Neem de immigrant zijn moedertaal niet af

Nederlanders die in de jaren vijftig emigreerden naar Australië of Nieuw-Zeeland, vermeden in hun nieuwe land vaak hun eigen taal. Maar in de laatste levensfase vallen immigranten weer terug op hun moedertaal, soms verdwijnt zelfs het vermogen om de tweede taal te spreken. Hans van Kregten vindt dat de Taalunie moet bijdragen aan de opzet van een studie Nederlands in Nieuw-Zeeland en andere emigratielanden.

“Mama, mama, die mevrouw praat ook Nederlands”, riep het blonde meisje opgewonden in een Nieuw-Zeelands restaurant. Door een toeval bleken aan drie tafels Nederlandssprekenden te zitten. Een ongemakkelijke ervaring wellicht, want normaal gesproken blijft de inhoud van een conversatie in onze moedertaal ook in het openbaar tot de onmiddellijke gesprekspartners beperkt. Soms is het gemakkelijk dat Nederlands geen wereldtaal is.

Onze taal wordt niettemin door meer dan twintig miljoen mensen in alle werelddelen gesproken en is daarmee na het Engels en Duits de derde Germaanse taal. In buitenlandse taalenclaves spreken honderdduizenden Nederlands als eerste of tweede taal. In Duitsland en Frankrijk is men meer dan in Nederland geneigd de nationale belangen van taal- en cultuurexpressie in te zien. Uitgaanspagina's van Australische kranten staan soms vol advertentiekolommen met Duitse en Franstalige voorstellingen. In alle grote steden zijn er vertegenwoordingen van het Goethe Institut en de Alliance française. In het Nederlands is er down under op cultureel gebied echter vrijwel nooit iets te beleven. Cultuuruitingen op niveau zouden voor Nederlandse en Vlaamse emigranten en hun nazaten een stimulans kunnen zijn de taal te onderhouden of te leren.

Australië en Nieuw-Zeeland waren bestemmingslanden van zo'n tweehonderdduizend Nederlandse emigranten in de afgelopen 45 jaar. Het Nederlands speelt daardoor nog steeds een bescheiden rol als levende taal. De wens om snel te integreren en het vermogen van veel emigranten om vlot Engels te leren zorgden echter voor een snelle taalverschuiving van Nederlands naar Engels.

De Nederlanders die in de jaren vijftig emigreerden wilden in hun nieuwe land beslist niet opvallen. Ze spraken het liefst geen Nederlands, omdat de verdraagzaamheid in Australië en Nieuw-Zeeland tegenover immigranten in die tijd minder groot was dan nu. De derde generatie Nederlanders voelt zich op haar gemak als Australiër of Nieuw-Zeelander, maar heeft wel interesse in zijn Nederlandse wortels. Er is een kleine maar zekere Nederlandse renaissance. De grootouders, die op hun oude dag weer nadrukkelijker Nederlands worden, spelen daarin ook een rol. Omdat ze zich uit het werkzame Engelstalige leven hebben teruggetrokken, wordt hun Nederlandse verleden weer belangrijker.

Immigranten die een emigrantenleven lang hebben geprobeerd de rol van Australiër of Nieuw-Zeelander te spelen, wat door hun sterke accenten overigens bijna nooit echt lukte, realiseren zich in hun late levensfase dat ze toch in de eerste plaats Nederlander zijn. De moedertaal komt dan weer prominent in beeld. In extreme gevallen, zoals bij hersenbloedingen of dementie verdwijnt zelfs het vermogen om Engels te spreken. Als de tweede en derde generaties Nederlands kunnen spreken, kan dat het welzijn van hun bejaarde ouders enorm vergroten.

Als gevolg van de wens tot integratie is het behoud van de Nederlandse taalvaardigheden bij immigranten uit Nederland matig vergeleken met andere etnische groepen. Uit de Australische Volkstelling van 1991 blijkt dat de helft van de in Nederland geboren inwoners van Australië thuis niet regelmatig Nederlands spreekt. Bij Grieken en Italianen geldt dat slechts voor een op de tien. Tweederde van in Duitssprekende landen geboren inwoners van Australië, spreekt Duits in huiselijke kring. Ook bij de nazaten van Nederlandse immigranten is het vermogen om Nederlands te spreken veel kleiner. Dat wordt ook veroorzaakt doordat kinderen van Nederlanders vaker partners uit niet-Nederlandse groepen kiezen.

“Voor Grieken en Italianen is de identificatie met hun cultuur door de taal veel belangrijker dan voor Nederlanders”, zegt Anne Pauwels, een taalkundige afkomstig uit België. Voor Grieken en Italianen was het vaak moeilijker Engels te leren dan voor Nederlanders, omdat de verschillen tussen Nederlands en Engels minder groot zijn. Volgens Pauwels kunnen belangrijke Nederlandse cultuureigenschappen, zoals het belang van familiebanden en de gehechtheid aan 'gezelligheid' ook wel in het Engels hun invulling vinden.

Nederlander zijn zonder de taal te spreken is niet altijd gemakkelijk. “Sinterklaas zonder taal is kaal”, stelt de Tilburgse linguïst Jetske Folmer. Ze vindt dat immigrantengezinnen zelf moeten uitmaken of ze de taal voor henzelf en hun kinderen moeten behouden: “Maar om zo'n keuze in volledige vrijheid te maken, moet het gastland steun voor de Nederlandse immigranten en hun kinderen geven om Nederlands te handhaven of te leren.”

In Australië kan dat soms op de middelbare school en binnenkort mogelijk ook weer op universitair niveau. De leerstoel Nederlands op de universiteit van Melbourne werd gesloten, maar er is kans op een nieuwe opleiding. Op een conferentie over de toekomst van de Nederlandse gemeenschap, werden de Australische en Nederlandse-Vlaamse overheden opgeroepen om Nederlandstalige media en onderwijs van Nederlands te steunen.

In Nieuw-Zeeland is geen middelbaar Nederlands onderwijs, maar in Auckland is er sinds 1992 wel een universitaire opleiding. Die opleiding, die wordt gevolgd door studenten met en zonder Nederlandse voorouders, is zo succesvol dat nu een tweede leerkracht nodig is.

De New Zealand Netherlands Foudations zal de aanschaf van leermiddelen subsidiëren, maar hoopt ook op een bijdrage van de Taalunie om de personele uitbreiding mogelijk te maken. “Nederlanders speelden een belangrijke rol in de Nieuw-Zeelandse geschiedenis en Nederlandse emigranten leveren een grote bijdrage aan de Nieuw-Zeelandse samenleving. De contacten met Nederland blijven voor kleinkinderen van emigranten belangrijk. Een goede opleiding Nederlands zal de erkenning van de Nederlandse gemeenschap in Nieuw-Zeeland ten goede komen”, aldus voorzitter Boudewijn Klap.

Zo'n erkenning, die natuurlijk ook voor alle andere emigratielanden geldt, geeft de afstammelingen van de immigranten uit Nederland een besef van hun identiteit. Als de financiële verantwoordelijkheid echter aan de regeringen van de emigratielanden wordt overgelaten, waar het cultureel welzijn van minderheden vaak een sluitpost blijft, wordt er met een dergelijke erkenning geen haast gemaakt. De Nederlandse Taalunie kan daarin een rol spelen door de Duitse en Franse voorbeelden te volgen.

    • Hans van Kregten
    • Is Tevens Medewerker van Nrc Handelsblad