Indonesië

“De jongere generaties [in Indonesië] hebben nauwelijks weet van de soms bloedige en hardvochtige overgangsfase tussen 1945 en 1949”, schreef NRC Handelsblad op 2 april.

Wie als Nederlander wat diepgaander met jonge Indonesiërs spreekt, krijgt vroeg of laat de vraag: Why? Waarom is ons land 350 jaar lang door jullie - de Hollanders - bezet en waarom wilden jullie niet weg nadat wij de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen? In zulke gesprekken merkte ik twee dingen. Enerzijds dat hun beeld van de Nederlandse kolonisatie en dekolonisatie gekleurd is door de overheidspropaganda waarmee het dagelijks leven in Indonesië is doortrokken. Maar anderzijds dat ik geen antwoord had op hun terechte vraag. Ik wist alles over de verschrikkingen van het nazisme, de holocaust en de Vietnam-oorlog, maar niets over de dekolonisatie van 'ons Indië'. Ik moest concluderen dat er twintig jaar geleden amper iets over in de geschiedenisboekjes stond. Een steekproef bij diverse educatieve boekhandels leerde mij dat de 'politionele acties' nog steeds uiterst summier worden behandeld.

Daarmee is de vraag van verzoening en de verwerking van het verleden, een vraag naar de geschiedschrijving geworden. Al zijn de feiten allang bekend, nog steeds zijn velen onwetend van juist dit stukje recente vaderlandse geschiedenis. Wanneer in de media de discussie oplaait, blijkt dit bijvoorbeeld uit het gemak waarmee de (brief)schrijvers de geschiedenis naar hun hand zetten. Tekenend is ook dat premier Lubbers, deze week op bezoek in Indonesië, eind vorig jaar ontkende dat Nederland met een onverwerkt oorlogsverleden zit. Naar mijn idee geeft dit juist weer hoe onverwerkt dat Nederlandse oorlogsverleden nog altijd is. Tegelijk zegt het ook iets over de politiek, die zich in het publieke debat tot nu toe oost-indisch doof houdt.