Michelangelo's fresco's in Sixtijnse kapel bijna als nieuw; Laatste Oordeel nu helder blauw

ROME, 9 APRIL. Bijna veertien jaar heeft de restauratie geduurd, net zo lang als Michelangelo nodig had om zijn fresco's te schilderen. Maar sinds gisteren zijn alle steigers weg uit de Sixtijnse kapel. Na het plafond is nu ook het werk aan het Laatste Oordeel voltooid en kunnen de bezoekers van de Vaticaanse musea kennismaken met de 'nieuwe' Michelangelo in al zijn aspecten.

De schok is minder groot dan vier jaar geleden, toen de restauratie van de fresco's over het scheppingsverhaal op het plafond gereed was. Dat Michelangelo zijn figuren volume heeft gegeven met heldere, sprekende kleuren, is inmiddels bekend. De verlichting in de kapel is sterk teruggebracht en gaat alleen aan als het daglicht onvoldoende is. Zo wordt voorkomen dat de fresco's verbleken in de felle lampen.

Maar toch komt het heldere blauw van het Laatste Oordeel, het 160 vierkante meter grote fresco op de achterwand van de kapel, als een verrassing. Het is een kleur die bijna niet te vinden is op het plafond, dat Michelangelo voltooide 24 jaar voordat hij aan het Laatste Oordeel begon. Dat het blauw zo krachtig is, komt omdat Michelangelo hiervoor gebruik maakte van het kostbare lapis lazuli (lazuursteen), wat een diep-blauwe kleur geeft.

Het Laatste Oordeel was er slechter aan toe dan het plafond, omdat er jarenlang vlakbij kaarsen hebben staan walmen en omdat de achterwand in het verleden makkelijker bereikbaar was voor restauraties die nu als een aantasting van het kunstwerk worden beschouwd. Vooral het onderste gedeelte van het fresco ging schuil onder een dikke grauwsluier. Dat deel is nu min of meer herontdekt.

Door het stukje bij beetje wegwrijven van de laag roet en vet van olielampen en kaarsen, verf van eerdere restauraties, lijm om scheuren in de kalklaag tegen te gaan, en kleine zoutkristallen zijn de kleuren te voorschijn gekomen die Michelangelo heeft gebruikt. Maar niet heel het fresco is hersteld in zijn oorspronkelijk staat. De naaktheid van een groot aantal personages was veel prelaten een doorn in het oog, al toen Michelangelo nog bezig was. Legendarisch is het bezoekje dat paus Paulus III met de pauselijke ceremoniemeester Biagio da Cesena, bracht. Biagio had kritiek en Michelangelo deed of hij luisterde, maar toen het hoge gezelschap weg was zette hij Biagio op het fresco met ezelsoren. In de hel natuurlijk.

Later, na zijn dood, nam de curie wraak. In 1564 besloot het Concilie van Trente dat als onderdeel van de Contra-reformatie zedeloze werken in kerken vernietigd moesten worden. De katholieke kerk probeerde zich zo te bevrijden van het imago van zedeloosheid in Rome. Voor het Laatste Oordeel werd een uitzondering gemaakt. Daarvan moest een aantal naakte figuren worden bedekt.

De opdracht ging naar Michelangelo's leerling Daniele da Volterra, die hieraan zijn bijnaam il braghettone (de broekenmaker) te danken heeft. Volterra gaf de heilige Catherina van Alexandrië een kleed aan om haar ontbloot bovenlijf te bedekken. Bij de heilige Blasius achter haar, die geïnteresseerd over haar schouder naar beneden keek, draaide hij het hoofd helemaal de andere kant op.

Sommige pausen ging het nog te ver. In de zeventiende en de achttiende eeuw zijn opnieuw figuren bedekt met een schaamdoek of een kleed. Na 1750 zijn bijvoorbeeld nog eens zeventien naakten bedekt. Mede omdat deze correctie makkelijk te verwijderen was, hebben de restaurateurs deze figuren weer ontkleed. Maar meer dan twintig anderen zijn gebleven zoals ze waren.

Sommige interventies waren niet meer ongedaan te maken, omdat een deel van het oorspronkelijke fresco is weggehakt en een heel stuk opnieuw is geverfd. Weghalen daarvan zou een stuk kale muur opleveren.

Maar op andere plaatsen was dat wel mogelijk geweest. In veel gevallen detoneren de grijzige schaamdoeken bij de kleurenpracht van Michelangelo. Het verweer van de restaurateurs is dat deze bedekkingen een stukje geschiedenis zijn van het fresco.

In zijn preek tijdens de mis waarmee het einde van de restauratie gistermorgen werd gevierd, suggereerde paus Johannes Paulus II dat de restaurateurs roomser zijn geweest dan de paus. Hij zei dat Michelangelo zich heeft laten leiden door het bijbelboek Genesis, waar staat: “De mens en zijn vrouw waren allebei naakt; maar zij schaamden zich niet voor elkander.”

“Men kan zeggen dat de Sixtijnse kapel het heiligdom is van de theologie van het menselijk lichaam,” zei de paus. “Door te getuigen van de schoonheid van de door God geschapen mens, als man en vrouw, geeft de kapel in zekere zin uitdrukking aan de hoop op een getransformeerde wereld.”

De schaamdoeken zijn het meest frequente punt van kritiek, maar ook over de restauratie als geheel bestaat nog geen consensus. Aanvoerder van de critici blijft James Beck, hoogleraar aan de Columbia Universiteit. Hij zegt dat bij de restauratie ook correcties zijn verwijderd die Michelangelo al secco heeft aangebracht, nadat de verse kalklaag waarop hij verfde, helemaal droog was. De schaduwen zijn verdwenen, zegt Beck, de mystiek is weg.

Het lijkt steeds meer een achterhoedegevecht. Onder critici overheerst de mening dat wat wel 'de restauratie van de eeuw' is genoemd, een groot succes is. Het werk aan het Laatste Oordeel heeft opnieuw duidelijk gemaakt dat de schaduwen van Beck vooral vuil waren. Bij de restauratie van het enorme fresco, dat ongeveer vierhonderd figuren telt, is een tiental 'vergeten' personages te voorschijn gekomen onder de laag van roet, vuil, vet en lijm. Beck wordt gezien als een kunstliefhebber die er moeite mee heeft dat Michelangelo een ander soort schilder was dan hij steeds heeft gedacht. En volgens het restauratieteam zitten de correcties van Michelangelo er allemaal nog.

Eregast tijdens de mis van gisteren, net achter de rij met kardinalen, was de delegatie van het Japanse Nippon Television Network. Deze heeft de restauratie gesponsord in ruil voor het copyright op foto- of filmbeelden uit de Sixtijnse kapel tot drie jaar na het einde van iedere fase van de restauratie. De president van Nippon, Yosoji Kobayashi, zei dat zijn bedrijf 11,7 miljoen dollar heeft uitgegeven aan de restauratie, ongeveer twintig miljoen gulden. Een deel van dit geld is overigens besteed om reportages te maken over de restauratie. Het werk aan Michelangelo's fresco's is vastgelegd op 170 kilometer tv-band.

    • Marc Leijendekker