Roeiers jagen nog altijd vergeefs op de 'Keizer van de Amstel'

AMSTERDAM, 11 APRIL. Zijn boot doopte hij de 'Koning Kaskoeskilewan van Huklaminoratokadepompa II', zijn eigen naam is in de roeiwereld vervangen door de eretitel 'Keizer van de Amstel'. De 34-jarige Frans Gobel won gisteren in zijn sleetse olympische skiff voor het twaalfde achtereenvolgende jaar de skiffhead, de voorjaarsklassieker over 7,5 kronkelende en winderige rivierkilometers van Ouderkerk naar Amsterdam.

Internationaal telt de lange-afstandswedstrijd niet mee. Dan gaat het om twee kilometer rechtuit. Maar in Nederland weet iedere roeier wie de skiffhead heeft gewonnen. Elk jaar jaagt een aantal toppers vergeefs op de efficiTREMA NA AFBREKING ONDERDRUKT ente, korte haal, de ontspannen concentratie en de stuurmanskunsten van de eeuwige winnaar. Alle Nederlandse WK-deelnemers wilden of willen de eerste zijn die een einde maakt aan de zegereeks van Gobel.

De leden van de Holland Acht, waarin de roeiers ieder slechts een riem hanteren, deden gisteren niet mee. Trainen in de skiff om de head te kunnen winnen, zou te veel tijd kosten. Olympisch kampioen Nico Rienks eindigde, toen hij zich nog wel volledig op de head stortte, drie keer als tweede. “Als Gobel ophoudt doe ik weer mee”, zei hij gisteren. Olympisch kampioen Ronald Florijn kwam in een jaar, dat Gobel met koorts in de boot zat, tot op een seconde. De gedoodverfde opvolger van Gobel in het lichte mannenveld, Pepijn Aardewijn, had vorig jaar zoveel haast dat hij een paar keer met zijn riemen in het riet bleef steken. Dit jaar eindigde de skiffeur, na slechts twee stuurfouten, als tweede op acht seconden: 28.57 minuten voor Gobel, 29.05 voor Aardewijn.

“Grappig he”, zegt Gobel een half uur na de wedstrijd in het botenhuis van De Hoop. In zijn linkerhand had hij een biertje, op zijn rechterknie zat zijn zoontje. “Zoveel doe ik er nou ook weer niet voor.” Hij was in 1989 en 1990 wereldkampioen lichte skiff, maar stopte na de Olympische Spelen in '92 met wedstrijdroeien. Prioriteit nummer een, het roeien en de boot, verwisselden van plaats met vrouw en kinderen. Voor zijn opleidingsplaats als huisarts verhuisde hij naar het oosten van het land.

De obsessieve trainingsarbeid uit het verleden is sinds de Spelen vervangen door een beetje fietsen, een beetje hardlopen, een beetje roeien en een beetje trainen op de ergometer, een soort roeimachine. Hij woont in het Gelderse dorpje Neede. In het westen trainde hij op de drukke Bosbaan of tussen dertig tankers en twintig motorboten op het Noordzeekanaal. In het oosten ligt zijn skiff in de loods van een veevoederbedrijf en vaart hij op het gezellige riviertje de Berkel, met ongeveer zeven kilometer mooi roeiwater. Zonder motorboten, met koeien langs de kant en vogels in de bomen. Twee, wat oudere trainingsmaten mogen wat eerder starten en daarna probeert het drietal elkaar in te halen.

Sporten blijft een onmisbaar onderdeel van zijn bestaan. “Of al dat sporten van mij bijdraagt aan een lange levensduur durf ik te betwijfelen”, zegt hij over zijn topjaren toen hij vier tot vijf uur per dag trainde. Hij heeft aan al die inspanningen bijvoorbeeld een 'sporthart' te danken, waarvan hij niet durft te laten meten hoeveel groter het is dan bij de gemiddelde mens. Maar een uurtje sporten per dag met een lage intensiteit werkt verzorgend en verfrissend. “Het hoort volgens mij gewoon bij de dagelijkse persoonlijke hygiene, net als tandenpoetsen en douchen. Ik zit voor mijn werk de hele dag op een stoel of in de auto. Van sport knap ik op, geestelijk en fysiek.” Tot zijn spijt had hij de afgelopen winter niet genoeg tijd. Hij deed niet meer dan “een middelmatige trimmer”. Vijf keer per week drie kwartier tot een uur per dag. Met de invoering van de zomertijd is de intensiteit opgevoerd. “In de rust en ruimte kan je je gedachten verzetten.”

Eens zal de keizer onttroond worden. Al is het maar omdat zijn boot veroudert en hij niet meer, zoals vroeger, ieder jaar een nieuwe op de kop tikt. Hij voer gisteren in de skiff waarmee hij ook de Olympische Spelen roeide. De 'Koning Kaskoeskilewan ...', een sprookjesvorst die ergens op een eiland een schat verborgen hield, is de opvolger van de 'supercalifragilistic expealidocious', de twee toverwoorden die Mary Poppins aan het vliegen brachten. Het gaat Gobel om lange namen, zodat de toeschouwers een tijdlang moeten puzzelen voor ze er uit zijn wat er staat.

Zijn volgende boot mag hij gewoon de Keizer van de Amstel noemen. Zijn record lijkt onaantastbaar. Gobel roeide zijn eerste skiffhead in 1976. Hij won de wedstrijd een keer als junior. Voordat hij in 1982 zijn eerste echte overwinning binnenhaalde, leed ook hij een paar nederlagen. Stijve onderarmen, op het laatste moment nog gepasseerd worden. “Het verschil met de rest is vooral dat zij het een paar keer proberen en dan opgeven.” Volgend jaar krijgt men wederom een kans. “Ik denk dat ik wel weer mee moet doen”, concludeerde Gobel. Het is hem niet gegeven te stoppen op het hoogtepunt. Hij moet wachten tot hij verslagen is, voor hij de overstap naar het veteranenveld mag maken.

Njord-roeister Irene Eijs heeft gisteren min of meer per ongeluk de skiffhead gewonnen bij de vrouwen. Zij was als derde gestart en zag dat Laurien Vermulst werd ingehaald door Jose de Groot. Dat wil ik ook, dacht Eijs, die tot dan toe ontspannen en rustig had gevaren. Ze schakelde naar een hoger tempo en bleek uiteindelijk vijf seconden sneller te zijn dan De Groot. “Ik heb moeite met sturen en richting houden. Maar mijn snelheid bleek voldoende.” Vermulst, die de afgelopen vijf afleveringen won, kwam dit jaar snelheid te kort. “De zware dames zijn deze winter wat harder gaan trainen, waardoor de verschillen klein zijn geworden.”

    • Remmelt Otten