Serviërs namen met aanval op Gorazde bewust risico

Gewaarschuwd waren de Serviërs genoeg, voor de luchtaanvallen die gisteravond door de NAVO op hun stellingen bij Gorazde zijn uitgevoerd. President Clinton, secretaris-generaal Boutros-Ghali van de VN en uiteindelijk ook generaal Rose, de UNPROFOR-commandant die vorige week de boot nog afhield, hebben vanaf vrijdag weinig misverstanden laten bestaan over het risico dat de Serviërs namen door hun offensief bij Gorazde.

En zelfs al waren ze niet gewaarschuwd, ze hadden op hun vingers kunnen narekenen dat de internationale gemeenschap langzamerhand zo beducht is voor een verder verlies aan geloofwaardigheid dat ze de inname van een officieel onder VN-bescherming geplaatste moslim-enclave niet ongestraft zou laten passeren.

En toch vielen de Serviërs aan, en trokken ze zich van de waarschuwingen van vrijdag, zaterdag en gisteren niets aan.

Waarom dit risico?

Gorazde, belegerd sinds 12 april 1992, is voor de Bosnische Serviërs van strategisch belang. De stad ligt op de verbindingslijn van het oosten van Bosnië naar de door de Serviërs beheerste gebieden in Zuid-Herzegovina.

De aanval op Gorazde moet tevens worden gezien tegen het licht van de onderhandelingen over territoriale concessies in het kader van een politieke regeling van de oorlog. De Serviërs hebben met hun aanval die onderhandelingen, die niet lang meer op zich zullen laten wachten, vóór willen zijn. Gorazde ligt in gebied dat de Serviërs bij een politieke regeling voor zichzelf opeisen: de enclave wordt omgeven door gebieden die in meerderheid door Serviërs worden bewoond en die zich in handen van de Serviërs bevinden; al in het Owen-Stoltenberg plan was Gorazde een geïsoleerde enclave in Bosnisch-Servisch gebied.

Als moslim-enclave is Gorazde de Serviërs een doorn in het vlees. Een verovering van de enclave vóór definitief overleg over een territoriale regeling zou voor de Serviërs dus van groot belang zijn: de Serviërs volgens al vanaf het begin van de oorlog de strategie van de voldongen feiten en hebben aangetoond daarbij bereid te zijn aanzienlijke risico's te nemen.

Dergelijke 'doornen in het vlees' van de Bosnische Serviërs zijn ook de twee andere moslim-enclaves in het oosten van Bosnië - Zepa en Srebrenica. De risico's die de Serviërs zouden lopen met een aanval op die twee enclaves zijn echter veel groter. Zepa, Srebrenica en Gorazde zijn drie van de zes moslim-gebieden die in mei vorig jaar door de Veiligheidsraad tot 'veilig gebied' zijn uitgeroepen (de andere zijn Sarajevo, Tuzla en Bihac). In vijf van deze zes 'veilige gebieden' liggen VN-soldaten. Gorazde is de enige enclave waar geen blauwhelmen zijn gelegerd: daar is de VN-aanwezigheid beperkt tot enkele waarnemers en (pas sinds kort) verbindingsofficieren. Waar een aanval op Zepa en Srebrenica zonder enige twijfel tot luchtacties zou leiden, zou een aanval op Gorazde 'slechts' een risico opleveren, dat de Serviërs uiteindelijk hebben willen nemen.

Ze stonden bovendien daarbij onder ernstige tijdsdruk. Vorige maand maakte de VN-vredesmacht UNPROFOR bekend midden deze maand achthonderd tot duizend Oekraïense VN-soldaten naar Gorazde te willen sturen. Als die blauwhelmen eenmaal in Gorazde zouden zijn, zouden voor een Servische aanval op de enclave dezelfde bezwaren gaan gelden als voor Zepa en Srebrenica, met andere woorden: dan zou Gorazde wel eens verloren kunnen zijn. Gorazde moest dus voor midden deze maand veroverd zijn, wilden de Serviërs er in de toekomstige onderhandelingen aanspraak op kunnen maken. En dus kozen ze op voor de aanval die op 30 maart begon en die gisteren in een belangrijke doorbraak leidde die de Serviërs tot in de straten van de stad Gorazde bracht. Tot de NAVO ingreep en de Servische opmars een halt toeriep.