HET OFFENSIEF VAN DE KAFIRS; Egypte is de moslim-extremisten beu

De toeristen blijven weg uit Egypte, de werkloosheid groeit, de aanslagen nemen toe. Deze maand gaf zich echter een belangrijk leider van een terreurgroep over, ontgoocheld. De regering ademt nu op. Het fundamentalisme lijkt toch niet aan te slaan in het Egypte met zijn trotse, faraonische geschiedenis. De afkeer van het geweld groeit, de extremisten raken geïsoleerd. In de bazaar van Kairo - een aanslag te veel.

Zeventien jaar lang is Adel Abdel Baqi (33) naar de maatstaven van de Egyptische regering een terrorist geweest. Zelf had hij dan wel niet gemoord, maar honderden andere jongeren voorzag hij van wapens en zette hij ertoe aan dood en verderf te zaaien in dienst van islamitische idealen. Valse idealen, zegt hij nu. Want Adel Abdel Baqi, leider van de terreurgroep Al-Shawqioun, heeft zich vorige week ontgoocheld aan de autoriteiten overgegeven, de namen van zijn kameraden bekendgemaakt en urenlang zijn verhaal voor de televisie verteld. Hij moet nu onder zware politiebescherming verder leven, bedreigd door dezelfde moslim-extremisten wier strijd hij eens voerde.

Zijn overgave is een waar Godsgeschenk voor de regering, die de extremisten immers altijd al als on-islamitisch had gebrandmerkt. “Ik heb voor de televisie zitten huilen”, zei de volgende dag een linkse dichter die alles wantrouwt dat van het regime komt. En voor een hoogleraar sociologie die al jarenlang moslim-extremisten in de gevangenis bezoekt, is Adel Abdel Baqi een “goed prototype”.

“Islam is de oplossing”, luidt de leus waarmee Egyptes moslim-fundamentalisten de macht proberen te veroveren, al dan niet met geweld. Egypte heeft zeer veel problemen: de gigantische werkloosheid is voor de bevolking het meest voelbaar. Egyptes financiële positie is redelijk op orde. Tegenwoordig is het drinkwater in Kairo inderdaad te drinken en is het telefoonverkeer aanzienlijk verbeterd. Maar hele jaargangen jongeren, miljoenen in totaal, hebben na de middelbare school of de universiteit geen werk kunnen vinden. Nog steeds kan de werkgelegenheid niet op tegen de ontembare bevolkingsgroei. Vele van die jonge werklozen hebben de wapens opgenomen om de islamitische heilsstaat naderbij te brengen, waar geen andere wet dan de islamitische van kracht is en dús rechtvaardigheid heerst. Meer dan 350 Egyptenaren, moslims zowel als christenen, en enkele buitenlandse toeristen, hebben dat al met de dood moeten bekopen. Maar het uiteindelijk doelwit is president Hosni Mubarak en zijn regering, die het land in de ogen van de islamitische oppositie niet conform de Koran besturen en dus als kafir, ongelovigen, ten val dienen te worden gebracht.

Adel Abdel Baqi kwam in 1977 in een sportzaal bij een moskee in Fayoum in contact met een groep moslim-extremisten die werden geïnspireerd door sjeik Omar Abdel Rahman. Hij was toen 17 jaar oud, een uitblinkende student. Sjeik Omar was de geestelijk leidsman van de Jihad-beweging die in 1981 president Anwar el-Sadat vermoordde. “Een man die wordt gefascineerd door macht en die het leiderschap begeert”, zegt Abdel-Baqi nu. “Hij placht antwoorden te geven in overeenstemming met zijn eigen opinie, zonder godsdienstig bewijs, en met zijn eigen gemoedstoestand op een manier die zijn ambitie diende.”

Sjeik Omars machtsbasis is inmiddels aangetast; hij zou in de jaren tachtig met steun van uitgerekend de Amerikaanse CIA jonge Egyptenaren voor de oorlog tegen het goddeloze Afghaanse bewind hebben geronseld. Hij zit nu in een Amerikaanse gevangenis, onder andere verdacht van betrokkenheid bij aanslagen. Maar indertijd luisterde Abdel Baqi gretig naar sjeik Omar. En hij las de boeken die zijn nieuwe vrienden hem gaven. Van sjeik Madoudy en sjeik Sayed Qotb, die oproepen tot omverwerping van het gezag dat tegen Gods wil ingaat en die de theorie propageren van “wettiging van het onwettige”. Het is een plicht voor vrome moslims om te stelen van ongelovigen die hun bezittingen toch maar tegen God gebruiken. Goede moslims moeten die eigendommen afnemen en geven aan hen die er recht op hebben. “Die boeken veranderden mijn hele wezen!” zei Abdel Baqi op tv.

Hij nam in die tijd afstand van zijn familie, “want die zou me maar hinderen”, en weigerde zelfs zijn moeder te ontvangen. Hij vond het overigens geen probleem 4.000 pond (ruim 2.000 gulden), een groot bedrag voor de arbeidersfamilie waaruit hij afkomstig is, van haar aan te nemen.

Abdel Baqi won in de loop der jaren honderden jonge mensen voor de Islamitische Zaak. Hij overtuigde hen met behulp van de boeken waarvoor hij ook zelf was gevallen. Maar veel jongeren werden ook aangetrokken door de ideeën over huwelijksrecht van de islamitische extremisten. Trouwen is duur in de Egyptische maatschappij. Goud voor de toekomstige echtgenote, een woning en een trouwfeest - voor de rijken in het Nile Hilton komt dat op honderdduizenden guldens, voor de armen veel minder maar toch nog een aanzienlijk bedrag: zoveel dat naarmate Egypte armer wordt de huwelijksleeftijd oploopt. Maar in de Gamaat, de islamitische groepen, trouw je gratis, in het kader van de strijd voor de islam.

Het huwelijk is tegelijk een van de hoofdredenen geworden voor zijn ommezwaai. Want 'de Broeders' stonden toe dat een vrouw al na drie dagen na een echtscheiding aan een andere kameraad werd uitgehuwelijkt, in strijd met de voorschriften van de Koran en de logica. “Dat is prostitutie. Dergelijke mensen hebben niets te maken met de islam”, constateerde Abdel Baqi. “Als dat islam is, ben ik geen moslim!”

Langzaam was bij hem ook het besef gegroeid dat de theorie van het “wettigen van het onwettige” in werkelijkheid ordinaire diefstal was. Maar de dood van het schoolmeisje Shaayma bij een mislukte aanslag op premier Atef Sedki, in december, gaf voor hem de doorslag. “Ik stelde mij mijn kinderen voor in haar plaats en ik moest huilen...”

Activist

“Een prototype”, aldus professor Saad el-din Ibrahim, een gevierde socioloog in Kairo, “een gelovige die ten tweeden male het licht heeft gezien”. In de loop der jaren heeft Ibrahim een nauwkeurig profiel geschetst van 'De Islamitische Activist'. “Hij is niet ouder dan circa 30 jaar, heeft goede prestaties geleverd op de middelbare school of universiteit, is ambitieus en voelt zich wanhopig want hij heeft geen werk. Hij is naar zijn eigen mening vroom, en waardig, en wordt toch gemarginaliseerd door het huidige systeem, dat dan ook de schuld krijgt van zijn gebrek aan succes.”

Doorgaans is 'De Activist' afkomstig uit de lagere middenklasse, die in de socialistische jaren vijftig en zestig onder president Nasser heeft geleerd dat niet afkomst maar onderwijs de sleutel is naar succes. De hele familie zet dan ook alles op alles, soms ook nog met de steun van de buurt, om hem een goede opleiding te geven. “Hij draagt de droom van zijn familie, zijn buurt of zijn dorp met zich mee”.

Meestal is hij van het platteland afkomstig: zijn lotgenoten uit de stad zullen zich lang niet zo snel gefrustreerd voelen. Zij hebben ervaring met teleurstellingen. Hetzelfde geldt voor de gevestigde middenklasse; die heeft haar verwachtingen lang niet zo hoog gespannen. Of de echte armen: die hebben helemaal geen verwachtingen.

Van de 5 tot 6 miljoen schoolverlaters in de leeftijd tot ongeveer 30 jaar voldoet naar schatting 10 procent aan dat profiel. Er zijn dus vijf- tot zeshonderdduizend potentiële activisten op een bevolking van 60 miljoen. Een deel onthoudt zich van geweld: predikers in moskeeën, fundamentalistische politici, artsen, die met opzwepende preken of goedkope medische hulp zielen proberen te winnen voor hun Zaak. Maar de rest hanteert de wapens. De een specifiek tegen de 'ongelovige' autoriteiten, de ander ook tegen het volk in het algemeen als dat zich 'onislamitisch' gedraagt. En iedereen tegen elkaar. Want het feit dat men voor een islamitische staat strijdt, wil nog niet zeggen dat over de methoden en de inrichting van die staat eenstemmigheid heerst.

De extremisten isoleren zich tegelijk ook door gebruik van geweld. Niemand wil wat weten van de dood van onschuldigen: de beelden van het schoolmeisje Shaayma, wier portret dag in dag uit in de staatsmedia is getoond, hebben volgens Ibrahim tallozen van hen vervreemd. De dood van in totaal vier toeristen heeft tegelijk honderdduizenden buitenlanders weggehouden. De vele Egyptenaren die zich op de een of ander manier met toerisme bezighouden wijten dat rechtstreeks aan de extremisten: “Opknopen”, zegt Hassan van het 'geuren-winkeltje' Duizend-en-een-nacht; dat doen de autoriteiten nu ook.

De regering heeft lange tijd de ijveraars voor een islamitische staat van zich af geprobeerd te houden door te wijzen op haar eigen islamitische geloofsbrieven. Is niet de shari'a, de islamitische wet, allang de belangrijkste bron voor de Egyptische wetgeving? “Egypte ìs een islamitische staat”, verzekert de mufti, de hoogste religieuze juridische adviseur van de regering. Extremistische predikers mochten ongehinderd hun fundamentalistische boodschap tegen de staat uitdragen op de staatstelevisie. Maar naar Kopten die het slachtoffer werden van moslim-terreur werd geen hand uitgestoken. Sluipend drong de islamisering door binnen de Egyptische maatschappij.

De omslag kwam bijna twee jaar geleden, toen toeristen het doelwit van de extremisten werden en een belangrijke bron van inkomsten voor de staat werd aangetast. De politie werd ingezet, de strijd aangebonden. De stemming onder intellectuelen wordt nu wat minder somber. Zij wijzen nu weer op het unieke, soepele karakter van het Egyptische volk met zijn trotse, faraonische geschiedenis: een volk dat niet automatisch voor de starre islam van de extremisten zal zwichten.

Het ministerie van binnenlandse zaken in Kairo is een vesting. Ook minister Hassan al-Alfi is al een keer bijna opgeblazen, en niemand neemt meer risico. Als de minister naar huis rijdt wordt het verkeer op zijn route stilgelegd. Rondom het ministerie heerst een parkeerverbod, binnen de stalen hekken staan pantservoertuigen en in de lift gaat een bewaker mee.

Generaal Alfi is een van de weinige ministers die ook bij de oppositie gezag genieten. Hij staat bekend als niet-corrupt - een uitzondering binnen een regering die haar gezag gestaag ondermijnt door corruptie schandalen. Generaal Alfi pakt de zaak hardhandig aan. Talloze extremistenleiders zijn opgepakt, cellen zijn door de veiligheidsdiensten geïnfiltreerd en bij gewapende botsingen schiet de politie nu als eerste. Onder Alfi's bewind sterven niet langer meer politiemannen dan extremisten.

De Egyptische mensenrechtenorganisatie protesteert tegen een shoot-to-kill-beleid, tegen het militair snelrecht en tegen gruwelijke omstandigheden in de gevangenissen, maar Alfi is niet ontevreden. De veiligheidssituatie is al aanzienlijk verbeterd, zegt hij. “Het is een feit dat iedereen in onze straten kan rondlopen: u kunt zelf oordelen.” De minister levert er zelf voor alle zekerheid bewijs bij: het afgelopen jaar zijn in Kairo 124 internationale conferenties gehouden, die zijn bijgewoond door een groot aantal VIP's.

Het overlopen van Abdel Baqi past goed in het nieuwe voorlichtingsbeleid dat hij zojuist heeft aangekondigd. Het is de bedoeling het Egyptische volk ervan te doordringen dat de extremisten zich juist tegen de islam gedragen. Het ministerie krijgt intussen veel telefoontjes binnen van extremisten die de strijd willen opgeven, in ruil waarvoor zij gratie krijgen, of zij nu geweld hebben gebruikt of niet. “Omdat we de toestand volledig onder controle hebben”, aldus Alfi, “ze hebben geen keus”.

En afgezien daarvan waar is er eigenlijk geen terrorisme? Worden er soms op Heathrow geen raketten afgeschoten?

Maar hoe zit het dan in Assiut, waar nog steeds bijna dagelijks slachtoffers vallen en waarheen juist duizenden politiemannen zijn gestuurd in een nieuwe poging het moslim-extremisme uit te roeien. Toeristen worden tegenwoordig omgeleid, bezoekers ontmoedigd. Generaal Alfi vertolkt de gangbare opvatting in Kairo dat de bevolking van het zuidwaarts gelegen Assiut een geval apart is. In Assiut wordt de vendetta gekoesterd. De natuur is er woester, de mensen zijn ruiger en het gebied zit boordevol wapens. Critici van de regering voegen eraan toe dat de politie zich partij heeft gemaakt in de vendetta door keihard op te treden. Het is oog om oog, tand om tand. Als de politie een extremist doodschiet, doden zijn verwanten een politieman, of ze nu een islamitische staat voorstaan of niet.

Stoppelkin

Alfi's tegenpool, Mahmoun al-Hodeiby van de fundamentalistische Moslimbroederschap, zit op de derde verdieping van een 19de-eeuws gebouw achter het niet-zo-grootse Grand Hotel in het centrum van Kairo. De monumentale toegang wordt half versperd door een groentenstalletje en de lift doet het niet. De bewaker wenkt: hoofddoek òp. Hier is God aan de macht.

De Moslimbroederschap (1928), de club van de fundamentalistische gevestigde orde, is niet legaal, maar wordt door de autoriteiten getolereerd. Via een coalitie met de wel erkende Sociale Werkerspartij kan zij ook haar ideeën kwijt: Hodeiby zelf heeft in het parlement gezeten.

Veel Egyptische anti-fundamentalisten verdenken de Moslimbroederschap te willen profiteren van de schade die de extremisten de regering toebrengen. Of zelfs een eigen geheime militaire vleugel te onderhouden, zoals in het verleden het geval is geweest. Onderzocht wordt of een vooraanstaand lid van de Broederschap bij het geweld is betrokken, zo heeft generaal Alfi bevestigd. Hodeiby, die zich van het gezag onderscheidt door zijn grijze galabiya (hemdjurk) en stoppelkin, neemt afstand van alle geweld. In de eerste plaats van dat van de autoriteiten. Maakt hij zich schuldig aan taqeia, wat neerkomt op huichelarij, zoals in de islam is toegestaan?

In Hodeiby's ideale maatschappij wordt niemand ergens toe gedwongen. Ook niet tot het naleven van de islamitische kledingvoorschriften bijvoorbeeld, dat is tegen de islam. Maar het is wel zo, zegt hij, dat in elke democratie, “ook de uwe”, de minderheid, ook al beloopt die 49 procent, moet doen wat de meerderheid bepaalt. Voor Hodeiby betekent dat: islamitisch erfrecht, scheiding van man en vrouw, lijfstraffen en geen rente. Staat het niet zo geschreven in de Koran? “Je kunt niet zeggen: God, u heeft een foutje gemaakt. Het is een kwestie van geloof!”

Als de extremisten inderdaad geïsoleerd zijn, kan de Moslimbroederschap dan misschien de macht overnemen? “Ik hoop op een vreedzame verandering”, zegt Hodeiby vroom.

In het Nile Hilton is het vanavond weer bruiloft. De trap vanuit de glanzende marmeren hal naar de banketzaal is met gele linten en boeketten versierd. Ook de tien bruidsmeisjes zijn in het geel, maar het oorverdovende orkest is net als bij de bruiloft van gisteren en die van eergisteren in het rood gehuld. De stoet wordt aangevoerd door een groep zangeressen in nauwe witte japonnen. Twee buikdanseressen, wier kledij niets te raden laat, gaan dansend het bruidspaar vooruit, veelarmige kandelaars met brandende kaarsen op het hoofd balancerend. De gasten glitteren, de islamitische staat is hier wel heel ver weg. De onopvallende mannen met oortelefoon die af en toe voor zich uit mompelen, worden ervoor betaald dat ook zo te houden.

In de nauwe straatjes achter de Khan el-Khalili, de grote bazaar van Kairo, ligt hier en daar nog steeds het puin van de aardbeving die de Egyptische hoofdstad in 1993 trof. Wat is blijven staan, is afgeleefd. Ezelkarren, door kleine jongetjes gemend, zwenken door de straatjes. Een kudde schapen staat op een pleintje peinzend aan een afgeleefde struik te knagen: Dan roept de muezzin op tot gebed, de één bijna schor in zijn poging de collega van de belendende moskee te overtreffen. Maar de respons is lauw. Dit keer zijn er belangrijker zaken aan de orde. Egypte speelt tegen Nigeria voor de Africa-cup, en overal staat de televisie aan. Als Egypte een kans mist, houden de straatjes de adem in.

Een vrouw loopt een plein over, het hoofd zedig bedekt. Zedig? De hoofdtooi is lila, met gouden lovertjes, de lippen zijn felrood gestift. Schuin over haar borst staat in een uitdagend lettertype MARINA geschreven, eveneens in lila. Ze heeft haar compromis met de islam gesloten; de voorbijgangers bevalt het zo te zien best.

    • Carolien Roelants