Janssen brengt humor in de Klavecimbelweek

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lev Markiz m.m.v. Guus Janssen, Annelie de Man en Menno van Delft (klavecimbel), Eleonore Pameijer (piccolo) en Nobuko Imai en Petra Vahle (altviool). Werken van Kokkonen, Van Rossem, Janssen en Denisov. Gehoord: 9/4 Waalse Kerk Amsterdam.

De Finse componist Joonas Kokkonen vergeleek eens het begin van een compositie met een mysterie. Elk werk ontspringt vanuit een ondoorgrondelijke stilte. Maar er zijn ook composities die de mysterieuze stilte willen vasthouden, die geheimzinnig beginnen om vervolgens doelbewust elke ontwikkeling te kappen. Je zou kunnen zeggen: de geboorte vindt niet plaats, de vrucht blijft zich koesteren in de warmte van de baarmoeder.

Zo'n werk is de nieuwe compositie voor strijkers en klavecimbel van Andries van Rossem, dat zaterdagavond in de Klavecimbelweek van De IJsbreker zijn première beleefde in de Waalse Kerk in Amsterdam. Het is gebaseerd op resonanties, op ruisende meditaties en wentelt zich traag om zijn eigen as. Het strijkorkest beschikt slechts over vier en het klavecimbel over vijf tonen. De componist wilde geen chromatiek, omdat het klavecimbel dan minder sterk resoneert. Zo ontstond een sfeerstuk dat even boeit, maar weinig bevredigt, omdat het naar niets voert, en een beetje lucht blijft hangen, zoals letterlijk het slot.

Meditatief bleek ook al in sterke mate het Concert voor twee altviolen, klavecimbel en strijkorkest uit 1984 van Edison Denisov. Het komt moeizaam op gang, een moeilijke bevalling (een drieling!), waarbij het concertante element geheel ondergeschikt gemaakt is aan een onderdompeling - de term is van de componist zelf - in een dicht strijkersklankbad. Ik herinner me van deze componist veel helderder en scherper geponeerde ideeën. De toonaarden zijn mystiek gekleurd en op te vatten als symbolen van het goddelijke licht.

Gelukkig, Guus Janssen houdt niet van geheimzinnigheid, laat staan van zeuren, hooguit van een beetje jennen. In Zoek voor piccolo, klavecimbel en strijkers pest hij de piccolo, door steeds weer anders geplaatste syncopen binnen de kwintolen. Eleonore Pameijer gaf geboorte aan een cadens tegen het slot, die op de première ontbrak, met materiaal ontleend aan Voetnoot 1 voor piccolo solo, speels en terzake.

Zoek bevat echter wel degelijk een meditatief begin, in de steeds weer klinkende, zachte d in de piccolo, wat me herinnerde aan Serena voor fluit en tape van Ton Bruynel met zijn steeds weer herhaalde koeren van een Franse woudduif. Maar uit dit sfeervolle begin ontspringt wel degelijk een verrassend en zelfs geestig spel in de vorm van een zoektocht naar de verloren toonsoort van D.

Aan de uitvoerenden lag het niet tijdens dit concert. Alles was tot in de puntjes voorbereid, maar de meeste muziek was niet puntig genoeg.