Gegoochel met competitievormen leidt bij veel sporten tot ingewikkelde opzet

ROTTERDAM, 9 APRIL. Bij de meeste sportbonden buigen knappe koppen zich jaarlijks over de competitievorm. Ze zijn op zoek naar het betere systeem dat én de beoefenaars voldoende speeltijd moet bieden én voor meer aandacht van toeschouwers en televisie moet zorgen.

Soms komen ze tot originele ideeën. Of daarmee ook de beoogde doelen worden bereikt is echter steeds weer twijfelachtig. Niemand heeft blijkbaar al het Ei van Columbus gevonden. Bij twaalf van de twintig hier genoemde takken van sport heeft de competitie-opzet op het hoogste niveau dit seizoen een verandering ondergaan in vergelijking met de voorgaande editie, of zal dat volgend seizoen gebeuren. “We zijn allemaal zoekende in de woestijn”, zegt competitieleider André Prins van de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond (KNBSB).

Door het eindeloze gegoochel komt er hier en daar weleens een vorm uit de hoge hoed die zeer moeilijk te begrijpen valt en daardoor absoluut ongeschikt is. Soms gaat het ook allemaal te snel voor de meeste betrokkenen. Zo is in het basketbal met ingang van dit seizoen een nieuwe bekercompetitie in het leven geroepen voor de topteams. Aan het oude cuptoernooi mogen alleen nog clubs uit de lagere divisies meedoen. Dat laatste had nog niet iedereen begrepen, want één vereniging uit de eredivisie meldde zich aan en op het bondsbureau van de Nederlandse Basketball Bond werd die inschrijving ook nog keurig geaccepteerd. Te laat werd de fout ontdekt zodat de betreffende club, Red Giants, nu aan het toernooi heeft meegedaan en het ook won, maar wel plechtig heeft moeten beloven niet gebruik te maken van haar recht om in te schrijven voor het Europa-Cuptoernooi voor bekerwinnaars.

Mag de ijverige ontwerpers het creëren van gedrochten worden verweten? Niet echt, want zelfs het populairste sportevenement ter wereld, het WK voetbal, kampt met een kromme opzet. Dat het in de eerste ronde liefst veertien dagen duurt om slechts acht van 24 deelnemende landen te laten afvallen heeft commerciële redenen. De vraag is echter hoe de heren van de FIFA er in hun volle verstand toe zijn gekomen om teams met elkaar te laten wedijveren terwijl ze elkaar niet eens rechtstreeks ontmoeten. Dat is het geval met de zes nummers drie uit de groepen waarvan vier zich voor de tweede ronde plaatsen.

Het voetbal geeft derhalve niet het goede voorbeeld voor de andere sporten. Ook de Champions League wordt inmiddels van alle kanten bekritiseerd. Het systeem met poules blijkt te statisch. Bij een bekertoernooi hoort het knock-outsysteem. Winnaars bekeren verder, verliezers vallen af. Simpeler kan het niet. Dan is de kans op verrassingen ook het grootste. De zwak geachte ploeg die op die ene bijzondere dag de favoriet uitschakelt. Bij de gratie van dergelijke sensaties leeft de sport.

De volleyballers in Nederland hebben voor komend seizoen een opzet bedacht waarbij in wezen zelfs niet meer dan vier clubs om de beker strijden. De drie periodekampioenen plus de nummer één van de eindstand van de competitie spelen aan het einde van het seizoen om de cup. “We willen zo veel mogelijk spanningsvelden creëren”, verklaart Frans Derks, voorzitter van de VTV (Vereniging Top Volleybal), het plan. Hij is als voormalige scheidsrechter uit het voetbal opgegroeid met een simpel afvalsysteem voor het bekertoernooi. Volgens Derks is dat in het volleybal echter moeilijk te verwezenlijken, omdat uitgeschakelde ploegen dan soms weken werkeloos moeten toekijken en dat is zonde van de beperkte tijd die er kan worden gespeeld.

Een probleem voor de ontwerpers van de competitievormen is dat er altijd rekening moet worden gehouden met de activiteiten van de nationale teams. In de meeste sporten nemen die steeds meer tijd in beslag. Dat zorgt voortdurend voor botsingen tussen belangen van clubs en bondscoaches. Aan de ene kant is er het besef dat er ruimte moet worden geboden aan de nationale ploegen omdat internationale prestaties voor uitstraling zorgen, aan de andere kant willen de clubs zelf niet in de verdrukking raken.

Het volleybal is met de invoering van het nieuwe plan voor het komend seizoen aan zijn vierde competitievorm in zes jaar tijd toe. Derks vindt dat geen probleem. “Wij zijn tenminste creatief. Je moet ook niet schromen om steeds te veranderen. Zo blijven we in beweging.” Derks en zijn bestuur bogen zich onlangs over acht door de clubs ingestuurde modellen. De nu gekozen vorm - anderhalve competitie en een vierkamp om de beker - is een combinatie van twee plannen. “Het is niet de ideale opzet, maar we hebben niet meer speeltijd tot onze beschikking. Onder de huidige omstandigheden is dit de beste keuze.”

Ondanks de nadrukkelijke wens van mannenbondscoach Joop Alberda zullen de volleyballers de play-offs, de nacompetitie, niet herinvoeren. Play-offs, een uit de Verenigde Staten overgewaaid idee, zijn populair in Nederland. Slechts vijf van de hier genoemde takken van sport maken er op het hoogste niveau geen gebruik van. Play-offs zijn er in verscheidene vormen, met vier, zes of acht teams, met of zonder behoud van punten. “Je moet het niet te ingewikkeld maken”, zegt Peter van den Boom, bestuurslid van de Topsportliga van de Nederlandse Basketball Bond (NBB). “Het is funest als de mensen het niet meer begrijpen. Je moet ze niet met een puzzel opzadelen.”

Hij spreekt uit ervaring. De basketballers besloten ooit play-offs met acht in plaats van vier teams te gaan spelen. Daarvoor was een ingewikkeld systeem ontworpen waarbij ploegen soms een ronde mochten overslaan. Bijna niemand bleek het te begrijpen.

De basketballers, de eersten in Nederland met play-offs, zijn inmiddels allang weer teruggekeerd naar de vertrouwde vorm met vier teams. De nummers één en vier en twee en drie uit de eindstand na een hele competitie ontmoeten elkaar in de halve finale. De winnaars spelen om de titel. Het is de meest gangbare vorm van play-offs. Onder andere ook de ijshockeyers en honkballers zweren er al jaren bij.

Met play-offs is men in ieder geval verzekerd van een spannende ontknoping. Een nadeel is dat een team dat oppermachtig was in de reguliere competitie nóg een keer zijn kracht moet tonen in de nacompetitie. Dat is eigenlijk heel oneerlijk. Zo werd de basketbalploeg van Den Helder, dat de competitie met overmacht won, woensdagavond in de halve finale van de play-offs uitgeschakeld voor de landstitel door het op de vierde plaats geëindigde Weert. Ook is er het bezwaar dat bijna alle aandacht van toeschouwers en met name media zich op de play-offs richt en dat de competitie daarmee in de verdrukking komt. De meeste bonden nemen de nadelen echter op de koop toe.

In het voetbal, de grootste sport van Nederland, wordt de landskampioen nog steeds bepaald op de 'ouderwetse' manier. De nummer één na een hele competitie wint de titel. Het invoeren van play-offs is bij KNVB ook geen onderwerp van gesprek. Hoewel met de huidige overmacht van Ajax een nacompetitie een uitkomst had kunnen zijn. Wel werd er in de eredivisie twee seizoenen (1986-'88) een nacompetitie gespeeld met als inzet een plaats in het UEFA-Cuptoernooi. Dat bleek een succesvolle gebeurtenis, maar de Europese voetbalbond wenste niet tot erkenning over te gaan.

De eer van de meest gevarieerde competitievorm in Nederland gaat naar de softbalsters. Die spelen aanstaande seizoen een competitie in vier delen. Eerst wordt er door de acht clubs een hele competitie gespeeld in een periode met één wedstrijd per speeldag. Deel twee bestaat uit een halve competitie die in één week tijd wordt afgewerkt, mid-season evenement, genaamd. Op de zaterdag en zondag komen alle ploegen dan bij elkaar op één complex. Het derde gedeelte is een hele competitie waarbij er twee wedstrijden op een speeldag worden gespeeld. Tenslotte zijn er de play-offs met de bovenste vier teams uit de eindstand. Aan het einde van het seizoen heeft de kampioen dan minimaal 40 en maximaal 43 wedstrijden gespeeld. Alleen in het honkbal zijn dat er meer, maximaal 53. Bij het ijshockey was het aantal dit seizoen 42.

Honk- en softbal-competitieleider André Prins noemt zichzelf gekscherend “een verwoed puzzelaar”. “Maar deze vorm van de softbalcompetitie is nog wel te begrijpen. Dat is weleens anders geweest. We hebben zelfs een opzet gehad waarin het mogelijk was dat de kampioen tegelijkertijd ook kon degraderen.” Prins zegt overal aan te willen meewerken “als het maar meer beoefenaars en meer toeschouwers oplevert. Want daar gaat het allemaal om”.

    • Hans Klippus