Wie houdt van kleine beleggers?

In de top van Philips zitten straks mannen van Ahold, Unilever en Douwe Egberts. Ze trekken die zware jongens met ervaring in consumentenzaken aan om het publiek te dienen en amuseren, de beste garantie voor continuïteit. De te licht bevonden eigen kweek gaat naar de reservebank, lagere teams of vliegt eruit. Voetbal en ondernemen in Eindhoven hebben veel gemeen. De fluwelen hamer van Jan Timmer, een interessant onderwerp om op te promoveren.

Eén conclusie zal zijn dat het vaak slecht gaat, wanneer het goed gaat. Leiding en toezichthouders vallen in slaap door de goede resultaten, de onderneming vervet en dijt uit. Niemand durft of kan harde maatregelen te nemen, tot het tij keert.

In de beurswereld, waar de zaken prima lopen, bemerk je ook weinig drang tot inspirerende daden om het (beleggers)volk warm te maken voor bewust beleggen, spelend te interesseren voor het bedrijfsleven, internationale economie en alles wat er verband mee houdt. Een koersverandering ligt niet voor de hand, want de beurs en Philips lijken niets op elkaar.

Philips moet vechten in een grote, boze wereld vol bikkelharde concurrenten. De beurs is monopolist die zichzelf controleert in een klein land met een geliefde, stabiele munt en een stuk of tien populaire aandelen. Een dorp waar iedereen elkaar kent en respecteert. Alleen Londen biedt enig weerwerk, maar er is genoeg omzet voor iedereen. Wie maalt nog om particulieren die zelf actief willen beleggen?

Grote financiële instellingen in ieder geval niet. Door fusies en samenwerkingen is hun basis zo breed dat het geld toch wel binnenstroomt: door beleggingsfondsen, beleggingsplannen of verzekeringen die premies beleggen in aandelen. Dus: vet en gebrek aan dienstbaarheid.

Een withete lezer vertelt dit. We zijn erg gelukkig met onze stamhouder. Opa denkt goed te doen door voor de kleinzoon een portefeuille op te bouwen en koopt 1 aandeel Koninklijke Olie voor 191,70. De bank rekent 42 gulden kosten en reageerde (te) laconiek als grootvader boos reageert: 'Ons minimumtarief.'

Het is denkbaar dat bemiddelaars zo'n order (vergelijkbaar met een storting op of cadeau voor een nieuwe spaarrekening) gratis doen. Bij voorbeeld om het lange termijn beleggen van jongsaf af aan te stimuleren.

Moeten wij dat doen, zullen banken en commissionairs vragen, druk met de korte termijn en grote klanten. Misschien niet. Is het iets voor bedrijven die op de effectenbeurs risicokapitaal binnenhalen en er hun aandelen op een bepaalde prijs (koers) laten waarderen? Ja, zeker.

Maar die bedrijven lopen op een enkele uitzondering na in een tredmolen: aandelen gaan via banken en commissionairs heen en weer tussen beleggers. Ze zijn kortzichtig en lui en geven de voorkeur aan grootbeleggers. Een voorbeeld.

KLM meldt trots ruim 21 miljoen aandelen tegen 44 gulden per stuk te hebben uitgegeven. Samen goed voor 1,2 miljard gulden, vooral dankzij de belangstelling van internationale beleggers. Je kan ook stellen dat KLM de boot bij particuliere beleggers heeft gemist. Men had tijdens de uitgifteperiode iedere klant een of meer nieuwe aandelen cadeau moeten geven. Dat scheelt een paar miljoen op de opbrengst, maar je kweekt wèl goodwill. Wie wil er niet met z'n eigen maatschappij vliegen?

Albert Heijn begrijpt dit beter. Het beleggingsfonds voor de vaste klanten, dat belegt in aandelen Ahold (de moeder van de winkel) en leningen, kende tot voor kort de ingewikkelde omweg via boodschappen, zegels plakken tot drie volle boekjes en dan omruilen voor een unit in het fonds. Het liep niet zoals de bedenkers verwachtten. Daarom mag iedereen nu meedoen, na overmaking van minstens 150 gulden. Dus geen boodschappen, zegels en boekjes meer. Zo kunnen ook onervaren beleggers iets doen in en meeleven met Ahold.

Nu Philips: voor kleine beleggers het Oranje van de financiële wereld. Dit jaar ging het aandeel van 40 naar circa 55 gulden. De nieuwe mannen in de top zullen toch begrijpen dat je klanten kan winnen en binden door ze aandelen te verkopen of geven? Met zoveel consumentenproducten moet er toch iets te bedenken zijn? Tot slot dit. Een Haarlemse lezer belegt al jaren met plezier in de VS als lid van de NAIC, de National Association of Investors Corporation, open voor zowel clubs als individuele leden. De vier clubprincipes zijn: investeer regelmatig, stop alle inkomsten opnieuw in aandelen, beleg in bedrijven die groeien en spreidt over minstens twaalf fondsen.

De NAIC houdt wèl van kleine beleggers, zoals blijkt uit het low cost investing plan om zonder kosten één of meer aandelen te kopen en het dividend reinvestment plan bedoeld om dividend automatisch om te zetten in aandelen.

Zoiets slaagt alleen met krachtige voortrekkers. Iets voor de heren Heijn en Heineken?

    • Adriaan Hiele