NNT speelt twee eenakters van Djuna Barnes; Knielen voor een gewapende

Voorstelling: De Duif & Bijtende Honden van Djuna Barnes. Vertaling: Karel Muller. Spel: Lieneke Le Roux, Chiara Tissen, Els Lijesen, Paul Hoes. Regie: Josee Hussaarts. Decor/kostuums: Tryntsje Bakkum. Gezien: 2/4 Kruithuis, Groningen. Tournee t/m 1/5. Inl. 050-711612.

De vrouwelijke personages in de teksten van Djuna Barnes (1892-1982) zijn zonder uitzondering mooi, excentriek en raadselachtig. Hun ongrijpbaarheid verleent Barnes' toneelstukken een onderhuidse spanning die niet onderdoet voor de suggestieve kracht in het werk van Harold Pinter. Barnes' figuren leven in een gevaarlijk schemergebied tussen schijn en werkelijkheid en in de enscenering die Josee Hussaarts bij het Noord Nederlands Toneel (NNT) verzorgde, staan ze dan ook niet met beide benen op de grond. De toneelvloer heeft de vorm van een lage, spits toelopende vitrine, als een dunne ijsschots waar je elk moment doorheen kunt zakken.

In die vitrine ligt een indrukwekkende collectie wapens uitgestald. Even puntig als het glazen podium is het zwaard dat de titelheldin uit de eerste eenakter vol toewijding zit te poetsen. De Duif, zoals dit tere schepsel wordt genoemd, is in huis genomen door de gezusters Burgson, die dolgraag pervers willen leven, in de hoop zo enige bevrediging uit hun eentonige bestaan te peuren. Zij knielen voor het gewapende meisje neer als gelovigen die naar verlossing streven. De Duif geniet kortstondig van de macht die zij over de zusters heeft, maar uiteindelijk blijkt ook achter háár theatrale poses een ijzingwekkende machteloosheid schuil te gaan.

Hetzelfde thema vinden we in de tweede eenakter, die in deze regie naadloos aansluit bij het eerste stuk. Lieneke Le Roux, die in De Duif de geëxalteerde Amalia Burgson speelde, is in Bijtende Honden een alleenstaande vrouw over wie vreemde geruchten de ronde doen in het dorp waar zij een landhuis heeft. Ieder voorjaar zou Helena Hucksteppe een nieuwe minnaar met haar rijzweep door de straten drijven. Haar buurman biedt zich als minnaar aan, maar Helena vindt het zelfs verspilde moeite haar honden op hem af te sturen.

In het spel van aantrekken en afstoten lijken de rollen keurig verdeeld. En toch: net als in De Duif keert de macht van de sterkere zich ten slotte tegen iedereen. De gevaarlijkste wapens in De Duif zijn niet de zwaarden en pistolen, maar het isolement en de onverschilligheid van alle betrokkenen. En in Bijtende Honden gaat de grootste agressie niet van de honden uit, maar van hun bazin, die met haar analytische verstand haar aanbidders en daarmee ook haar eigen passie buiten spel zet. Haar afwijzing van alles en iedereen maakt haar beklagenswaardiger dan de afgewezene zelf.

Jammergenoeg zijn de woedeaanvallen van deze Helena Hucksteppe te zwaar aangezet en is haar aanbidder (Paul Hoes) te oud. Ook de Duif (Els Lijesen) is te weinig kind, waardoor een deel van de beoogde dubbelzinnigheid verloren gaat. Alles aan Hussaarts enscenering is te nadrukkelijk. De op zich zo verfijnde kamermuziek klinkt net iets te hard, het decor oogt net iets te symbolisch, de regie te helder. Toch bleek ook uit deze niet helemaal geslaagde vertolking dat het zelden gespeelde toneelwerk van Djuna Barnes een revival verdient.