Drakerig stuk Dumas krijgt bij Discordia frisse nonchalance

Voorstelling: Mademoiselle de Belle-Isle van Alexandre Dumas door Maatschappij Discordia in een vertaling van Maatschappij Discordia. Spel: Frieda Pittoors, Ditha van der Linden, Jan Joris Lamers, Bart Oomen, Maureen Teeuwen, Matthias de Koning, Annet Kouwenhoven. Gezien: 9/4 Felix Meritis, Amsterdam. Op 12 en 13 en 25 t/m 30/4 aldaar; elders t/m 16/5.

Alexandre Dumas père schreef als een bezetene omdat hij steeds in geldnood zat. Zijn komedie Mademoiselle de Belle-Isle had hij in twee dagen af. Hij kreeg er een flinke zak duiten voor en werd er bovendien populair mee: van 1838 tot 1898 stond het stuk onafgebroken op het repertoire van de Comédie Française. Tegenwoordig kennen we Dumas alleen nog als de schrijver van De drie musketiers. Niet geheel ten onrechte is zijn toneelwerk in vergetelheid geraakt: Dumas' komedies zijn met veel actie opgepepte melodrama's waar de pathetiek vanaf druipt.

Plaats van handeling: een boudoir in een kasteel te Chantilly bij Parijs. Markiezin de Prie ontvangt hier haar gasten. Een driehoekige speelvloer, aan twee zijden begrensd door hoge schuttingen, geeft in de enscenering van Discordia aan hoe benauwd het daarbinnen moet zijn. De ruimte kan alleen betreden worden via smalle openingen in de schuttingen en alleen al die entree heeft iets illegaals. Wie ook maar één stap doet in deze sinistere salon, raakt verstrikt in een web van intriges.

De argeloze Mademoiselle de Belle-Isle is helemaal uit Bretagne naar Chantilly gekomen om gratie te vragen voor haar vader, die in de Bastille gevangen zit. Wellicht kan Madame de Prie haar helpen, die heeft immers amoureuze betrekkingen met de eerste minister. Helaas onderhoudt Madame tevens een relatie met de Duc de Richelieu, die op zijn beurt jacht maakt op de Mademoiselle. Bij wijze van wraak zet de markiezin het meisje als pion in haar geraffineerde schaakspel in, met alle ellendige gevolgen vandien, maar uiteindelijk triomfeert de ware liefde.

Zo ingewikkeld als de plot in elkaar zit, zo simpel is de moraal die Dumas père hier predikt. De verdorven stedelingen staan lijnrecht tegenover de onbedorven provincialen. Opportunisme legt het af tegen onbaatzuchtigheid en een berekenende instelling moet uiteindelijk plaatsmaken voor een romantischer kijk op het leven.

Om van zo'n drakerig stuk een frisse voorstelling te maken zonder het origineel te parodiëren, is een hele prestatie. De vaak zo ontnuchterende nonchalance van Maatschappij Discordia heeft hier wel degelijk een dramatisch effect. Kleine versprekingen gaan naadloos over in het gestamel dat bij grote opwinding hoort. Opgewonden is iedereen de hele tijd, dat schrijft het genre nu eenmaal voor. Men spreekt met overslaande stem, hinkt nerveus van het ene been op het andere of beukt een paar maal stevig met zijn kop tegen de zitting van de Louis Seize-bank. Die zorgeloze overdrijving geeft het spel iets lichts, terwijl de personages voldoende in hun waarde worden gelaten.

Sterker nog: zij krijgen een paar subtiele karaktertrekken mee, iets waar Dumas in zijn haast niet aan toe kwam. Frieda Pittoors oogt als een gemene markiezin die zelf onder haar gemeenheid lijdt, Annet Kouwenhoven speelt een jongensachtig spontane Mademoiselle en Jan Joris Lamers als de Duc de Richelieu is de cabareteske leverancier van aforismen. Zijn commentaar op dit soort toneel werkt relativerend. “Wat moet dat allemaal worden?” vraagt de Duc zich bij het zien van de schandelijke kuiperijen af, en hij geeft zelf vergenoegd het antwoord: 't Is “amusant, mits gecompliceerd genoeg!”

    • Anneriek de Jong