Rechter kan Brinkman ter verantwoording roepen

ROTTERDAM, 9 APRIL. Hoewel Elco Brinkman in zijn functie van commissaris van de beheersmaatschappij Arscop bv vooralsnog niet betrokken is in het onderzoek naar strafbare feiten, bestaat de mogelijkheid dat de CDA-fractieleider en -lijsttrekker toch door de rechter ter verantwoording wordt geroepen.

Arscop bv is in opspraak gekomen nadat Justitie en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst gisteren een huiszoeking naar fiscale fraude bij het bedrijf verrichtten. De belastingsfraude waarvan de onderneming wordt verdacht slaat terug op de periode 1985-'90 toen Brinkman nog geen commissaris was.

Wanneer blijkt dat Brinkman zijn taak als commissaris - de toezichthouder op de onderneming - kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, kan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam een onderzoek bij de onderneming eisen.

Als de Ondernemingskamer tot de conclusie zou komen dat Brinkman als commissaris 'zijn taken heeft verwaarloosd', kan de Ondernemingskamer hem uit deze functie ontslaan. In het geval Brinkman aantoonbaar wanbeleid zou hebben gevoerd (wat inhoudt dat hem ernstige verwijten kunnen worden gemaakt omtrent zijn handelen), kan hij hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor elke schade die hierdoor door derden wordt geleden.

“Iedere commissaris moet voordat hij aantreedt de reputatie van het bedrijf controleren”, zei de Rotterdamse hoogleraar ondernemingsrecht prof.mr.drs. H. Ophof gisteravond voor de KRO-televisie. Een politicus die een bijbaantje als commissaris aanneemt, moet daarbij volgens Ophof extra zorgvuldig zijn, omdat hij hier door de kiezer op kan worden aangesproken.

Volgens justitie hebben de strafbare feiten bij Arscop betrekking op de periode tussen 1985 en 1990. Brinkman trad pas in januari 1992 aan als commissaris van Arscop. Hij kan niet aansprakelijk worden gesteld voor strafbare feiten die vóór zijn aantreden zijn begaan. Anders wordt het als justitie kan bewijzen dat Brinkman wist dat er voor 1990 belasting werd ontdoken bij Arscop. Dan is hij wel strafrechtelijk aanspreekbaar. In dat opzicht heeft de zwart-geldaffaire bij de Slavenburg-bank in de jaren tachtig spraakmakende jurisprudentie opgeleverd. Daarbij ging het vooral om de vraag in hoeverre de bestuurlijke top van Slavenburg bank strafrechtelijk aanspreekbaar was voor handelingen van ondergeschikten.

Brinkman raakt ook in moeilijkheden als justitie over aanwijzingen beschikt dat hij op de hoogte was van het wegwerken van sporen in de boekhouding die duiden op de belastingfraude. Misleiding van justitie is ook strafbaar.

Als belanghebbenden zoals banken en aandeelhouders schade lijden door de gang van zaken bij Arscop is er de mogelijkheid van civiele procedures tegen bestuurders en commissarissen. Eerder werden in Nederland bij grotere geruchtmakende faillissementen als die van Ogem, Bredero en de Tilburgsche Hypotheekbank bestuurders en commissarissen hoofdelijk aansprakelijk gesteld. In december werden bestuurders van het failliete HCS-concern, bekend van de deze week afgesloten voorkenniszaak, aansprakelijk gesteld door de curatoren.

Het is in Nederland bij civiele procedures nog nauwelijks tot een veroordeling van aansprakelijke bestuurders of commissarissen gekomen, omdat betrokkenen meestal een veroordeling 'afkopen'. Zo hebben recentelijk twee van de vijf commissarissen van de in 1983 gefailleerde Tilburgsche Hypotheekbank (THB) na jarenlang procederen samen meer dan één miljoen gulden betaald om hun persoonlijke aansprakelijkheid voor het bankroet van de bank af te kopen.