Begin in het noorden niet over windmolens

Windmolenparken in de Veenkoloniën

Het verzet in Groningen en Drenthe tegen twee windmolenparken verhardt, met dreigbrieven aan bedrijven. ‘Den Haag’ krijgt de schuld.

Oud-gedeputeerde en Tweede Kamerlid William Moorlag staat op een pamflet afgebeeld, met daarbij de tekst ‘De beul van Meeden’. Het is onbekend wie achter de actie zit. Foto ANP

In Nieuw-Buinen, een Drents lintdorp met huizen in rode baksteen, woont de enige die tot nog toe is veroordeeld vanwege het verzet tegen de windmolenparken. Nadat in 2016 in de naburige dorpen brand werd gesticht bij voorstanders van de windparken, stuurde de 58-jarige man die winter samen met anderen onaangename kerstkaarten rond: „Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wat staat er nu weer in de brand?”

Vanwege zijn recente veroordeling – hij kreeg een week voorwaardelijke celstraf wegens bedreiging – wil hij niet met zijn naam in de krant. Hij is ervan overtuigd dat een dorpsbewoner hem al eens met een tractor probeerde aan te rijden.

Op zijn kliko’s heeft hij stickers geplakt, en aan de gevel hangt een spandoek zoals die ook elders in het dorp te vinden zijn. „Zonnepanelen JA, windmolens NEE.” In zijn grote achtertuin wijst hij aan waar de windturbines komen: aan de horizon, achter een bomenrij. Dat het misschien wel meevalt met het uitzicht, bestrijdt hij. „En ze geven ook laagfrequent geluid dat schadelijk kan zijn.”

Brandstichting, intimiderende kerstkaarten, posters waarop lokale politici als nazibeulen werden neergezet. Meer dan honderd zelfgemaakte projectielen in akkers, om oogstmachines te beschadigen. Het verzet tegen twee grote windparken, gepland in Drenthe en Groningen, werd de afgelopen twee jaar steeds rauwer.

Nu is het bedrijfsleven aan de beurt. Ten minste 34 bedrijven en hun medewerkers die zich bezighouden met de bouw en planning van deze windparken kregen in juni een dreigbrief, berichtte het Dagblad van het Noorden vorige week. „Het gaat steeds een stapje verder”, zegt Mirjam Davidson van energiebedrijf Innogy dat een dreigbrief ontving. „Deze brieven zijn de climax.”

De ontwikkeling van windparken op land verloopt moeizaam. Te moeizaam, meldde minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) twee weken geleden aan de Tweede Kamer. In 2020 zullen er te weinig windmolens zijn gebouwd om de wettelijk vastgelegde doelen voor duurzame energie te halen. Een gebrek aan „lokaal draagvlak en acceptatie” noemde Wiebes als een van de belangrijkste knelpunten.

Voor 2030 moeten op het Nederlandse vasteland nog tientallen wind- en zonneparken worden bijgebouwd. Daarvoor is steun van omwonenden cruciaal.

‘Het wordt hier straks een oorlogssituatie’

Hoezeer het mis kan gaan, blijkt uit het voortslepende conflict dat de Groningse en Drentse veengebieden nu al jaren in zijn greep houdt, en waarin zelfs het Rijk en gemeenten lijnrecht tegenover elkaar staan. Beide parken worden volgens plan in 2019 en 2020 gebouwd. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan, voorspelt Jan Nieboer van de Drentse actiegroep Platform Storm: „Wij houden ons aan de wet, maar er zijn hier mensen die hun emoties minder onder controle hebben. Het wordt hier straks een oorlogssituatie.”

De twee grote windparken zijn gepland rond de lintbebouwing van de veenkoloniën: 35 molens langs de N33 bij het Groningse Veendam, en 45 molens in het oosten van Drenthe. De wieken van de molens zullen zo’n 200 meter hoog reiken.

Als de parken gebouwd zijn, liggen ze bijna tegen elkaar aan en strekken zich uit over ruim 30 kilometer. Ze behoren dan tot de grootste windparken op het Nederlandse vasteland: eind 2020 zullen ze goed zijn voor 270 megawatt (MW) op ruim 5.100 MW aan windmolens op land.

Beide parken zijn al bijna tien jaar in voorbereiding. De vergunningen en subsidies liggen er; de kans dat ze er komen, is groot. De plannen voor ‘Windpark De Drentse Monden en Oostermoer’ zijn in februari door de Raad van State goedgekeurd, ondanks bezwaar van omwonenden en gemeenten. Ook het plan voor het Groningse ‘Windpark N33’ ligt bij de Raad van State; de zitting is naar verwachting komende herfst.

De tegenstanders vinden dat windmolens het uitzicht verpesten, geluidsoverlast en slagschaduw veroorzaken en de waarde van hun huizen doen dalen.

Lees ook: Gemeenten zetten hun windmolens liefst in achtertuin andere gemeente

Zulke bezwaren zijn er in heel Nederland, maar in Drenthe en Groningen is het verzet opvallend agressief.

Hoe kon het zo uit de hand lopen? Uit gesprekken met vijftien betrokkenen blijkt: de afstand – letterlijk en figuurlijk – tot de Haagse politiek speelt een hoofdrol. „Mensen hebben het gevoel dat men ze vanuit het verre Den Haag alles maar door de strot duwt”, zegt wethouder Co Lambert van de Drentse gemeente Aa en Hunze. „Als ze rommel kwijt moeten, zijn wij het wingewest.”

‘We weten alles van u’

Met de nieuwe dreigbrieven heeft de veroordeelde uit Nieuw-Buinen niets te maken, zegt hij. „Wij weten bijna alles van u”, staat er in die brieven. „Of deze informatie bij ons veilig is, hangt volkomen af van uw eigen handelen.” In een tweede variant van de dreigbrief waarschuwen de auteurs dat „wij niet [instaan, red.] voor de veiligheid van uw personeel”.

Behalve Innogy, een van de exploitanten van het Groningse Windpark N33, ontving ook advocatenkantoor Stibbe (dat de windondernemers bijstaat) een dreigbrief, aldus het ministerie. Volgens het ministerie dateren de eerste brieven van december 2017 en stond daarin „dat alle partijen aan de beurt komen”. Het gaat ook om projectontwikkelaars, banken, bouwers en leveranciers, aldus het Dagblad van het Noorden, dat een lijst met ontvangers in handen kreeg.

Aanvankelijk richtte het verzet zich vooral tegen de grondeigenaren. In Drenthe namen boeren rond 2010 zelf het initiatief om een windpark te bouwen. Goed voor de regering, want geschikte locaties voor grote windparken zijn schaars, en goed voor de agrariërs. Ze kunnen goed verdienen aan windmolens: de jaarlijkse vergoeding is 30.000 à 35.000 euro per jaar per turbine. De Drentse boeren zijn bovendien mede-eigenaar. „We hebben gezamenlijk al miljoenen geïnvesteerd”, zegt initiatiefnemer Harbert ten Have, akkerbouwer in Eerste Exloërmond.

Dat werd hun niet in dank afgenomen. In september 2016 stond de schuur van Ten Have in brand, een maand later had een andere boer brandende strobalen. Die winter ontvingen de boeren de kerstkaarten die verwezen naar de branden. En hun privégegevens belandden op straat: onbekenden publiceerden die in brieven die ze in de dorpen verspreidden, zogenaamd uit naam van het ministerie van Economische Zaken.

In akkers doken palen en stalen kettingen op om machines te beschadigen

Dan waren er nog de vele voorwerpen die in 2016 en 2017 in akkers opdoken, bedoeld om machines te beschadigen. Houten palen, zware kettingen, en meer dan honderd grote conservenblikken die waren gevuld met beton en ijzeren staven. Ook nu gingen de daders vrijuit.

De voorbereiding van beide windparken was toen al meer dan vijf jaar onderweg. In Nederland valt de bouw van elf windparken op land onder de ‘rijkscoördinatieregeling’, omdat ze groter zijn dan 100 megawatt. Het Drentse en Groningse park zijn er daar twee van.

In theatervorm

Er werd wel met de provincie en gemeenten overlegd over zaken zoals ligging en aantal molens, maar volgens de lokale overheden was hun invloed beperkt. „Door top down-besluiten van de rijksoverheid werd het draagvlak nul komma nul”, zegt Rein Munniksma, oud-burgemeester van de Groningse gemeente Menterwolde en oud-gedeputeerde in Drenthe.

In 2015 trok een onderzoek in opdracht van ministerie, provincie en initiatiefnemers harde conclusies. Er was onvrede, overheidsinformatie schoot tekort, en als de overheid wel informatie gaf, werd die niet meer geloofd. Mensen wílden niet eens meer met het Rijk in gesprek. „Breng mensen op ludieke wijze bij elkaar, bijvoorbeeld met zang of in theatervorm”, opperden de onderzoekers nog.

Wiebes’ voorganger Henk Kamp (VVD) beloofde tot in de Tweede Kamer beterschap, maar de planning van de parken ging voort. In 2016 en 2017 stonden er handtekeningen onder de belangrijkste vergunningen, en werden de rijkssubsidies toegekend.

Sindsdien zijn vaker ook de lokale politici doelwit van belediging en bedreiging. Dat begon al in 2014, toen actievoerders bij een windparkbijeenkomst in het Groningse dorp Meeden een stinkbom plaatsten in de auto van gedeputeerde William Moorlag (nu Tweede Kamerlid voor de PvdA). Hij moest onder politiebegeleiding vertrekken. „De penetrante mestgeur hing nog wekenlang in mijn auto.”

Oud-gedeputeerde en Tweede Kamerlid William Moorlag staat op een pamflet afgebeeld, met daarbij de tekst ‘De beul van Meeden’. Het is onbekend wie achter de actie zit.

Foto Anjo de Haan / ANP

Afgelopen winter verhardde het verzet tegen de politici. Onbekenden plakten posters waarop Moorlag, Munniksma en de Drentse gedeputeerde Tjisse Stelpstra stonden afgebeeld als ‘beul’, met nazi-petten op en hakenkruizen. De posters hingen in de veenkoloniën en in de woonplaatsen van de bestuurders. Weer werden de daders niet gepakt.

Ambtenaar Ben Schoon van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) noemt de windmolencriminaliteit „bijzonder zorgwekkend”. Wethouder Co Lambert van de gemeente Aa en Hunze is minder verontrust. „Bij verzet hoor je je aan de regels te houden. Maar je moet ook niet overdrijven: er zijn nog geen gewonden gevallen.”

Dat er veel weerstand is tegen de parken, noemde de Raad van State in zijn uitspraak over ‘Drentse Monden’ „niet zonder meer het meest zwaarwegend”. De staat heeft volgens de Raad van State voldoende onderbouwd dat het park er moet komen om het regeringsbeleid uit te voeren: het halen van de Europese doelen voor duurzame energie. In de herfst volgt de zaak rond het Groningse windpark N33. „Het proces is zorgvuldig en correct verlopen”, zegt Ben Schoon, die bij EZK projectleider is van dat park. „Zo werkt het nu eenmaal in Nederland: je krijgt niet alles zoals je het wilt.”

Bloedgeld

Toch zijn de twee windparken in het noorden het ijkpunt geworden voor hoe het mis kan gaan. „Als sector hebben we hiervan geleerd”, zegt directeur windenergie Arthur Vermeulen van energiebedrijf Raedthuys, dat het park in Drenthe mede ontwikkelt. „Een aantal jaar geleden pakten we zo’n project technocratisch aan. Je hebt een plekje nodig, een vergunning, subsidie. De meningen eromheen werden als lastig gezien.”

Protestposters in de veenkoloniën in de aanloop van de provinciale verkiezingen in 2015.

Foto Anjo de Haan / ANP

Om burgers beter te betrekken bij de bouw van wind- en zonneparken sloten bedrijven, overheden en belangengroepen dit voorjaar een akkoord. Ook wordt gesleuteld aan de scheve inkomstenverdeling tussen boeren, burgers en gemeenten. De windsector beloofde eind 2016 om bij elk park omgerekend 3.000 à 5.000 euro per molen per jaar in een ‘gebiedsfonds’ te storten. Voor gemeenten komen die inkomsten bovenop de leges die ze ontvangen voor de vergunningen van de windparken. In Drenthe is het fonds gevuld met 4,8 miljoen euro voor 15 jaar, betaald door de exploitanten en de provincie. Ook kunnen bewoners investeren in een molen. Voor N33 wordt ook zo’n fonds opgericht.

De plannen voor het klimaatakkoord die eerder deze maand werden gepresenteerd, zijn ambitieuzer: de helft van alle toekomstige wind- en zonneparken op land moet in eigendom komen van omwonenden.

Voor de Groningse en Drentse veenkoloniën biedt zoiets geen soelaas meer, zeggen lokale politici. „Bewoners zien een gebiedsfonds al snel als bloedgeld”, zegt oud-burgemeester Rein Munniksma. En voor investeren in een windpark hebben bewoners geen geld, zegt wethouder Co Lambert van Aa en Hunze. „Over het algemeen wonen hier geen mensen met veel geld op de bankrekening.”

De Drentse gemeenten hebben zich ook na de uitspraak van de Raad van State niet neergelegd bij de komst van het windpark. Aa en Hunze en het naburige Borger-Odoorn weigeren uit protest de resterende gemeentelijke vergunningen voor het windpark af te geven: dat moet het Rijk doen. Wethouder Lambert: „De gemeenteraad en het gemeentebestuur hebben unaniem gezegd: als jullie het in Den Haag zo nodig moeten overnemen, doen jullie die vergunningen ook maar. Het is jullie feestje.”

De onenigheid heeft de sfeer in de dorpen verziekt. In het buurtonderzoek uit 2015 vertelde een betrokkene al dat bewoners hun kinderen van school haalden. „De strijd tussen voor- en tegenstanders wordt op het schoolplein uitgespeeld.” De 58-jarige man die dreigende kerstkaarten verstuurde, zegt dat hij niet meer met zijn buren praat. Volgens boer Harbert ten Have, in wiens schuur brand werd gesticht, zijn de windparken nauwelijks nog bespreekbaar. „Ik ken verjaardagen waarop de gasten afspraken maximaal tien minuten over windmolens te praten. Anders werd het ruzie.”

    • Hester van Santen
    • Joris Kooiman