Exploderende spuitbussen geven anderhalf uur geknal

ZAANSTAD, 9 APRIL. Een dikke, donkergrijze rookpluim was al vanuit Amsterdam te zien. De rook ontstond binnen enkele minuten na de explosie bij het Zaanse bedrijf Eurofill die rond 13.15 uur plaatsvond. Volgens werknemers van Eurofill was een grote ketel met vloeistof omgevallen. Door vonken die waarschijnlijk afkomstig waren van een vorkheftruck, zou vervolgens de zware ontploffing hebben plaatsgevonden. Vanuit de produktiehal verspreidde het vuur zich door de rest van het gebouw. Exploderende spuitbussen zorgden ruim anderhalf uur voor aanhoudend geknal.

De brandweer, die met veertien bluswagens uitrukte, constateerde al snel dat het pand als verloren moest worden beschouwd, aldus commandant R. Rasch. Het nat en koel houden van enkele opslagtanks kreeg vervolgens voorrang boven verdere bluswerkzaamheden. Buiten, vlakbij het brandende pand, stonden namelijk onder meer vier vaten met elk 18.000 liter zeer brandbaar propaan. Ook was er bij het pand sprake van opslag van vaten met niet nader aangeduide giftige stoffen. Het belendende pand, waarin een boekbinderij was gevestigd, ging eveneens in vlammen op.

De meeste werknemers slaagden er snel in het gebouw te verlaten. Een van hen vond direct de dood, zeven anderen werden gewond afgevoerd naar het Brandwondencentrum in Beverwijk, het VU-Ziekenhuis in Amsterdam en ziekenhuis De Heel in Zaanstad. Volgens een mededeling van de plaatselijke GGD zou een van de in het brandwondencentrum opgenomen slachtoffers 's middag aan de verwondingen zijn bezweken. De politie trok deze mededeling later op de avond in. De niet gewonde werknemers werden opgevangen in het nabij gelegen gebouw van Ahold.

Werknemers van omliggende bedrijven op het industrieterrein werden snel geëvacueerd, in verband met gevaar voor verdere explosies en ontsnappende gifwolken. De directe omgeving ondervond weinig hinder van de rook, door de grote hitte steeg de rookpluim namelijk ver op. Later op de middag, toen de brand bijna was geblust, kwam de rookpluim lager te hangen en verspreidde zich dichter over de grond. Door de lagere temperatuur kwamen andere stoffen vrij en begon het ook te stinken. Volgens het hoofd van de milieudienst in Zaanstad F. Helder kon de laaghangende rookpluim geen kwaad.

Een groep ME'ers die toevallig in de buurt aan het oefenen was, meldde zich bij de plaatselijke politie en werd ingezet om het publiek op grote afstand te houden. Enige honderden mensen, sommigen gewapend met videocamera, keken toe vanaf een dijkje.

Tegen vieren was de brand onder controle. Het nablussen vergde nog enige omzichtigheid in verband met aanwezige chemicaliën. Het bluswater werd zo snel mogelijk weggepompt om te voorkomen dat daarin opgeloste chemicaliën in het grondwater terecht zouden komen.