Een week in Moskou

Mijn reeks colleges in Moskou vond plaats in het oude hoofdkantoor van 'Gosplan', het Russische Centraal Planbureau. Eén lift was drie keer groter dan normaal, met een verstevigde metalen vloer voor het transport van de grote mainframe computers die vroeger de Russische economie in kaart brachten. Nu heeft Rusland geen Centraal Planbureau meer, en twee verdiepingen van het nog steeds militair bewaakte gebouw zijn verhuurd aan de Higher School of Economics, een initiatief van ex-premier Gaidar voor post-academisch onderwijs.

“Wat is er gebeurd met de vroegere medewerkers van Gosplan”, vroeg ik naïef. “Die zijn nu ambtenaar op het ministerie van privatisering.” Alsof onze statistici van het Centraal Planbureau direct overstappen naar de raad van bestuur van ABN-AMRO om niet één, maar honderd KPN's naar de markt te brengen, en dat ook nog met tien procent inflatie per maand.

Het Russische geboortecijfer is twintig procent lager dan in 1992 - een dramatische teruggang die doet denken aan de Nederlandse cijfers tijdens de Tweede Wereldoorlog. En voor de nieuwe Russische burgers ziet de toekomst er letterlijk niet gezond uit. De levensverwachting voor Russische mannen is 62 jaar, bijna 15 jaar minder dan in het Westen. De sterftecijfers zijn 21 procent hoger dan in 1992 en de regering schrijft: “wij veronderstellen dat de levensverwachting in Rusland blijft dalen. Het sterftecijfer neemt gestaag toe door ongelukken, alcoholvergiftiging, moord en zelfmoord, en meer algemeen door hartziekten en longkanker.”

De situatie is veel ernstiger dan twee jaar geleden, maar in de smeltende sneeuw van Moskou staan nu kleurige reclameborden voor nachtclubs en banken. De aandelenindex voor de geprivatiseerde Russische banken is in een paar maanden bijna verdrievoudigd en dat is geenszins ontsnapt aan de aandacht van de Russische mafia. De georganiseerde criminaliteit beperkt zich niet - zoals in het Westen en Japan - tot drugs, prostitutie, gokken en de bouw, maar terroriseert ook horeca, detailhandel en de financiële sector. Dus moeten de nieuwe privébedrijven extreme winstmarges maken om na aftrek van heffingen door gangsters te kunnen overleven.

In de staatssector is dan wel een kwart van de staatsbedrijven geprivatiseerd, maar wat dat precies inhoudt is niet duidelijk. Mijn Russische collega's zien nog te veel voorbeelden van managers die zich storten in schimmige joint ventures om zo dollars op buitenlandse rekeningen te verzamelen, parasiterend op hun eigen staatsbedrijf.

Hoe kan het ook anders? Er is geen behoorlijk kadaster, geen duidelijke faillissementswetgeving, geen zekerheid over het belastingstelsel en een alles doordringende corruptie. De dollars die het land verlaten zijn een veelvoud van de schaarse directe investeringen die Rusland binnenkomen. De nu al hoge inflatie zal binnenkort versnellen tot een hyperinflatie met prijsstijgingen van meer dan vijftig procent per maand.

De Russische autoriteiten hebben de bankbiljettenpers zo hard nodig omdat zij de belastingen nog niet kunnen organiseren. In tegenstelling tot Polen, Tsjechië en Hongarije is er geen private sector die snel groeit, werkgelegenheid schept en belasting betaalt. Hoewel de lonen armzalig laag zijn (150 gulden per maand) is de situatie in Rusland tragisch anders dan in de lage-lonen-landen van Zuid-Oost Azië. Die hebben meestal een tekort op hun buitenlandse handel, en kunnen dat gemakkelijk financieren omdat internationale bedrijven er graag een nieuwe fabriek openen.

Het doodzieke Rusland heeft echter een overschot op de internationale handel van naar schatting twintig miljard dollar per jaar. Die dollars komen terecht bij taxichauffeurs en gangsters, of vinden hun weg naar de buitenlandse bankrekeningen van de managers in de grote (staats)bedrijven.

Het gigantische overschot op de buitenlandse handel is het bewijs dat effectieve hulp aan Rusland op dit moment anders moet zijn dan financiële steun aan de overheid. Binnenkomende dollars vertrekken even snel als vluchtkapitaal uit Rusland als uit Brazilië of Argentinië tien jaar geleden.

Hulp zou moeten bestaan uit heel concrete steun aan regio's of districten die ernst maken met de kwaliteit van belastingdienst, kadaster en politie. Die zogenaamde 'zachte infrastructuur' van de markteconomie is nog afwezig, en dat weerhoudt buitenlandse investeerders ervan om te profiteren van lonen die twintig keer lager zijn dan in Nederland. Er komt dus geen kapitaal het land in.

Tegelijkertijd lopen Russische burgers en bedrijven stuk op bureaucratie, een onzeker belastingregime en wankele eigendomsrechten, en gaan dus zoeken naar veilige besparingen. En dat is niet een Russische bankrekening die veel te weinig rente betaalt om de inflatie bij te houden. Nee, een betere vorm van sparen is een envelop met dollars, of - nog beter - dollars in een buitenlandse bank. Zo onttrekken de besparingen zich aan het eigen, binnenlandse bankwezen.

Het proces doet denken aan de tijd dat India nog stagneerde en Indiërs spaarden door goud op te potten. Individueel was dat rationeel, maar voor het land als geheel niet behulpzaam. Nu India meer economische vrijheid heeft, lagere belastingen en een mindere gereguleerde handel gaan de besparingen niet meer in gouden sieraden maar in de financiële sector en is er bankkrediet en aandelenkapitaal voor Indiase ondernemers.

Rusland is nog niet zover en ligt nu jaren achter op Tsjechië, Polen en Hongarije. Zolang de kapitaalvlucht voortduurt en de besparingen niet terechtkomen in een betrouwbaar binnenlands financieel systeem blijft die achterstand en moet Rusland de vroegere 'satellieten' zien voorgaan. Zo vergaat de roem van de eenmalige superpower.

Uit Nederlands eigenbelang en uit respect voor de Russen die sneuvelden om ons van Hitler te verlossen, moeten wij nu assisteren bij het opbouwen van de rechtsstaat. Dat vereist geld én politieke aandacht. Ik hoop dat de volgende minister van financiën meer tijd besteedt aan Oost-Europa dan de overbelaste minister, vice-premier en partijleider Kok. Die moest uit tijdgebrek alles overlaten aan zijn ambtenaren en dat werkt niet in een tijd van grote veranderingen. (Denk terug aan Koks genante ambtelijke platitudes tijdens het bezoek vorig jaar aan de Oekraïne).

Laat zijn opvolger de financiële banden met Oost-Europa zo nodig delegeren aan een staatssecretaris voor internationale financiën. Bijna honderd miljoen mensen in Oost-Europa kijken naar Nederland als leider van hun kiesgroep bij het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank, en dat vraagt om meer politieke leiding en creativiteit dan Kok kon bieden. Zo'n aparte staatssecretaris zou ook De Nederlandsche Bank kunnen aanmoedigen om meer te helpen bij de meningsvorming hier in Nederland over al die Oosteuropese landen. President Duisenberg hield lang geleden een interessante toespraak in Wenen, maar sindsdien is van hem niet veel meer gehoord over Oost-Europa, opnieuw door gebrek aan aanmoediging door een toegewijd politicus. Nederlandse banken, zowel ING als ABN-AMRO zijn actief; van Financiën en De Nederlandsche Bank zouden wij meer mogen verwachten.

    • E.J. Bomhoff