De boodschapper

MEDIABERICHTGEVING HEEFT maatschappelijke effecten en daarom past de verheven boodschapper op gezette tijden enige zelfbezinning. De KRO-reportage over een justitiële inval bij een bedrijf waar CDA-fractieleider Brinkman commissaris is, vormt zo'n moment. Dat de CDA-top direct de aanval op de media verkoos boven een inhoudelijk antwoord vormt geen reden deze vragen uit de weg te gaan. Degenen die nog het meest reden hebben zich te beklagen zijn een aantal collega's van Brinkman in de Tweede Kamer. Ze werden door Reporter geinterviewd over commissariaten met achterwege laten van de mededeling dat hun uitlatingen rechtstreeks in verband zouden worden gebracht met de fractieleider. Het is zeker niet zo dat hun verklaringen er met de haren werden bijgesleept, maar dat neemt niet weg dat zij zich persoonlijk met enige reden genomen kunnen voelen.

Het uit de context brengen van informatie is bij een impressionistisch medium als televisie toch al een probleem. Nog niet zo lang geleden was een verslaggever (niet van de KRO) te zien die uit Zuid-Korea meldde dat de dreiging uit Noord-Korea bezig was op te lopen. Zijn verhaal op locatie werd geillustreerd met beelden van een Noordkoreaanse parade. Maar die beelden waren oud. Ook als er bij wordt gezet dat het archiefbeelden zijn is voor de kijker toch het probleem “je ziet niet wat je ziet”. Het is de aard van het medium, maar zij vormen niet altijd een bijdrage aan een rationele discussie over de publieke zaak.

DE KERNVRAAG IS of Reporter de man in plaats van de bal heeft gespeeld. Het valt niet te betwisten dat commissariaten van Kamerleden een aangelegenheid van openbaar belang zijn. Dat blijkt alleen al uit de omstandigheid dat zij geacht worden deze functies te melden.

Maar is een gelegenheid tot wederwoord voor de betrokkene niet het minste? Dat is minder vanzelfsprekend dan het schijnt. Een justitieel onderzoek is een autonoom nieuwsfeit, ook zonder dat iedereen die er mee te maken heeft hoeft te worden gevraagd hoe hij dat ervaart. Brinkman heeft volgens de KRO echter gelegenheid gehad zijn commentaar te geven op de reportage, met anderhalf uur tijd van voorbereiding.

Was de timing van de reportage dan toch niet wat erg toevallig, net nu de verkiezingscampagne goed op gang begint te komen?

Dat het voor Brinkman een ongelegen moment is, valt niet te ontkennen en de vraag is of dat te vermijden viel. De primaire plicht van de media is te publiceren zodra een verhaal rond is. Laten zij andere overwegingen meewegen dan stellen zij zich bloot aan het verwijt dat zij medespelers zijn in plaats van boodschappers.