Herdenking (4)

Maarten Mourik heeft gelijk voorzover hij beweert dat het jammer is dat door het politieke en economische overwicht van grote landen de culturele identiteit van inwoners van kleinere landen in Euorpa wordt bedreigd.

Maar hij betreedt dun en glad ijs als hij impliceert - zonder het overigens stellig te beweren - dat die bedreiging minder zal zijn, indien nationale herdenkingen van onze bevrijding na 40-45 worden afgeschaft of beperkt. Met nationaal bedoelt hij kennelijk: van overheidswege gesteund. Hij gaat voorbij aan herdenkingen die, zonder inmenging van rijk, provincie of gemeente, worden georganiseerd door getroffenen en hun nabestaanden. Terugblikken op eigen initiatief en op eigen kosten, dan wel gesponsord door zelf-aangetrokken begunstigers, gaat niet langer door dan zolang het bijbehorende gevoel in voldoende mate doorleeft. Deze benadering levert aldus een barometer op van de kracht, of het al dan niet bestaan, van onze ressentimenten betreffende de Tweede Wereldoorlog. Tevens neemt het een element weg van huichelachtigheid in ons overheidsgedrag, dat immers enerzijds economische betrekkingen met voormalig vijanden bevordert en anderzijds (zolang er nationaal wordt herdacht) doorgaat gevoelens te uiten die daarmee niet alleen in strijd zijn, maar die ook strikt genomen privé zijn.

    • Wouter Snethlage