GOLO MANN 1909-1994; Opmerkelijke eenling

WENEN, 9 APRIL. Tien dagen na zijn vijf-en-tachtigste verjaardag is in Leverkusen de meest opmerkelijke Duitse historicus van onze tijd, Golo Mann, gestorven. Hij laat een oeuvre na waarin de hoogtepunten worden gevormd door het werk 'Deutsche Geschichte des 19. und 20. Jahrhunderts' (1958) en een biografie van Wallenstein (1971), maar waartoe ook een aantal hoogst interessante bundels essays, vaak over actuele politieke thema's, het eerste deel van een autobiografie en kleinere boeken behoren, die hem ver buiten de kring der historici bekend maakten.

Angelus Gottfried Mann werd op 27 maart 1909 in München geboren als derde kind en tweede zoon van de schrijver Thomas Mann en diens vrouw Katja Pringsheim. Als kind had hij het moeilijk in het zes kinderen tellende gezin waarin de twee oudsten, Klaus en Erika, domineerden. Een deel van zijn schooltijd bracht hij dan ook door in het beroemde internaat Salem aan het Bodenmeer. Daarna studeerde hij filosofie en geschiedenis o.a. in München, Parijs en Heidelberg, waar hij promoveerde bij Karl Jaspers.

Na Hitlers machtsovername emigreerde hij naar Frankrijk, waar hij doceerde in St. Cloud en Rennes. Later ging hij naar Zwitserland, waar zijn ouders woonden en was hij redacteur van het tijdschrift-in-ballingschap Mass und Wert. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ging hij terug naar Frankrijk om er tegen de nazi's te vechten. Maar hij werd al gauw gearresteerd en na de wapenstilstand tussen Frankrijk en Duitsland dreigde hij aan de Duitsers te worden uitgeleverd. Een avontuurlijke vlucht bracht hem tenslotte in Portugal, van waar hij met het schip Neo Hellas in oktober 1940 naar New York reisde. Op dat schip zaten 1000 vluchtelingen, onder wie Alma Mahler, Franz Werfel, Alfred Polgar en Lion Feuchtwanger.

In 1943 keerde hij in Amerikaans uniform als Intelligence Officer naar Europa terug. Pas in 1946 werd Golo Mann gedemobiliseerd. Van 1947 tot 1958 doceerde hij aan twee Californische Colleges. Daarna, voorgoed weer in Europa, was hij hoogleraar in München en Stuttgart.

Maar al in 1964 had hij genoeg van het doceren en vestigde hij zich in het huis in Kilchberg aan de Zürcher See, waar zijn vader zijn laatste jaren had doorgebracht en waar zijn moeder en zuster Erika ook woonden, om zich helemaal aan het schrijven te wijden. In dit huis, waar het koperen plaatje bij de deur nog Thomas Mann als bewoner vermeldt, kwamen Wallenstein, de memoires en een groot deel van de essays tot stand.

De nooit getrouwde Golo Mann was niet alleen in zijn privé-leven een eenling. Ook als historicus ging hij onverstoorbaar zijn eigen weg en hield hij vast aan de stelling dat het er bij geschiedschrijving om gaat een verhaal te vertellen. Bovendien schrok hij er niet voor terug morele oordelen te vellen over de gedragingen van degenen die de geschiedenis maken. Hij geloofde niet in de onvermijdelijkheid van historische ontwikkelingen. In zijn memoires citeert hij dan ook met bewondering een passage uit het hoofdwerk van zijn leermeester Karl Jaspers, Philosophie, waarin het Kwade als 'Wille zum Nichts' wordt beschreven.

De nazi's, Hitler voorop, zag Golo Mann als belichaming van dit boosaardige nihilisme. In dit opzicht was hij naar eigen zeggen beïnvloed door Hermann Rauschning, die in 1938 de nazi-beweging al beschreef als een nihilistische revolutie. Aan de Historikerstreit die in de tachtiger jaren in Duitsland woedde, nam hij geen deel. Een discussie over de vraag of Hitler zijn misdaden had begaan, geïnspireerd door, in reactie op of uit angst voor het stalinisme, vond hij stuitend en onzinnig. Van de Duitse historicus Ernst Nolte, die deze discussie had ontketend, zei hij eens dat deze ondanks “een eerste goed boek eigenlijk geen niveau” had.

Golo Mann had een volstrekt onafhankelijke geest, maar hij was geen rebel. In zijn herinneringen schrijft hij altijd veel sympathie voor autoriteiten te hebben gehad en van orde en gezag te hebben gehouden. Adenauer bewonderde hij, al had hij kritiek op diens volgens Mann onwaarachtige stelling, dat Westduitse aansluiting bij de EG de kortste weg naar de Duitse hereniging zou zijn. Hij had ook meer waardering voor de eruditie en de talenten van de Beier Franz Josef Strauss dan de meeste intellectuelen in de Bondsrepubliek.

Aan de andere kant steunde Golo Mann Willy Brandts Ostpolitik en was hij niet blij met een herenigd Duitsland waarvan Berlijn weer de hoofdstad zou zijn en dat met trots de herinnering koesterde aan Pruisische glorie. Zo had hij steeds lastige, ongemakkelijke commentaren op de Duitse politieke ontwikkeling. Met het overlijden van Golo Mann is dan ook een stem in Duitsland stilgevallen die maar node gemist kan worden.

    • André Spoor