Nederland kent Texaans probleem

Nederland is met zijn aardgaswinning een Texas in het klein en heeft een vergelijkbaar probleem met 102 'marginale' velden, waarvan er 75 onder de Noordzee liggen. Nogepa, de organisatie van oliemaatschappijen die in Nederland actief zijn bij de exploratie en produktie, maakt zich daarover ernstige zorgen.

In oktober vorig jaar heeft Nogepa de overheid al om maatregelen voor verlaging van belastingen en kosten gevraagd, om 25 kleine offshore gasveldjes die nu niet rendabel zijn, alsnog tot produktie te brengen. De oliemaatschappijen hebben in totaal 3 miljard gulden genvesteerd in deze velden, door proefboringen en ander voorbereidend werk te verrichten. Dat geld willen ze graag terugverdienen.

Samen zijn de 102 marginale velden goed voor 165 miljard kubieke meter aardgas. Een fiscale verlichting om de velden weer rendabel te maken zou ook van groot belang zijn voor het behoud van werkgelegenheid in de Nederlandse offshore-aannemerij: de bedrijven die boor- en produktieplatforms bouwen, proefboringen uitvoeren, pijpleidingen leggen en installaties plaatsen. Vorige jaar daalde het aantal banen in die sector al van 35.000 tot 30.000 en verwacht wordt dat er dit jaar nog eens 5.000 mensen hun werk verliezen. Met de ontwikkeling van marginale velden zou Nederland een sterke offshore-sector kunnen behouden, die van belang is om op de wereldmarkt te kunnen overleven.

Maar de oliemaatschappijen vinden dat het ministerie van economische zaken, dat eind vorig jaar met een beslissing over de brug zou komen, veel te lang heeft getalmd. Het kabinet Lubbers is op 3 mei demissionair en dan worden geen ingrijpende initiatieven zoals belastingmaatregelen meer verwacht.