Dollar

In zijn artikel 'Dalende dollar zet beleggers op het verkeerde been' (NRC Handelsblad, 26 maart) slaakt redacteur Maarten Schinkel de verzuchting 'Is er wereldwijd iemand te vinden die eind vorig jaar voorzag dat de Amerikaanse dollar het eerste kwartaal van 1994 zou eindigen op de magere koers van omgerekend ruim 1,87 gulden?'.

Welnu, zo'n man is er wel degelijk. Zijn naam is Joh. Ph. Freiherr von Bethmann, ex-private bankier te Frankfurt. Hij schreef het boek Van inflatie naar deflatie, waarin hij zijn zeer eigenzinnige monetaire theorieën ontvouwt. Al beschouwt hij zichzelf als monetarist, hij moet van de orthodoxe opvattingen van monetaristen als Friedman niets hebben. Hij gaat uit van een afwijkend geldbegrip (geld is schuld, vraag schept geld in plaats van geld schept vraag), en een afwijkend geldhoeveelheidsbegrip (namelijk het totaal aan openstaande vorderingen). Ookberedeneert hij waarom bij een stijgende rente een dalende valutakoers hoort en vice versa. Hij komt tot de conclusie dat het gelijktijdig veranderen van de rente en de wisselkoersen uitsluitend kan optreden indien twee totaal verschillende transacties - enerzijds kapitaalverplaatsingen en anderzijds valutaruilingen - tegelijkertijd plaatsvinden. Indien dit het geval is heeft dat tegengestelde effecten op de beide prijzen (de rente en de wisselkoersen). Bij een stijgende rente behoort - en dat is onvermijdelijk - een dalende trend in de wisselkoersen. De dollarkoers heeft zich de laatste tijd in de door hem voorspelde richting bewogen.