington Gorazde in handen van de Bosnische Serviërs zou laten vallen, antwoordde Perry: “We zullen niet meedoen aan de oorlog om dat te voorkomen. Dat is correct, ja.” Een dag later voegde de Amerikaanse stafchef John Shalikashvili hier op een persconferentie in het Pentagon aan toe: “Op dit moment is ons oordeel dat de omstandigheden in het Gorazde het gebruik van luchtaanvallen niet toestaan.”

Het waren uitspraken die kwaad bloed zetten in het Witte Huis en op het State Department. Daar leeft de opvatting dat het Westen niet alleen met diplomatie maar ook via dreiging met geweld het vredesproces in Bosnië tot een goed einde kan brengen. Met gebruik van geweld of een dreiging daarmee kunnen de Serviërs immers onder druk worden gehouden. In het Pentagon daarentegen domineert al vanaf het begin van de Bosnië-crisis de angst voor een onbekend militair avontuur op de Balkan.

Op donderdag liet president Clinton zijn veiligheidsadviseur Anthony Lake de uitlatingen van Perry en Shalikashvili openlijk bijsturen. “Laat mij duidelijk zijn: de president noch enige van zijn hogere adviseurs sluit het gebruik van de luchtaanvallen uit om de aanvallen zoals die op Gorazde te helpen beëindigen”, zei Lake in een toespraak in Baltimore. Perry en Shalikashvili haastten zich vervolgens om te onderstrepen dat zij de uitlatingen van Lake “enthousiast ondersteunen”, om daarmee de zigzag-koers en meningsverschillen in de Amerikaanse regering weg te masseren.

Volgens waarnemers en critici echter was het kwaad al geschied doordat de Bosnische Serviërs de Amerikaanse houding konden opvatten als een vrijbrief om Gorazde in te nemen. De Republikeinse leider Bob Dole noemde het standpunt van Washington een “groen licht” voor de Serviërs.

Generaal Rose, onder toenemende druk om de situatie rond Gorazde te verhelderen, maakte bekend ter plekke zelf poolshoogte te zullen nemen. Op weg naar Gorazde werd hij woensdag echter “om veiligheidsredenen” tegengehouden in het Servische hoofdkwartier te Pale. De Serviërs lieten slechts drie extra VN-waarnemers en acht soldaten van een verbindingseenheid door.

Gisteren raakte het Servische offensief in een versnelling met de verovering van de heuvel Gradina, van waaruit Gorazde geheel kan worden overzien. Met vuursteun vanaf de hooggelegen posities zetten de Serviërs hun aanval op Gorazde voort tot in de zuidelijke buitenwijken.

Rose was op dat ogenblik onderweg naar Brussel, naar wordt aangenomen om te spreken over een vredesregeling. Volgens de BBC werd hij in Split teruggeroepen door generaal Bernard de Lapresle - commandant van de VN-troepen in geheel Joegoslavië - en kreeg de opdracht naar Sarajevo terug te keren, waar hij door Lapresle en VN-afgezant Akashi zou zijn gedwongen formeel om een ingrijpen van de NAVO te vragen.

De internationale gemeenschap lijkt bijna het slachtoffer van haar eigen wensdromen te zijn geworden en zich bij al het gepraat over een definitieve vredesregeling nog altijd niet te hebben gerealiseerd dat de Bosnische Serviërs er zo hun eigen agenda op na houden.

    • Buitenland