Gelezen

De duim van de panda, Stephen Jay Gould: Dinosaurussen hadden geen kleine hersenen; zij hadden hersenen van precies de juiste grootte voor reptielen van hun afmetingen.

Wenken voor de wildernis, Margaret Atwood: ...toen hij zich over haar had gebogen en haar had gekust, en zij daar had gestaan als een hert in het felle licht van koplampen, verlamd, terwijl iets enorms en onafwendbaars op haar afkwam, wachtend op het piepen van remmen, de klap van de botsing.

Mensen van klein vermogen, A.Th. van Deursen: Wie een ander verwondt wordt met een mes door de hand aan de mast gezet, tot hij zich losrukt. Wie een ander doodslaat wordt aan het lijk gebonden en in zee geworpen.

De verdediging, Vladimir Nabokov: Bij de vestiaire was het een gedrang van jewelste, en het personeel nam de jassen aan en droeg ze weg alsof het slapende kinderen waren.

Strijklicht, Judith Herzberg: Ach ja, ik had een beer/een beer had mij, en voor het eerst/deed iemand in mijn huis/gewoon zijn zin.

Al die mooie paarden, Cormac McCarthy: En wat het leven niet geneest, geneest de dood.

Mondriaan aan de Amstel (bij de tentoonstelling): Hij was 's avonds op de weekdagen veel alleen met Beppie (zijn herdershond), en peinsde dan over cirkels in verband met driehoeken en vierkanten.