Nieuwbouw van Gasunie is organisch knutselpaleis

Gebouw: Gasunie, Groningen. Architect: Alberts en Van Huut. Opdrachtgever: Gasunie. Kosten: 200 miljoen. Ontwerp: 1990. Uitvoering: 1994.

Tussen het Groningse Stadspark aan de ene kant en de snelweg naar Drachten aan de andere staat het nieuwe kantoor van de Gasunie. De koningin zal op 22 april dit nieuwe gebouw openen, dat met zijn 86 meter gerust een baken aan de skyline van Groningen mag heten.

Het is gebouwd naar een ontwerp van het Amsterdamse architectenbureau Alberts & Van Huut, in dezelfde 'organische' stijl als de voormalige NMB-bank in de Bijlmer en de vele daaropvolgende klonen. Voor de brokkelige, assymetrische vormgeving in drie kleuren baksteen heeft de architect zich naar verluidt laten inspireren door de rotsformaties en tafelbergen van Monument Valley in het zuidwesten van Amerika.

Anders dan het uit tien torens samengestelde NMB-gebouw is de nieuwbouw van de Gasunie één geheel, bestaande uit twee vleugels die scharnieren rond de centrale hal. Hier domineren twee krachtige elementen: de cascade van blauw glas in de voorgevel en de licht draaiende betonnen trap in regenboogpalet. En dan is er nog de 1200 ton wegende betonnen 'stemvork' waaraan het gebouw in feite is opgehangen; om de verbintenis met de aarde uit te beelden is deze constructie lichtbruin geschilderd. Werd bij de NMB nog hoog opgegeven van de energiezuinigheid - die uiteindelijk minder spectaculair bleek was dan beloofd -, bij de Gasunie heeft de architect de nadruk gelegd op het scheppen van een 'wij'-gevoel voor het bedrijf. Wel is er in de zestien verdiepingen hoge vide een fijnmazig systeem voor de luchtbehandeling aangebracht: in de stalen liggers waaraan de glazen voorgevel hangt, zijn zesduizend kleine gaatjes waar lucht door heen blaast. Overigens moeten de glazenwassers zich hier net als bij de glazen piramide van het Louvre, als alpinisten optuigen.

Er is veel goeds over het nieuwe gebouw van de Gasunie te zeggen. De architect is erin geslaagd 1350 werkplekken te creeën zonder dat er een bedrukkende massaliteit ontstaat. Door een combinatie van helder en mat glas rondom de deuren van de kantoren dringt het daglicht met gemak in de gangen door (zelfs zo, dat een enkeling de rolgordijntjes van de zonwering een handje heeft geholpen door een kartonnen doos voor het raam te plakken). Ook zorgt Alberts voor doorlopend contact tussen binnen en buiten, bijvoorbeeld door het bedrijfsrestaurant in een serre te plaatsen. Hij kiest ook aansprekende materialen, zoals houten trapleuningen, en verwerkt die in samenwerking met verschillende soorten planten op een doordachte manier in het ontwerp. Jammer is wel dat de vele betonnen oppervlakken niet allemaal even goed zijn afgewerkt: ruwe of bobbelige vlakken verstoren de geruststellende werking van dit zorgvuldig opgebouwde sprookje.

En zo is er wel meer dat het sprookje hol doet klinken. Er wordt een schijn van ambachtelijkheid gewekt - inderdaad hebben de timmerlieden en metselaars bij de afwerking al hun in onbruik geraakte vaardigheden uit de kast gehaald - , maar die lijkt vooral het feit te moeten verdoezelen dat dit gebouw met al zijn schuine hoeken en vlakken een technisch hoogstandje is dat zonder de computer ondenkbaar was geweest. De hoge vide is zonder meer spectaculair, maar het effect wordt weer ondermijnd door de reusachtige stalen constructie die nodig is om al die grillige glasvlakken te ondersteunen. Wat betekent dan nog 'organisch'?

Volgens een brochure die de Gasunie bij de opening zal verspreiden was Ton Alberts ingenomen met deze locatie, tussen natuur en snelweg in: hij beschouwt zijn architectuur - of liever gezegd, zijn stijl - als een poging hoofd en hart te verenigen. Hij heeft daarom de 'kille' hoek van negentig graden uit zijn werk verbannen. Van de weeromstuit ontstaat er een knutselpaleis vol opdringerige kleurtjes en vormpjes. Ook het meubilair is geheel in stijl; de plastic kratten voor het papieren afval vallen uit de toon en zijn tegelijkertijd een opluchting. De overdaad aan zalvende speelsheid doet het organische omslaan in het behaagzieke, waarvan het voorlopige dieptepunt de tapijttegels met houtnerfpatroon zijn.

    • Tracy Metz