Een kaartje voor de verzorgingsstaat

Wat is de beste manier om het illegalenvraagstuk in Nederland op te lossen? De politici die nu de laatste ronde voor de verkiezingen ingaan zie je hun tong inslikken als een argeloze reporter hun deze vraag stelt.

Ondanks het feit dat ze in de veilige beslotenheid van het partijbureau urenlang geoefend hebben op de meest correcte formulering komt er meestal niet meer uit dan wat gestotter en een vage verwijzing naar het oprukkende racisme, waaruit we dan maar moeten opmaken dat de materie te gevoelig ligt om door een politicus onder woorden te worden gebracht. De vragende journalist krijgt vervolgens zo'n ethische blik van verstandhouding toegeworpen dat hij er maar verder het zwijgen toe doet. Hij vertrouwt erop dat de beschaafde politieke partijen met elkaar een gentlemen's agreement hebben bereikt waarin voor de meest humane oplossing is gekozen.

Toch zou je als kiezer wel eens precies willen weten wat de heren met elkaar hebben afgesproken. Wat gaan ze na de kabinetsformatie in concreto doen met die rijen werkloze wereldburgers die zich voor de plaatselijke politiebureaus blijven opstellen met een briefje van duizend in de hand? Hetzelfde als nu: een agent te paard, opgetrommeld uit het politiemuseum, met in zijn spoor een bezwete voorlichtster die met een megafoon de rij wachtenden toeroept, “Go home, please go home!”? Wordt dit na verloop van tijd een vertrouwd straatbeeld, een grootstedelijk ritueel waarvan de zin en betekenis iedereen, ook de direct betrokkenen, ontgaat? Het zou een optie kunnen zijn waarvoor de politiek gekozen heeft. Tenslotte zijn er in het verleden wel meer maatschappelijke tegenstellingen onschadelijk gemaakt door er een passend ritueel voor te verzinnen. De parlementaire democratie zelf is daar een mooi voorbeeld van.

Maar erg waarschijnlijk is zo'n strategie van afwachten niet. De verantwoordelijke bewindslieden op het ministerie van Bevolkingsvraagstukken & Immigratie zijn de laatste tijd zo energiek in de weer met een aanslepen van drijvende gevangenissen en het vorderen van slaapruimte bij particulieren dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat er inderdaad een masterplan klaar ligt.

Het wachten is op het eerste grote lek voordat we dit plan op zijn humane merites kunnen beoordelen. Tot zolang verkeren we ook in onzekerheid of de geavanceerde opsporings- en uitzettingstechnieken, die ongetwijfeld worden voorgesteld, juridisch door de beugel kunnen. Wat dit laatste betreft: het is logisch dat de immigratiepolitie, die door alle publieke belangstelling zo in aanzien is gestegen bij de collega's op andere afdelingen, zich in recherchetechniek zal willen meten met de beste drugteams van Nederland. Dat daarbij ook met infiltratie en uitlokking geëxperimenteerd zal worden is zo klaar als een klontje. Ook na het IRT-debat, hoe dreigend de toon ook was, behoeft men zich daar geen illusies over te maken. In de post-moderne politieorganisatie worden agenten in hun functioneringsgesprek afgerekend op hun prestaties, niet op hun methodes. Zo'n bevorderingssysteem kan hele nare gevolgen hebben voor de rechtsgang in een democratische samenleving.

Als de grote groep Pakistanen die deze week met de hardnekkigheid van een spreeuwenzwerm bleef neerstrijken in de binnenstad van Rotterdam na de zomer terugkeert, gelokt ditmaal door met opzet verkeerd vertaalde overheidsinformatie, zou het weleens kunnen zijn dat zij linea recta worden afgemarcheerd naar de haven, van waaruit zij met gevangenis en al de wereldzee worden opgestuurd.

Laten we hopen dat de commissie-Wierenga ook in de volgende kabinetsperiode beschikbaar blijft om dergelijke praktijken aan de kaak te stellen. Want als straks ook de vreemdelingendienst haar geheel van God en parlement losgezongen eigen weg gaat, kunnen we de boel beter sluiten.

Maar zolang de politici voor de camera zwijgen, blijft het natuurlijk ook mogelijk dat de politici ondanks de dadendrang van Kosto en de zijnen stiekem gekozen hebben voor de eerste optie en met hun armen over elkaar blijven afwachten. Net zolang totdat de rijen wachtenden zo vanzelfsprekend zijn geworden dat men ertoe kan overgaan ze voor die duizend gulden toch maar een kaartje voor de verzorgingsstaat uit te reiken. De burgers zijn dan zo aan hun stille aanwezigheid gewend dat ze er geen bezwaar meer tegen maken.

    • Jaap Boerdam