Koning François' hofhouding brokkelt af

PARIJS, 11 APRIL. Vanmorgen om half elf stond hij in de Saint-Pierre in Moulins bij de kist van de man met wie hij avonden bij het haardvuur zat. Pratend over de staat, het leven, en wie weet, de liefde. Als iemand kan vermoeden waarom François de Grossouvre zich vorige donderdag in het presidentieel paleis een kogel door het hoofd joeg, dan is het wel François Mitterrand. Presidentschap en vriendschap, het blijven twee grootheden die moeilijk samengaan.

De speculaties zijn talrijk maar uiterst discreet. Le chef d'état verdient en ontvangt nu eenmaal respect, zijn privé-leven geniet een royale marge van afscherming. Slechts de kale feiten zijn bekend: op 76-jarige leeftijd benam een jarenlange vriend en adviseur van president Mitterrand zich het leven. Aan de doodsoorzaak wordt niet getwijfeld. Hij liet geen afscheidsbrief na.

Verklaringen zijn niet meer dan giswerk. De Grossouvre zou verbitterd zijn geraakt over de harteloosheid van de man die hij tegenover derden beurtelings aanduidde als 'François' en 'Le Président'. Na hem met geld en persoonlijke inzet aan erkenning en uiteindelijk twee geslaagde presidentiële campagnes te hebben geholpen, voelde hij zich afgedankt. “Alleen geld en de dood interesseren de president nog maar”, zou hij hebben gezegd. Volgens anderen was zijn eigen aftakeling zijn grootste bron van radeloosheid.

Zeker is dat de voormalige speciaal adviseur van de president dramatisch afscheid nam. En niet ergens op zijn eigen landgoed in het landelijke hart van Frankrijk, maar precies in de westelijke vleugel van het paleis. Een symbool dat zich moeilijk laat duiden. Maar een krachtig gebaar niettemin. “Zijn laatste patroon”, volgens mensen die getuigen van zijn toenemende wrok jegens Mitterrand.

Sinds 1985 was hij niet meer belast met het toezicht op de geheime diensten en werd hij ook niet meer ingeschakeld voor delicate missies naar landen als Gabon, Korea en Libanon, waar hij jaren op het hoogste niveau namens Mitterrand contacten onderhield. Op zijn visitekaartje van het Elysée stond alleen nog maar 'President van het presidentieel Jachtcomité'.

Hij bleef een kantoor, een secretaresse, een privé appartement naast het Elyseé paleis en vooral dagelijks entrée tot het staatshoofd behouden. Volgens sommige intimi bleef hij met name 'minister van uitstapjes', waarbij ieders fantasie en karakterologische gesteldheid inhoud aan dat begrip moge geven.

Meer reguliere adviseurs zouden de president hebben gewaarschuwd voor het onberekenbare assortiment externe contacten dat De Grossouvre onderhield. Zijn achtergrond in het aristocratische rurale zakenleven en de wereld van de inlichtingendiensten hadden hem met zijn ringbaardje een voorkomen van en een voorliefde voor vanzelfsprekende voornaamheid en geheimzinnigheid gegeven. Of anderen daar misbruik van maakten om het oor van het staatshoofd te bereiken, of dat hij probeerde zijn verminderde importantie zo lang mogelijk te maskeren is voor de meeste ingevoerde commentatoren een raadsel.

De rechtse krant Le Figaro schetst het heengaan van De Grossouvre in het licht van de afkalvende hofhouding van een socialistisch bijna-monarch. Omringd door steeds minder van zijn partisanen van het eerste uur. De meesten werden door hem zelf vervangen of verwijderd.

Een enkeling schiet hem nog te hulp, zoals zijn oud-minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, die van de geheime buitenlandse missies uit naam van de president het meeste last heeft gehad. Vanmorgen betwijfelde hij of er iets bijzonders achter de paleisdood schuilgaat.

Het hardste is Gérard Dupuy van de progressief getinte Libération: “De persoonlijkheid van Grossouvre - met inbegrip van zijn neurotische dood - doet er minder toe, uit het oogpunt van de burger, dan de lange intieme omgang van de president van de Franse Republiek met een op zijn minst bizar individu. De man was rijk en geheimzinnigdoenerig. Met hem bracht Mitterrand de uren van schemer en samenzwering door. Terwijl meneer de Grossouvre in werkelijkheid een gevaarlijke onbekwameling was, van een bot soort ook nog, die nooit een officiële functie had mogen bekleden. Zelfs niet die van President van het presidentieel jachtcomité.”

Voor een staatsman die zich in zijn laatste jaar van grootheid vooral lijkt te wijden aan zijn toekomstige plaats in de geschiedenis was het een verdrietige dag.

    • Marc Chavannes