Canadese balletgroep kundig, maar artistiek niet opzienbarend

Dansgezelschap: Les Grands Ballets Canadiens. Programma: Agon, Balanchine / Strawinsky. Open Blue, Mark Godden / Michael Torke. Chambre, Mark Godden/ Christopher Rouse. Désir, James Kudelka / Serge Prokofiev. Gezien: 7 april, AT&T Danstheater, Den Haag. Verder: 10/4 Sittard, 11/4 Amsterdam, 12/4 Velsen, 13/4 Den Bosch, 16/4 Terneuzen, 17/4 Nijmegen.

Het in Montreal gevestigde Les Grands Ballets Canadiens behoort met het in Toronto residerende Nationale Ballet van Canada en het Royal Winnipeg Ballet tot de drie grote gevestigde Canadese balletgroepen. Het werd in 1958 opgericht door Ludmilla Chiriaeff en wordt sinds vijf jaar geleid door Lawrence Rhodes, de internationaal uitbundig geroemde danser die gedurende het seizoen 1970/71 als solist aan Het Nationale Ballet verbonden was. Het gezelschap heeft naast het klassieke 19de-eeuwse repertoire veel eigentijdse choreografieën op het programma staan, waaronder die van Nils Christe, Hans van Manen en Nacho Duato.

Deze maand is Les Grands Ballets Canadiens in een aantal plaatsen in Nederland te zien met verschillende programma-onderdelen. Den Haag viel de openingsvoorstelling te beurt met prinses Margriet als eregaste. Bekend voor Nederland was Agon van George Balanchine, dat geen slechte, maar een weinig spirituele uitvoering kreeg van dansers die wel vakmanschap, maar nauwelijks persoonlijkheid toonden.

De daarop volgende pas de deux Open Blue van de Canadese choreograaf Mark Godden zag er in de vertolking van Min Tang en Min Hue Zhao al heel wat meer ontspannen uit. Het is een kundig in elkaar gezet duet in de traditionele stijl, speels, vlot en met technische hoogstandjes in een decor van stijgende wolken die zo uit de vorige eeuw geplukt leken.

Mark Goddens tweede bijdrage Chambre, op muziek van Christopher Rouse, had een totaal ander karakter, maar bevestigde het gerezen vermoeden dat Godden nauwelijks over een eigen inventiviteit beschikt. Het was of er een serie citaten uit Jiri Kylian's vroegere werk voorbij trok, zowel wat bewegingsmateriaal als wat ruimtelijke opstelling van de vijf paren betreft. Nu kan een choreograaf een slechter voorbeeld kiezen, maar voor verwende Nederlandse ogen werkt zoiets op zijn zachtst gezegd onbevredigend.

Chambre heeft als thema de machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen. De vijf vrouwen presenteren zich in eerste instantie als een onverzettelijke groep, het bovenlichaam in een massief borstkuras. De mannen zijn verscholen achter hun wijd uitgespreide rokken en liggen letterlijk aan hun voeten tot zij de vrouwen van hun wapenrusting ontdoen en de machtspositie overnemen. Dan worden de kwetsbare vrouwen over de grond gesleept en worden hun benen als bloemstampers omhoog getrokken. Daarna wisselen de rollen constant en wordt er een soort gewapende vrede bereikt. Godden laat zich sterk leiden door de van stevige explosies voorziene muziek. Zo sterk dat er nooit een verrassing ontstaat en bijna alles voorspelbaar wordt. De dansers voelden zich in dit werk duidelijk beter thuis.

Désir van de eveneens Canadese choreograaf James Kudelka, gezet op walsen van Prokofjev uit diens Cinderella en Oorlog en Vrede, is een puur dansstuk met een duizelig makende hoeveelheid acrobatisch tilwerk. Terwijl hun lichaam op de eigen as draait worden de zeven vrouwen door hun partners moeiteloos in allerlei posities de lucht in gegooid, over de schouders geworpen of rond de torso geslingerd. Dat alles in een hoog tempo en met veel onverwachte details en plotselinge wisselingen van richting, die lang niet altijd even exact konden worden uitgevoerd. De vuurrode, wat Spaans aandoende kostuums benadrukken het gepassioneerde karakter. Ook hier waren de dansers - en vooral Andrea Boardman - goed op dreef. Les Grands Ballets Canadiens presenteerde zich in deze voorstelling als een symphatiek maar artistiek niet bijster belangwekkend gezelschap.

    • Ine Rietstap