Kleine olieproducenten in VS leggen loodje

ROTTERDAM/HOUSTON, 9 APRIL. Het landschap in de eens zo rijke oliestaat Texas verandert in snel tempo, nog sneller dan de olieproduktie in het land van Bill Clinton terugloopt. Duizenden ja-knikkers op de talloze kleine olieveldenverdwijnen, nu de lage olieprijs een rendabele exploitatie onmogelijk maakt.

Steeds meer van deze 'stripper-wells' worden afgesloten met beton. Dat betekent dat de rol van de Texaanse olie verder afneemt, want heropening gaat niet zo makkelijk als bijvoorbeeld in de Koeweitse woestijn waar de olie bijna vanzelf uit de grond komt. In Texas kost het aanboren van een kleine oliebron nu gemiddeld al meer dan de opbrengst die eruit kan komen.

Onafhankelijke olieproducenten die in de Verenigde Staten hun eigen organisatie, de Independent Petroleum Producers Association, hebben, worden er somber van. Dale W. Steffes, een consultant in Houston: “Wij hebben nog grote oliereserves, maar onder het huidige fiscale klimaat, en de milieulasten die de regering aan de producenten oplegt, zie ik zie het ervan komen dat jullie Europeanen tegen de eeuwwisseling meer olie uit de Noordzee halen dan wij in de hele Verenigde Staten. We worden steeds sterker afhankelijk van olie-import, vooral uit het Midden-Oosten, met alle nadelen van dien.” Steffes zou nog eerder dan in het jaar 2000 gelijk kunnen krijgen, want de Amerikaanse olieproduktie is eind vorig jaar terugevallen naar gemiddeld 6,4 miljoen vaten per dag, het laagste niveau sinds 1958, terwijl de produktie op de Noordzee (voornamelijk Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk) toenam tot bijna 5 miljoen vaten per dag.

President Clinton heeft na lang aandringen van de Amerikaanse olie-industrie en een sterke lobby in het Congres ingestemd met een gesprek over het probleem, direct na de Paasvakantie. Clinton werd herinnerd aan zijn verkiezingsbeloften op het gebied van de energiepolitiek. Van zijn streven naar uitbreiding van de binnenlandse olie- en gasproduktie, en daarmee vermindering van de afhankelijkheid van olie-import is nog niets terechtgekomen. Steeds groter wordt de vloot tankers die zich van de Saoedi-Arabische havens in de Golf en de Rode Zee met goedkope olie richting Noord-Amerika beweegt, en steeds sterker de as Washington-Riad. Het aandeel van de olie-import op het binnenlands verbruik in de VS is gestegen tot bijna 50 procent. Ondanks de lage prijs droeg die import voor bijna 45 miljard dollar bij aan het handelstekort.

Clinton heeft een gedetaillleerd rapport over het olie-probleem gekregen, dat wordt ondersteund door 120 leden van het Huis van Afgevaardigden en het Congres, die afkomstig zijn uit alle 33 olie- en aardgas-producerende staten. Ze bepleiten een forse fiscale verlichting voor de producenten, om snel een einde te maken aan de leegloop in Texas. Ook zouden de milieukosten sterk omlaag moeten. Ook wordt Clinton herinnerd aan het plan voor een importheffing op olie waarover hij tijdens zijn campagne sprak, en dat de binnenlandse aankooprijs voor ruwe olie op een minimum van 20 dollar per vat zou moeten brengen.

Van de 590.000 oliebronnen in de Verenigde Staten (ter vergelijking: Saoedi-Arabië heeft er maar 1.000) zijn er 453.000 'marginaal' ofwel 'stripper-wells'. Dat wil zeggen: ze kunnen bij een lage olieprijs en hoge kosten tijdelijk of permanent worden gesloten. Die 450.000 bronnen zorgen nu nog voor 14 procent van de binnenlandse produktie. Dat aandeel zal volgens de producenten sterk verminderen als er geen maatregelen worden genomen, aldus het rapport van de 120 parlementsleden, want dan zullen zeker 50.000 van de kleinste bronnen die niet meer dan 2 vaten olie per dag produceren, dicht gaan. Ze onderstrepen hun pleidooi bij Clinton met het werkgelegenheidsbelang. Sinds oktober verloren 10.500 Amerikanen hun baan in de 'kleine' olie-industrie en de toeleveringsbedrijven. “We kunnen niet toestaan dat die ontwikkeling doorgaat. Je moet ook bedenken dat als de kleine bronnen worden dichtgemaakt, de olie- en gasreserves voor altijd verloren gaan en dat kan ons land zich gewoon niet veroorloven”, zegt voorzitter George Alcorn van de Associatie van onafhankelijke olieproducenten.

De geoloog Tom Wadwors was tot vier jaar geleden nog een kleine kleine producent, maar hij verkocht zijn 40 veldjes in Oost-Texas “nog net op tijd, toen de markt omlaag ging, en de prijs op 18 dollar per vat kwam”. Wadwors is nu actief als consultant voor de olie-industrie. “Een schande” noemt hij de achteruitgang van de oliewinning, niet alleen in staten als Texas en Californië. “Sinds 1986 is de Amerikaanse produktie met 2,1 miljoen vaten per dag teruggelopen. Vooral door het fiscale klimaat en de hoge milieukosten wordt er veel te weinig naar nieuwe velden geboord. Amerikaanse oliemaatschappijen verleggen hun exploratie-activiteiten steeds meer naar het buitenland, terwijl er hier genoeg reserves zijn.” Vooral de combinatie van de lage opbrengstprijs en de hoge kosten die producenten moeten maken om grote hoeveelheden water die met de olie omhoogkomen te lozen, bedreigen de kleine velden nu, legt Wadwors uit. “Maar bij een verlaging van de kosten zijn nieuwe veldjes nog steeds aantrekkelijk. Niet voor grote maatschappijen, maar wel voor de kleine oliemensen hier in Houston en omgeving.”

    • Theo Westerwoudt