Handel in 'derivaten' maakt financiële markt kwetsbaarder; Centrale bank bezorgd over risico

AMSTERDAM, 9 APRIL. T. de Swaan, directielid van De Nederlandsche Bank en belast met toezicht, liet zich deze week met een understatement voor het eerst in het openbaar uit over de toenemende handel in derivaten - afgeleide financiële produkten als opties, termijncontracten, swaps (ruilcontracten) en alle varianten en tussenvormen. “Hoe men ook over derivaten denkt, feit is dat de ontwikkeling van de derivatenhandel kenmerken vertoont die allerminst reden geven tot zorgeloosheid.”

De handel in deze instrumenten groeide de laatste acht jaar jaarlijks met 40 procent, en volgens alweer sterk verouderde gegevens was eind 1992 voor meer dan 16.000 miljard dollar aan derivatencontracten afgesloten. Het kredietrisico dat dit voor banken met zich meebrengt schatte De Swaan op 2 tot 3 procent van dit bedrag. In de Verenigde Staten, waar banken het meest actief zijn, is het kredietrisico op derivaten berekend op 17 procent van het balanstotaal van de vijftig grootste banken.

De Swaan zei dat de centrale banken zich, door hun “verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van de financiële markten”, een oordeel dienen te vormen over “de mogelijke concequenties van deze ontwikkeling”. Ook de complexiteit van de contracten rechtvaardigt volgens De Swaan “de vraag of de risico's nog voldoende beheersbaar blijven”. Hij zei hoge eisen te zullen stellen aan het eigen risicobeheer dat de banken in dit verband plegen, en pleitte voor meer informatieverschaffing door de marktpartijen, al was het maar om de mythe die op dit moment door gebrek aan informatie rond de derivatenhandel hangt weg te nemen. “Verwacht mag worden dat de rapportage aan de toezichthouder moet worden aangepast.”

De Swaan zei zich af te vragen of “de explosieve groei van de derivatenhandel de labiliteit van de financiële markten heeft vergroot”. Het begrip systeemrisico - de kans dat één verstoring in de markt het totale financiële systeem zelf in gevaar brengt - heeft er volgens hem door derivaten een dimensie bijgekregen. De grotere verwevenheid van de financiële markten, de onderlinge afhankelijkheid van marktpartijen en het risico van illiquiditeit (onverhandelbaarheid) spelen daarbij een rol.

Plaats en tijd van De Swaans uitlatingen hadden overigens nauwelijks beter kunnen worden gekozen. Hij opende de nieuwe dealingroom van ING Bank, waar flink wat plaats en technologie is vrijgemaakt voor de handel in afgeleide financiële produkten, want ook Nederlandse banken maken zich sterk in de nieuwe en veelbelovende derivatenmarkt. Volgens de centrale bankier is de winstgroei die het bankwezen in 1993 heeft gerealiseerd voor een belangrijk deel aan deze activiteiten toe te schrijven. Daardoor is het kredietrisico op derivaten inmiddels opgelopen tot 3 procent van het balanstotaal, waarmee De Swaan impliciet aangaf dat het totale onderliggende bedrag dat in Nederland aan derivatencontracten uitstaat volgens zijn eerdere definitie gelijk moet zijn of hoger dan het balanstotaal van de bancaire sector.

ING-voorzitter A. Jacobs suste de onrust over de risico's die de nieuwe markt met zich meebrengt. Derivaten zijn goedkoper te verhandelen dan de onderliggende aandelen en obligaties, valuta's en grondstoffen waarvan ze zijn afgeleid, ze leggen een minder groot beslag op het kapitaal van de bank en de cliënten kunnen er op maat mee worden bediend. De risico's die de handel in derivaten met zich meebrengt zijn volgens Jacobs in principe niet groter dan de risico's van dubieuze debiteuren en snelle prijsontwikkelingen op de financiële markten die de bank normaal ook loopt.

Jacobs signaleerde wel nieuwe risicofactoren. Banken doen op de financiële markten normaal zaken met bekende tegenpartijen. De winstgevende derivatenhandel trekt echter kleinere spelers die de hoge kosten en investeringen snel terug moeten verdienen en zich daarbij te buiten kunnen gaan aan excessieve risico's. De transparantie van de markt is een tweede bron van zorg. Omdat derivatenposities onzichtbaar zijn voor de buitenwereld, is het moeilijker om cliënten en tegenspelers te beoordelen op hun kredietwaardigheid. Hij wil daarom dat het toeziend oog van de centrale banken verder reikt dan de bancaire sector alleen.

De Swaan benadrukte dat eventuele maatregelen van de kant van de centrale banken erop gericht zullen zijn “de stabiliteit van de financiële markten te bevorderen, zonder dat dit de innovatie frustreert.”