Hirsch Ballin wist al eerder van inval

DEN HAAG, 11 APRIL. Het was vrijdagochtend half twaalf toen CDA-lijsttrekker L.C. Brinkman te horen kreeg wat er gaande was op het kantoor van de beheersmaatschappij Arscop te Scherpenzeel, waarvan hij commissaris is. Op dat moment was de inval van ambtenaren van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en het openbaar ministerie in volle gang.

Brinkman nam contact op met het departement van justitie. Waarnemend secretaris-generaal J.J.H. Suyver lichtte hem in over de FIOD-operatie bij Arscop, een bedrijf dat het geld beheert van een firma die wordt verdacht van belastingfraude. Suyver vertelde de CDA-lijsttrekker onder meer dat justitie Brinkman niet als verdachte beschouwt. Brinkman kwam die vrijdagochtend in actie nadat zijn woordvoerder door de KRO-radio om een reactie was gevraagd op een reportage die 's avonds uitgezonden zou worden in het programma Reporter.

Minister Hirsch Ballin (justitie) was al eerder op de hoogte gesteld van de actie. Donderdagavond, tijdens de dinerpauze in het Tweede-Kamerdebat over de IRT-affaire, werd hij daarover ingelicht. Hoewel hij de verdere avond in dezelfde vergaderzaal van de Tweede Kamer verkeerde als de CDA-lijsttrekker, lichtte de minister zijn partijgenoot niet in.

Volgens de woordvoerder van Hirsch Ballin had dat twee redenen. Justitieel belang en partijbelang zouden vermengd worden als Hirsch Ballin dat wel had gedaan. Bovendien zou zo'n actie zich niet verdragen met de onafhankelijke positie van het openbaar ministerie, dat op dat moment de zaak onder zich had.

Ook Brinkmans partijgenoot staatssecretaris M. van Amelsvoort (financiën) was donderdag aan het eind van de middag op de hoogte van de zaken die komen gingen. Hij was op de hoogte gesteld door de ambtenaar op het departement van financiën die verantwoordelijk is voor de FIOD. Omdat Van Amelsvoort zich realiseerde dat het om een zaak van politiek belang ging, lichtte hij 'zijn' minister, W. Kok, in. Premier Lubbers hoorde pas van de inval van de FIOD tijdens de wekelijkse ministerraadvergadering, aan het eind van de volgende ochtend.

Brinkmans woordvoerder, F. Wester, betitelde de uren daarna de reportage als het bewijs van een “hetze” van de KRO tegen het CDA. Medewerkers van de omroep zouden de CDA-lijsttrekker hebben gebrandmerkt als verdachte van betrokkenheid bij belastingfraude zonder dat de betrokkene zich had kunnen verdedigen. Premier Lubbers verweet justitie 's avonds een “grove mate van onzorgvuldigheid” omdat justitie en KRO datum van inval en datum van uitzending op elkaar zouden hebben afgestemd. Wester noch Lubbers had op dat moment de reportage van Reporter gezien.

Pag.9: Pas 's avonds zag top van CDA de uitzending

Wester en Lubbers gingen af op berichten van Suyver, op enkele details die een medewerker van de KRO die ochtend aan Brinkmans woordvoerder Wester had doorgegeven en op NRC Handelsblad. Zo baseerde Lubbers zich op de, achteraf bezien, onjuiste mededeling in deze krant dat de inval van de FIOD door de KRO was gefilmd.

Wester meldt dat herhaaldelijke verzoeken van zijn kant aan de KRO om de band van de reportage die middag ter beschikking te stellen, werden afgewezen. Pas 's avonds om half tien zag de top van het CDA uitzending van Reporter. Die draaide vooral om de vraag of Brinkman zich niet beter op de hoogte had moeten stellen van het verleden van het bedrijf waar hij sinds 1992 commissaris is.

Verschillende Tweede-Kamerleden van het CDA reageerden na de uitzending met verbijstering. Unaniem was het oordeel over wat men als “suggestieve berichtgeving” van Reporter beschouwde. Tevens uitten zij twijfel over het beoordelingsvermogen van hun lijsttrekker. Had hij zich niet beter moeten verdiepen in de achtergronden van het bedrijf en wel een zakelijke band met familieleden moeten aangaan? Het CDA-Kamerlid G. Gerritse zei in de uitzending van Reporter dat dit laatste niet verstandig was. Toen wist hij echter nog niet dat het in de uitzending om Brinkman ging. Nadat hij dat vrijdag wel te weten was gekomen, zei Gerritse bij zijn woorden te blijven.

Alle andere openbare uitlatingen van CDA-politici die avond en het afgelopen weekeinde waren er echter op gericht de KRO-reportage en het optreden van FIOD en openbaar ministerie van kritische kanttekeningen te voorzien. Daarbij werd zorgvuldig vermeden in die kritiek de 'eigen' bewindslieden te betrekken: Hirsch Ballin (justitie) en Van Amelsvoort (financiën), politiek verantwoordelijk voor respectievelijk het openbaar ministerie en de FIOD.

De positie van lijsttrekker Brinkman is publiekelijk nog door niemand ter discussie gesteld. Formeel staat zijn eerste positie op de kandidatenlijst van het CDA vast, nu de indiening van de kandidatenlijsten bij de Kiesraad is gepasseerd. Deze lijsten zijn afgelopen vrijdag gepubliceerd in de Staatscourant. Volgens de Kieswet kan Brinkmans plaats niet ingenomen worden door iemand die niet op de lijst staat. Hooguit kan zijn plaats worden ingenomen door de nummer twee op de lijst, Y. van Rooy, de huidige staatssecretaris van economische zaken.

Premier Lubbers relativeerde vrijdagavond wel enigszins Brinkmans rol in de campagne. Zo kondigde hij aan meer dan tot nu toe te proberen het kabinetsbeleid aan de kiezer uit te leggen. Verder zei hij in het wekelijkse televisiegesprek vrijdagavond: “We moeten de zaak niet verpersoonlijken, alsof het erom gegaan is dat per se deze man premier moet worden en dat er anders geen leven meer is hierna. Zo is het natuurlijk niet.”

    • Kees Versteegh