'Kigali houdt niet van het RPF'; Tutsi-rebellen van het RPF zijn geboren en getogen in Oeganda

NAIROBI, 11 APRIL. Het Rwandese Patriottische Front (RPF) wordt al maanden in staat geacht om Kigali, de hoofdstad van de Middenafrikaanse staat, in te nemen. Waarom hebben de rebellen dit tot nog toe dan niet gedaan? “Ik houd niet van Kigali en de bewoners van Kigali houden niet van ons”, gaf een RPF-soldaat enkele weken geleden volmondig toe. “De rebellen kunnen het land innemen maar niet besturen”, analyseert een waarnemer in de Rwandese hoofdstad, “ze genieten niet voldoende steun onder het volk”.

Het RPF viel in 1990 met hulp van Oeganda het noorden van Rwanda binnen. Een groot deel van de RPF-soldaten vocht eerder in het Oegandese leger van president en ex-guerrillaleider Yoweri Museveni, die evenals de meeste leden van het RPF tot de stam van de Tutsi's behoort. De Tutsi's maken ongeveer veertien procent van de Rwandese bevolking uit. De ouders van de RPF-strijders waren na de opstand in 1959 van de Hutu's, die 85 procent van de bevolking vormen, naar Oeganda uitgeweken.

“Ik ben zelfs niet in Rwanda geboren”, aldus een RPF-strijder. “Mijn ouders wonen in Oeganda. Kigali? Daar ben ik nog nooit geweest.” Het overgrote deel van de strijders spreekt geen Frans, de taal van de vroegere koloniale heersers in Rwanda, maar Engels, de taal van het koloniale bestuur in Oeganda.

Hoofddoel van de invasie van het RPF was de terugkeer van de meer dan 100.000 Rwandese Tutsi's in Oeganda. De vorige week overleden president Juvenal Habyiramana, een Hutu, had in 1985 verklaard dat er geen plaats meer was in het overbevolkte Rwanda voor deze vluchtelingen en dat zij daarom nooit meer naar hun vaderland zouden kunnen terugkeren.

De rebellen controleren een dunbevolkte strook land in het noorden van Rwanda. Het RPF blijkt redelijk goed opgeleid en gedisciplineerd, hoewel evenals de Rwandese regeringstroepen de rebellen beschuldigd zijn van misdaden tegen de bevolking. Hun wapens krijgen ze voor een deel van Oeganda. Het regeringsleger telt bijna twee keer zoveel soldaten als het RPF maar mist het moreel van de rebellen. “We hebben soldaten in de gevangenissen en onder losgeslagen groepen gerecruteerd”, gaf een minister onlangs toe.

De Amerikaanse organisatie Human Rights Watch schreef eerder dit jaar dat het regeringsleger grote wapenleveranties had ontvangen van Zuid-Afrika en Egypte. De Zuidafrikaanse wapens zouden 5,9 miljoen dollar hebben gekost, de Egyptische 6 miljoen. De financiering zou zijn geregeld door de Franse bank Crédit Lyonnais. Het geleverde wapentuig zou bestaan uit raketwerpers, landmijnen en artillerie voor de lange afstand. Volgens een resolutie van de VN-Veiligheidsraad mogen geen wapens worden geleverd aan de strijdende partijen in Rwanda.

Het RPF stond de afgelopen drie jaar al twee keer aan de poorten van Kigali maar trok zich vervolgens terug naar zijn gebied in het noorden. De verzetsbeweging gaf de voorkeur aan een door onderhandelingen bereikt compromis met de Hutu-meerderheid. Het in augustus in Tanzania getekende vredesakkoord behelst de vorming van een coalitieregering waarin alle politieke partijen en het RPF deelnemen en de vorming van een nieuw nationaal leger. Het RPF zocht met succes toenadering tot Hutu-politici die eveneens oppositie voerden tegen het bewind van president Habyiramana.

Extremistische Hutu's in de partij van Habyiramana probeerden eerst het sluiten van een vredesverdrag te voorkomen. Toen de president onder internationale druk alsnog het akkoord tekende, gingen de extremisten met steun van Habyiramana de uitvoering ervan saboteren. Ze organiseerden politieke moordbrigades, die zich richtten op Tutsi's en 'afvallige' Hutu's. De oppositiepartijen gingen zich van gelijksoortige middelen bedienen. Het meest desastreuze effect op de lange termijn van deze politiek is dat de historische tegenstellingen tussen de Hutu's en de Tutsi's opnieuw aangewakkerd zijn. De president richtte voor dit doel zijn eigen radiostation op, Radio Libre des Milles Collines, dat uitblinkt in aanvallen op de Tutsi's. Zijn station brengt, wat in de volksmond heet, 'tribale rock & roll'.

De kliek rond Habyiramana slaagde er zo in het politieke krachtenveld te versplinteren waarna de vorming van een coalitieregering zoals afgesproken in het vredesakkoord onmogelijk werd. De president leerde deze politiek van zijn boezemvriend Mobutu, die in Zaire dezelfde verdeel-en-heers strategie toepast. Habyiramana werd zelf slachtoffer van dit beleid toen woensdagnacht zijn opponenten, vermoedelijk afkomstig uit zijn eigen kamp, zijn vliegtuig met door Zuid-Afrika of Egypte geleverd afweergeschut uit de lucht schoten.

De vrijdag benoemde nieuwe president Sindikubwabo en premier Jean Kombanda staan beide bekend als havikken. Sindikubwabo was een naaste mederwerker van Habyiramana en Kombanda toonde zich in het verleden tegenstander van verzoening met het RPF. De rebellen wezen daarom zaterdag onmiddellijk de nieuwe regering af en gingen in het offensief. RPF-leider Paul Kagame onderstreept echter nog steeds een politieke oplossing na te streven en uitvoering van het vredesakkoord te wensen. Het RPF kan niet alle macht opeisen, want het is geen nationale bevrijdingsbeweging. De rebellen zijn zich daar kennelijk van bewust, zij weten dat een militaire overwinning geen einde zal maken aan het bloedbad in Rwanda. Integendeel, de stammenrivaliteit zal toenemen en uiteindelijk zal de Tutsi-minderheid daarvan het grootste slachtoffer worden.