'Kinderen en een beroep is natuurlijk verdomd moeilijk'

Wie als man geboren is, kan zich meestal slecht voorstellen hoe het zou zijn om als vrouw door het leven te gaan. En omgekeerd. Annemarie Oster vroeg aan twaalf mannen uit verschillende beroepen en van verschillende leeftijden hoe zij zichzelf als vrouw zouden zien. Als zevende Frits Bolkestein (61), politicus.

Als ik een vrouw was geweest, ja, kijk, de vraagstelling is enigszins theoretisch. Als ik alleen maar van geslacht was veranderd, dan moet ik aannemen dat ik de zelfde hersenen zou hebben gehad. Misschien was ik wel een katijf. Je bent geboren in het zelfde gezin, dus je moet toch veronderstellen dat je als vrouw de zelfde ambitie, geaardheid en voorkeuren zou hebben. In mannelijk en vrouwelijk denken geloof ik niet. Wel in een samenleving die bepaalde geconditioneerde reflexen provoceert maar 'das ewig weibliche' vind ik onzin. 'Vrouwelijke intuïtie', nog zoiets. Ik heb me natuurlijk wel beziggehouden met de wijze waarop vrouwen in het leven staan, maar dan voornamelijk vanuit economisch gezichtspunt. In het bedrijfsleven stuit je voortdurend op de bijzondere moeilijkheden die vrouwen ondervinden als ze zich bezighouden met ondernemingen. Ik zou zeker feministisch zijn. Als Nederlands politicus heb je te maken met een samenleving waar vrouwen veel minder werken dan elders.

Moet ik fantaseren? Ik heb op dit punt niet zoveel fantasie. Ik zou een professionele vrouw zijn geweest. Ik ben begonnen met het studeren van wiskunde. Als vrouwelijke wiskundige krijg je natuurlijk onmiddellijk een aura om je heen van zakelijk, hoekig, prozaïsch. Ik kan me voorstellen dat ik arts was geworden of advocate en misschien was ik in de politiek gegaan. Sociaal bewogen? Kijk eens, je moet de politiek vooral met je hoofd beoefenen. Ook als vrouw. Ja, misschien had dat wel consequenties gehad voor mijn emotionele leven en had ik er voor gekozen om in dat geval alleen te blijven of laat ik het zo formuleren: geen gezin te hebben. Wel een vriend. Maar het hebben van kinderen en een beroep is natuurlijk verdomd moeilijk.

Ik weet niet of ik er leuk had uitgezien. Misschien zoals mijn dochter. Iedereen zegt dat ze op mij lijkt. Mijn dochter is aantrekkelijk. Ik neem aan dat ik wat langer zou zijn dan gemiddeld. Nu ben ik een meter vijfentachtig. Ik ben vooral dik. Ik hoop niet dat ik als vrouw dik zou zijn. Ik zou minder eten dan nu. Haha, dat zou ik willen hopen hè. Want een vrouw van mijn postuur zou niet zo erg aantrekkelijk zijn. Ik zou fietstochten maken, zoals nu. Het gevecht tegen het lichaam. Ik houd van sport, dus als vrouw zou ik ook veel aan sport doen, tennis, badminton, hockey.

Ik heb er absoluut geen idee van hoe ik me zou kleden. Laat ik maar zeggen, onopvallend correct. Een mantelpak, nou, dat is wel erg onopvallend correct. Ik heb niets tegen een jurk, hoor. Sieraden, ik draag ze nu niet en ik heb ze ook nooit gedragen, ik denk dat ik ook wat dat betreft, tamelijk gereserveerd zou zijn. Ik houd niet zo van uitbundigheid. O, ik zou heus wel eens primaire kleuren dragen, maar 't moet niet vloeken. Dus geen rood en paars, wel blauw en groen. Normale make-up. Als ik voor de televisie moet verschijnen, laat ik me ook altijd opmaken. Dat doet iedereen. Als ik me zelf dan terugzie, want meestal kijk ik nog een keer, oogt het vaak zo onnatuurlijk, zo door de zon gebakken. Als vrouw zou ik ook wat dat betreft terughoudend zijn. Ik houd ook niet van een overslaande stem, heb een hekel aan pushy. Dat vind ik een zwaktebod. Het beklijft niet. Je moet geboeid worden door iets essentieels, niet door iets oppervlakkigs. Ik denk dat ik behoorlijk wat vriendinnen zou hebben met wie ik veel zou telefoneren, tot grote ergernis van mijn vader, want zo gaat het dan meestal. Ik ben eigenlijk een vrij normaal persoon, dus als vrouw ook.

Op wie zou ik willen lijken? Maria Callas. Een geweldig zangtalent met een grote uitstraling, een theatrale persoonlijkheid. Misschien was Callas een vreselijk mens voor haar omgeving. U weet: hoe groter geest... Ze was misschien niet zo mooi als bijvoorbeeld koningin Soraya, maar heel presentabel. Toch zie ik mij nu ook weer niet gauw het bed delen met Onassis, al was hij waarschijnlijk heel charmant. Ik ken dat soort mensen een beetje, want ik heb een aantal jaren in Latijns-Amerika gewerkt en daar had je een heel duidelijke jetset, iets wat in Nederland gelukkig niet meer voorkomt. Veel van die mensen beschikken over een enorme charme. Fitzgerald, de schrijver, heeft eens gezegd: “The rich are different from us.” En toen antwoordde Hemingway: “Yes, they have more money.” Maar dat vind ik niet een echt goed antwoord.

Ik zou vooral een aardige man willen hebben. Geen softie, dat past niet in mijn wereldbeeld. Een mannelijke man, zal ik maar zeggen. Wie van ons het meeste geld verdient, mijn partner of ik, vind ik irrelevant. Je kunt buitengewoon hard werken voor geen geld en je kunt ook op een gemakkelijke manier veel verdienen, daar is geen verband tussen. Ik zou monogaam zijn, seriëel monogaam, niet promiscue, ook als vrouw zou dat niets voor mij zijn.

Er is een vrouwelijke minister op wie ik beslist niet zou willen lijken. Haar stem! Die doet me altijd denken aan die van een melkmeisje. Maar ik wil niet onvriendelijk zijn over een collega, al is ze van een andere partij.