Televisiejournalistiek verdient zijn eigen analyse

Reportages als de afgelopen vrijdag uitgezonden aflevering van Reporter over het omstreden commissariaat van Brinkman roepen de vraag op waar de grenzen van de televisiejournalistiek liggen.

Henri Beunders richt de aandacht op de visuele aspecten en bepleit een filmische analyse.

Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de documentaires van Leni Riefenstahl over het nazi-partijcongres in 1934 in Neurenberg (Triumph des Willens) en over de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn (Olympia), en het docu-drama van KRO's Reporter over Brinkmans commissariaat in 1994 in Scherpenzeel?

Van de filmbiografie van Ray Müller over Riefenstahl zijn het tweede en derde deel nog op de Nederlandse televisie te zien, dus de mogelijkheid deze produkten te vergelijken bestaat. Het is zeer aan te bevelen. Om de vergelijking zelf. Maar vooral omdat dan wellicht het besef doordringt hoezeer wij in gebreke blijven als het gaat om het analyseren van de beelden die wij heden ten dage dag en nacht en overal krijgen voorgeschoteld. Dit geldt zowel voor de wetenschap als voor de film- en tv-critici en de media in het algemeen.

Er is nu volop discussie: over 'de feiten', over 'de deal' tussen KRO en FIOD en over de politieke gevolgen voor Brinkman en het CDA. KRO-voorzitter Braks wil dat de Raad voor de Journalistiek een uitspraak doet over die deal. Niemand evenwel heeft de filmische aspecten ter discussie gesteld: of die door de beugel kunnen en wat de mogelijke effecten ervan zijn. De Raad voor de Journalistiek is ook opgericht voor de pers, ze heeft geen enkele affiniteit met de audiovisuele media.

Dat is het belangrijkste verschil met de beoordeling van Riefenstahls werk: daarvan is bijna elk beeld, elke sequence tot op het bot geanalyseerd. Müllers filmportret geeft nog eens een verhelderend inzicht in de geniale manier waarop zij filmisch te werk ging om het beoogde effect te bereiken. Het 'bijna fysieke effect' (E. Barnouw) dat Triumph des Willens teweegbracht, werd - en wordt - veroorzaakt door de overrompelende choreografie van beeld en geluid. Neem de overbekende openingsscène: vliegtuig daalt door wolken, schaduw van vliegtuig valt over stad, wachtende massa kijkt omhoog, eindelijk landt vliegtuig, deur gaat open, na een ogenblik verschijnt Hitler, oorverdovend gejuich. De conclusie: Hitler is de god die op aarde neerdaalt om het Duitse volk te redden.

Bij Olympia wisselde Riefenstahl echte scènes af met gespeelde, terwijl al het geluid elders en anders werd geconstrueerd en later toegevoegd. Ook hier was sprake van een virtuoze prestatie, door de hele wereld bejubeld en bekroond. Beide documentaires hebben in Europa tot op heden de toon gezet voor het genre van de documentaire. Alles wat we nu te zien krijgen is een slap aftreksel van de stijl-Riefenstahl. Reporter's uitzending over Brinkman was hierbij vergeleken zelfs broddelwerk - en daarbij heb ik het niet over het goede speurwerk.

Maar de methode was dezelfde: overtuigen door suggestie. Een paar voorbeelden uit Reporter die te binnen schieten:

- in beeld: een traag over stil landweggetje rijdende imitatie van Arie V.'s Daimler. Conclusie: rijk en verdacht.

- in beeld: twee zorgeloze hazen in het gras. Stem: Brinkman mag graag op drijfjacht gaan met Arie V. Conclusie: Brinkman is dierenmoordenaar

- in beeld: tekst van 'notariële verklaringen' van getuigen, door acteurs voorgedragen. Conclusie: zij spreken de waarheid en lopen levensgevaar.

- in beeld: hand draait aan Daimlers autoradio en Brinkmans woorden over aanpak van witte boorden-criminaliteit weerklinken. Conclusie: de pot verwijt de ketel.

- in beeld: de Brinkman-shuffle in slow-motion. Conclusie: hij is bezig te vallen.

- in beeld: archiefbeelden van Brinkman die een trap op rent. Conclusie: hij is al op de vlucht.

Dit zijn niet meer dan mijn interpretaties uit de losse pols. Een ander zal de beelden anders hebben ervaren. Waar het hier om gaat is dat geen enkele commentator, geen enkel ander medium zich buigt over deze filmstijl, over dèze choreografie van beeld en geluid in relatie met de boodschap.

Ook wetenschappers, op enkele enthousiaste uitzonderingen na, aarzelen om zich met dit thema bezig te houden: De redenen: film en tv worden door 'de officiële wetenschap' nog steeds niet serieus genomen, en het is een razend ingewikkeld thema dat zich niet leent voor logisch-positivistisch meten en tellen. Daarbij is het probleem dat we de beelden altijd in woorden moeten vatten om er over te kunnen discussiëren, en dat er niet, zoals met schriftelijke stukken het geval is, een wetenschappelijke polemiek kan ontstaan met behulp van de beelden zelf.

Thomas Elsaesser, hoogleraar film- en televisiewetenschap in Amsterdam, heeft er onlangs terecht op gewezen dat de belangrijkste taak waarvoor de 'media-kundigen' nu staan een bezinning is op het soort kennis dat film en tv vertegenwoordigt. We moeten hierbij zoeken naar alternatieven voor 'objectivistische opvattingen', naar het mysterieuze, ongrijpbare element in de kennis en receptie. Bijvoorbeeld het element dat de Hongaarse filosoof Michael Polanyi eind jaren vijftig in zijn boek Personal Knowledge noemde. Een van de persoonsgebonden factoren die volgens hem mede-bepalend zijn als het gaat om kennis en waarheid is de verzwegen of stilzwijgende ('tacit') component. Die kunnen we niet onder woorden brengen, net zomin als we onder woorden kunnen brengen hoe we fietsen.

Toegepast op kunstuitingen, zoals tv-documentaires, kan men in navolging van Polanyi de nauwe relatie tussen schoonheid en waarheid als uitgangspunt van studie nemen of het onderscheid tussen expliciete aandacht en impliciete aandacht. Want het oude gezegde 'Het is de toon die de muziek maakt' geldt in versterkte mate voor het beeld. Het is het gevoel dat de boodschap bepaalt. Als we bijvoorbeeld de nationale vlag zien wapperen (of een Daimler zien rijden) richt onze expliciete aandacht zich op dat stuk katoen of stuk blik. Belangrijker zijn echter de gevoelens die dat katoen of blik als symbool tot uitdrukking brengt en die 'slechts' impliciet onze aandacht hebben.

Leni Riefenstahl beheerste dit vermogen om bepaalde gevoelens op te wekken perfect. Het is de kern van elke kunst die aanspreekt. Dat huidige documentairemakers in toenemende mate technieken van theater, hoorspel en vooral speelfilm gebruiken om 'de boodschap' over te laten komen, is een extra reden om het filmportret te bekijken.

Want het filmisch talent, en daarmee het manipulatief vermogen, neemt ook in Nederland toe, ook al is Reporter nog niet veel verder gekomen dan de documentairestijl die in het verleden af en toe tot kritiek leidde. Bijvoorbeeld op NOS-uitzendingen als Panoramiek die in de jaren tachtig bij de behandeling van het conflict tussen Oost en West, de raketten bij voorkeur van West naar Oost over het scherm lieten vliegen. Of, om het bekendste voorbeeld te nemen, op de voorganger van Nova, Ter Visie, dat begin 1972 een programma vulde over de paar honderd miljoen die het kabinet-Biesheuvel ter bevordering van de werkgelegenheid uittrok voor 'aanvullende werken' in het noorden. De makers brachten zes voorgenomen werken in beeld zoals de bouw van een grotere eetzaal voor vliegveld Eelde. De tekst luidde: 'Druppel 1 op de gloeiende plaat'. In beeld: een druppel op een gloeiende plaat.

Minister Boersma noemde dit programma toen “De meest tendentieuze en perfide vorm van voorlichting”. Het werd een hele rel. De pers drukte vervolgens de tekst van het item integraal af, met beschrijving van de vertoonde beelden. Zo'n beschrijving heb ik sindsdien niet meer gezien.

En dat is toch wat in het algemeen dringend nodig is: meer aandacht voor de 'verzwegen component' en de mechanismen die hierbij werkzaam zijn. Voor zowel de wetenschap als de media ligt hier een rol, die door het publiek waarschijnlijk hogelijk gewaardeerd zal worden. Net zoals in Amerika, het land van Riefenstahls opvolger Oliver Stone, het geval was tijdens de laatste presidentsverkiezingen. Sommige kranten brachten toen een soort 'consumentenrubriek' over politieke commercials op televisie. Zo van: u ziet dit, ze bedoelen dat.

De impliciete boodschap, zeg maar de 'verzwegen component', die in de huidige discussie over de deals tussen de media en FIOD of openbaar ministerie van de kant van omroep en overheid het krachtigst 'doorkomt' is die van 'meer controle'. Dat zou een volstrekt verkeerde uitkomst van de discussie zijn. Het gaat niet om inperking van de journalistieke of artistieke vrijheden, het gaat om checks and balances, om analyse en debat.

    • Henri Beunders