C.N. VAN DIS (1923-1994); Kundig Kamerlid

Zaterdagavond is in zijn huis in Den Haag het SGP-Kamerlid Cornelis Nicolaas van Dis overleden. Van Dis is 71 jaar oud geworden. Hij leed aan slokdarmkanker. Sinds vorig jaar november was Van Dis om die reden niet meer in de Tweede Kamer verschenen.

Zaterdagmorgen is hem door Kamervoorzitter Deetman nog een koninklijke onderscheiding voor zijn langdurig Kamerlidmaatschap verleend. Hij werd benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau.

Van Dis volgde in 1971 zijn vader op als Kamerlid voor de SGP. De vader van Van Dis, met wie hij overigens vaak werd verward, heeft met een korte onderbreking van 1929 tot 1971 het Kamerlidmaatschap bekleed.

Van Dis stond bekend als een kundig Kamerlid. Met name op het gebied van economie en financiën werd zijn inbreng alom gewaardeerd, een reputatie die nog werd versterkt door zijn rol in de enquêtecommissie die de RSV-zaak onderzocht. Na zijn studie aan de HBS had Van Dis zich gespecialiseerd in het belastingrecht. Achtereenvolgens was hij daarna werkzaam op de afdeling begrotingszaken van het ministerie van financiën en bij de rijksaccountantsdienst in Rotterdam. Tot 1982 was hij behalve Kamerlid ook lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland.

Binnen de SGP vertegenwoordigde Van Dis de Christelijk Gereformeerde Kerk. Hij betreurde de teloorgang in de samenleving van christelijke waarden en normen zeer. Al in 1973 bracht hij de toenmalige energiecrisis in verband met “het feit dat de Nederlandse samenleving meer en meer de fundamentele grondslagen, waarop in het verleden onze nationale zelfstandigheid was gebaseerd, heeft verlaten en nog verlaat”. Hij haalde daarbij de profeet Hosea aan, die in zijn profetiën zegt dat “de Heere een twist heeft met de inwoners van het land, omdat er geen trouw noch weldadigheid noch kennis van God in het land is, maar vloeken en liegen en doodslaan en stelen en overspel doen.”

Ook in de Tweede Kamer signaleerde Van Dis afnemende aandacht voor de levensbeschouwelijke kant van de besproken onderwerpen. Zelf las hij graag theologische en geschiedkundige werken. In 1989 zei Van Dis in een interview dat in tegenstelling tot de tijd waarin zijn vader nog Kamerlid was, de SGP “nu van andere fracties nooit meer een uitdagende vraag krijgt”. Op bijbelse noties werd volgens hem nauwelijks meer gereageerd, wat hij toeschreef aan toenemende onkunde op dat gebied. Hetzelfde gold volgens hem voor de media, die nog de meeste belangstelling aan de dag leken te leggen voor Kamervragen van de SGP als die bijvoorbeeld gingen over de gratis verspreiding van Playboy onder de Nederlands blauwhelmen in Joegoslavië.

Voor Van Dis gold dat het hier geenszins ouderwetse opvattingen betrof. “De bloei van de kerk heeft altijd geleid tot zegen voor de hele natie.”