Tsjechie; Tsjech gevuld met aardappelmeel en varkensbraad

PRAAG, 9 APRIL. Sinds 1988 is het cholesterolgehalte in het bloed van de Tsjechen weliswaar gemiddeld vijf procent gedaald, maar uit een rapport dat het Tsjechische ministerie van gezondheid onlangs heeft gepubliceerd, blijkt dat het nog veel te hoog is. Volgens dat rapport is de ongezonde manier van leven van de Tsjechen - vet eten, veel roken, veel drinken, veel stress en weinig lichamelijke ontspanning - oorzaak van zeker zestig procent van de vroegtijdige sterfgevallen.

De overige veertig procent worden gedeeld door de slechte milieu-omstandigheden en het gebrekkige niveau van de medische zorg. Geen wonder dat de levensverwachting van de Tsjechen het laagst is in Europa: mannen worden gemiddeld niet ouder dan 68,5 jaar, Tsjechische vrouwen sterven op een gemiddelde leeftijd van 76,1 jaar (ter vergelijking: in Oostenrijk leven mannen gemiddeld 74 jaar, vrouwen 81).

In het straatbeeld valt de eetlust van de Tsjechen vooral af te meten aan de hoeveelheid stalletjes waar je hamburgers, worsten en hotdogs kunt kopen. Er is bijna geen bus-, metrostation of tramhalte te vinden waar zich naast de krantenkiosk niet ook een etablissementje bevindt waar de inwendige Tsjech voor een habbekrats kan worden versterkt.

Tsjechen eten veel op straat: in de buurt van de stalletjes zijn ook vaak halfhoge tafeltjes geïnstalleerd waaraan je al hangend een halve-worst-plus-snee-brood met mosterd kunt verorberen. Heb je wat meer tijd dan stel je je geduldig op in de rij waar ze plastic bakjes met een warm smikseltje van uien, vlees en vet verkopen.

Het verwondert dan ook niet dat een instelling als McDonald's, die in Praag al over ten minste vier verkooppunten beschikt, zich in een grote populariteit mag verheugen. Daar is sinds kort bovendien nog een stuk nationale trots bijgekomen. Want de Amerikaanse fastfoodproducent heeft aan zijn assortiment een puur Tsjechische uitvinding toegevoegd, de McBucek, een gewaagde variant op de burger, die vergezeld gaat van een plakje kaas en een plakje bacon.

Tsjechen eten niet alleen veel, ze eten ook opmerkelijk snel en letten er daarbij op dat het juist leeggegeten bord ogenblikkelijk wordt afgeruimd, zodat er plaats komt voor een nieuwe gang. Zo herinner ik me een feestelijke zondagmiddagmaaltijd in het weekend-huisje van onze vrienden Josef en Eva, die het volgende karakteristieke verloop had: om een uur of elf werden we verwelkomd met een kop koffie met appelgebak. Nadat om half twaalf, ruwweg twee uur na ons ontbijt dus, de eetlust was gewekt met een paar glaasjes wodka (voor de heren) respectievelijk Becherovka, een Tsjechisch soort Beerenburg, (voor de dames), uiteraard begeleid door een schaal Praagse ham en salami, kwam een rijke runderbouillon op tafel, waaraan Tsjechen nog die speciale kracht weten te geven waarvan alleen onze grootmoeders het geheim kenden.

Ja, een tweede bordje zou nog wel smaken, complimenteerden we Eva met doodsverachting. Dat dat een wat onbekookt besluit was bleek zodra de bodem in zicht kwam: alsof we aan een wedstrijd bezig waren vulde onze gastvrouw snel de borden met de hoofdmaaltijd: een fors stuk varkensgebraad, verschillende soorten gesnipperde rauwe kool en wortel, augurken en natuurlijk een aantal knedlíky, de Tsjechische, van aardappelmeel gemaakte lekkernij die qua vorm nog het meest doet denken aan de schijf die men bij sjoelbakken gebruikt.

Terwijl we ons moeite getroostten de borden zoveel mogelijk een aanzien te geven van geleidelijke leegheid, doodde Josef, die zijn acht schijven al lang achter de kiezen had, de tijd met sterke verhalen: het record dat hij in de familie ooit had gevestigd stond op achttien.

Een steelse blik op mijn horloge maakte me op dat moment duidelijk dat het nog maar twaalf uur was. Voor overschakelen op een rustiger eettempo was echter geen tijd: zodra we te kennen gaven dat we niet meer kónden, nam Eva de borden van tafel en zorgde er in een oogwenk voor dat er nieuwe stonden. Dit keer met grote stukken taart, overvloedig bedekt met slagroom. Met ijzeren doorzettingsvermogen sloegen we ons door deze nieuwe aanval op ons spijsverteringssysteem heen, wat vergemakkelijkt werd door de opvallend slappe koffie die er bij werd geserveerd. Het was tegen half één toen we van tafel opstonden om een wandeling te maken.

Dat leek ons een mooi besluit van een zondag in de Boheemse bossen. Maar we hadden de eetlust van Josef en Eva onderschat. Want zodra we terug waren bij het huisje, het was nu half drie, begon Josef een vuur aan te leggen. Worstjes ging hij roosteren, in alle soorten en maten, worstjes, zorgvuldig ingesneden aan de uiteinden, zodat ze zo kunstig krullen boven de vuurgloed en bijna op kleine diertjes gaan lijken.