Algerije: devaluatie van de dinar op een zeer slecht moment

Op het slechtst denkbare moment heeft de Centrale Bank van Algerije dit weekeind na een half jaar van onderhandelen met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) de nationale munt, de dinar, gedevalueerd met iets meer dan veertig procent.

Daarmee heeft het IMF de kraan geopend voor kredieten, die dit jaar tussen de vier en vijf miljard dollar zullen bedragen, onder andere van het IMF zelf (een miljard dollar), van Frankrijk (een miljard dollar) en van de Wereldbank en de Europese Unie. Tevens heeft de beslissing de weg vrijgemaakt voor overleg met de belangrijkste kredietverstrekkende landen, de zogenaamde Club van Parijs, om de Algerijnse buitenlandse schulden te 'herstructureren', dat wil zeggen op de lange baan te schuiven in ruil voor grootscheepse Algerijnse concessies.

Deze besluiten, die in Algerije als een volledige capitulatie voor het Westen worden gezien, komen ten minste vijf jaar te laat. Al die tijd weigerden de Algerijnse autoriteiten zich in de armen van het IMF te storten. Zij vreesden dat de dringend noodzakelijke economische herstructereringsmaatregelen tot een sociale - en dus tot een politieke - explosie zouden leiden. Maar zij beriepen zich daarbij op “de nationale trots van het Algerijnse volk”. Nu echter de Algerijnse staat vrijwel failliet is en het land elke week iets dieper in een bloedige burgeroorlog wegzakt, was het niet langer mogelijk met behulp van holle woorden aan de realiteiten te ontsnappen.

Er was geen keus meer. De staatskas is leeg, nu de export van olie en aardgas zelfs niet langer meer de terugbetalingsverplichtingen dekt over de buitenlandse schuld van 26 miljard dollar. Bij de opstelling van het regeringsbudget voor 1994 ging men nog uit van inkomsten van elf tot twaalf miljard dollar, uitgaande van een olieprijs van 20 dollar per vat. Maar door de val van de olieprijzen naar 13 dollar zijn de geschatte inkomsten van Algerije voor dit jaar naar acht miljard dollar getuimeld, terwijl men alleen al voor de afbetaling van de buitenlandse schulden 9,4 miljard dollar nodig heeft. Er was dus geen geld meer voorradig om de import van de allernoodzakelijkste levensmiddelen en medicijnen ten bedrage van 2,5 miljard dollar te betalen, aangezien Algerije zelf slechts dertig procent van zijn voedsel produceert.

Of het land de thans genomen economische saneringsmaatregelen politiek zal overleven is zeer de vraag. Voorlopig zullen de burgers er alleen de nadelen van ondervinden. Want de devaluatie zal de olie- en aardgasexport niet concurrerender maken, aangezien deze produkten al in dollars werden afgerekend en Algerije zich aan het door de OPEC vastgestelde produktieplafond moet houden. Daarentegen zullen de geïmporteerde produkten ongekend duur worden, omdat de Algerijnse regering zich in feite tegenover het IMF verplicht heeft de belangrijkste subsidies af te schaffen. De bevolking wist al dat er nog zwaardere tijden aanbraken, toen vorige maand van de ene op de andere dag de prijzen van de belangrijkste levensmiddelen, waaronder brood, melk en griesmeel, met 75 tot honderd procent duurder werden. Nieuwe, zeer drastische prijsstijgingen zullen binnenkort volgen.

De toch al verlieslijdende staatsfabrieken, die bijna alle diep in de schulden zitten, zullen door de devaluatie tegen veel hogere kosten moeten produceren. Zij exporteren al vrijwel niets van hun produkten en kunnen in de beste gevallen nog maar voor twintig procent werken omdat zij geen deviezen hebben voor de import van hun onderdelen en grondstoffen. Deze staatsondernemingen - maar ook de privé-ondernemingen, die veel beter functioneren - worden nog eens extra benadeeld, omdat de Centrale Bank tegelijkertijd met de devaluatie de rente-tarieven van elf naar 15 procent heeft verhoogd, teneinde een hollende inflatie tegen te houden.

Die inflatie bedraagt volgens de overheid thans al 25 procent, maar is volgens de economische deskundigen veel hoger. Vast staat dat een groot deel van de bestaande ondernemingen de getroffen maatregelen niet kunnen overleven en dus moeten sluiten. Daardoor verliezen naar schatting nog eens een half miljoen mensen hun werk, terwijl er officieel - en in strijd met de veel ongunstiger reële cijfers - al meer dan twee miljoen Algerijnen werkloos zijn.

Weliswaar heeft de minister van economische zaken aangekondigd dat de werklozen en de zeer laag betaalden door de regering financieel geholpen zullen worden met behulp van speciaal in het leven te roepen fondsen. Maar het 'sociale vangnet' dat al in februari 1992 van overheidswege werd aangekondigd, bleek een flop te zijn en niet te werken.

De UGTA, de algemene vakcentrale, die op papier heel machtig is, maar in werkelijkheid geen tanden meer heeft, heeft aangekondigd dat zij tot grote stakingen zal oproepen als de gevolgen van de genomen maatregelen “ondragelijk” zullen blijken te zijn. Dat is waarschijnlijk nog de minste zorg van de regering, die erop moet rekenen dat de aanzwellende sociale nood een deel van de ontslagen werknemers regelrecht in de armen van de gewapende islamitische groepen zal drijven. Die zijn zeer tevreden. Zij hebben al laten weten dat de overheid haar terreur-campagne tegen de islamitische gewapende groepen onlangs heeft opgevoerd “om het volk de IMF-pil van de verarming te doen slikken”.

    • Michael Stein