Amerikaanse jeugd in actie tegen 'overdadige' pensioenen

WASHINGTON, 9 APRIL. Jongerenorganisaties hebben zelden gepleit voor het aanhalen van de broekriem maar in Washington is er een jeugdprotestbeweging opgestaan die het Amerikaanse overheidstekort wil elimineren. Het liefst nog in het jaar 2000. De organisatie Lead or Leave heeft inmiddels 900.000 leden over het hele land. Popgroepen zongen vorig jaar bij een Rock the Deficit evenement.

Op het eerste gezicht lijkt het overheidstekort een tamme kwestie voor de nieuwe “verloren generatie” van twintigers. Maar voor Lead or Leave staat de overheidsschuld voor de groeiende economische kloof tussen jong en oud in Amerika. Het overheidskrediet wordt nauwelijks gespendeerd aan investeringen in de toekomst of naar jongeren maar naar ouderen, met name welgestelde gepensioneerden, die het niet nodig hebben. “Jaarlijks gaat 75 miljard dollar aan uitkeringen en voorzieningen naar gepensioneerden, die meer dan 50.000 dollar per jaar verdienen”, zegt Nick Nyhan, een staflid van Lead or Leave. “Wij worden later met de rekening opgezadeld.”

Terwijl de inkomens van gepensioneerden van 1980 tot 1990 met 21 procent stegen, daalden de inkomens van degenen onder 25 jaar met 11 procent. De afgelopen 20 jaar is de koopkracht van het minimumloon met 21 procent gezakt. Toch zullen deze jongeren de hoogste AOW-premies betalen en er na hun 65ste het minste van terug zien.

Een Washingtons hoofdkantoor vol zoemende Apple Computers met lijsten van leden en bedrijfssponsors en prominente Republikeinen en Democraten in het comité van aanbeveling is toch wat anders dan het handgemeen met de politie van Abby Hoffman of de Chicago Seven uit de jaren zestig, waar veel twintigers met afgunst naar terugkijken. De twee oprichters van Lead or Leave, Jon Cowan en Rob Nelson, hebben niet het charisma en het allure van de leiders van de anti-Vietnamprotesten van vroeger. Toch is het laten registreren van jongere kiezers nuttig werk. Nu hoeven politici weinig met jongeren rekening te houden omdat die niet vaak stemmen. En wie niet kiest, krijgt niets. Dat vertaalt zich ook in het verschil in welstand tussen jong en oud. Ongeveer 15 procent van de kinderen groeit in armoede op. Van de Amerikaanse gepensioneerden leeft zes procent beneden de armoedegrens, het laagste percentage van alle leeftijdsgroepen. De meeste gepensioneerden hebben het heel ruim en er zijn weinig politici die hen iets durven te ontnemen, want ouderen stémmen.

De leiders van de pressiegroep American Association of Retired Persons (AARP) slaan groot alarm, zodra de overheid ook maar een klein beetje aan de AOW of de daarbij behorende ziektekostenverzekering komt. President Clinton kwam bijna in moeilijkheden toen hij vorig jaar 85 procent van de AOW-inkomens voor degenen die meer dan 32.000 dollar per jaar verdienen onder de inkomstenbelasting liet vallen. Uiteindelijk moest hij de belastingdrempels verhogen tot 34.000 dollar voor alleenstaanden en 42.000 dollar voor echtparen. Het verschil in belastingniveau tussen een gezin met twee kinderen en een gepensioneerd echtpaar is navenant. Een gepensioneerd echtpaar dat 30.000 dollar per jaar krijgt, betaalt 2,9 procent belasting, terwijl twee werkende ouders met kinderen 22 procent van die 30.000 dollar aan de fiscus moeten afdragen.

De pensioenjaren heten in Amerika niet voor niets “The Golden Years”. Over de I-95, de autobaan van Florida naar New England, rijden grijze hoofden in kolossale kampeervrachtwagens, waar hun eigen nieuwe auto achter is gespannen. Casinohotels in Nevada of Atlantic City zijn gevuld met ouderen, evenals cruise-schepen en bezienswaardige steden zoals Savannah of Charleston. En dan geeft het lidmaatschap van de American Association of Retired People recht op forse kortingen in motels en bij reisbureaus.

Door haar uitgebreide faciliteitenpakket heeft de AARP met 33 miljoen leden een politieke macht die te vergelijken is met die van de ANWB in Nederland. De jongerenorganisatie Lead or Leave kan die macht nooit evenaren, laat staan zoveel jonge kiezers laten registreren om de massale opkomst van de 65-plussers te compenseren. Alleen de langzame ondermijning van het AOW-omslagstelsel, in Amerika social security geheten, en de vermoeidheid van de premiebetaler zal op een gegeven moment verandering brengen. Omdat er nieuwe groepen premiebetalers zijn ingebracht, heeft de social security een tijdelijk overschot, waar de algemene begroting uit put. Maar als die nieuwe groepen zelf met pensioen gaan, blijft er weinig voor hen over. Omdat de Amerikaanse social security net zoals de Nederlandse AOW regressief is, zullen de lagere inkomens relatief het meeste moeten bijdragen.

De voormalige Amerikaanse minister van handel, Peter Peterson, propageert al jaren hervorming van het pensioenstelsel. Nu hij zelf AOW ontvangt, terwijl hij nog werkt als investeringsbankier, legt hij groepen van onwillige leeftijdgenoten in zaaltjes uit dat het zo niet langer kan. Peterson richt zijn pijlen niet alleen op de AOW en de gesubsidieerde medische verzekering voor welgestelde bejaarden maar ook op andere voorzieningen voor de middenklasse.

Omdat bijna alle uitkeringen zijn geïndexeerd, heeft het Amerikaanse Congres weinig begrotingsvrijheid. Meer dan de helft van de Amerikaanse begroting, inclusief de AOW, wordt in beslag genomen door geïndexeerde uitkeringen en subsidies, die elk jaar vastliggen. Het is een bekende Westerse ziekte. Verder komt 19 procent voor rekening van defensie en 20 procent gaat naar rente aan de staatsschuld. De defensie-uitgaven dalen en verlagen daarmee tijdelijk het jaarlijkse begrotingstekort. Congresleden kunnen dus met slechts 11 procent van de begroting “leuke dingen doen”, zoals ambtenarensalarissen betalen, onderwijs of infrastructuur. Over die 11 procent wordt het hardst gevochten, want veel Amerikanen hebben de illusie dat het probleem niet ligt in de uitkeringen aan de middenklasse maar in verspilling door de overheid, waste, fraud and abuse.

Voor Nick Nyhan van Lead or Leave is het probleem duidelijk. Hij en zijn generatie hebben weinig perspectieven, vindt hij. “We verliezen onze fabrieken. Uitzendbureau Manpower is nu de grootste werkgever in het land. Het is groter dan General Motors. Anders dan in Nederland hebben Amerikaanse werkgevers geen speciale voorkeur voor mensen onder de 40 of de 35. Jongeren krijgen geen medische verzekering meer bij hun baan”, zegt hij. “Clinton heeft nu een wet aangenomen om 100.000 man nieuwe politie aan te nemen. Dat geld zou beter zijn besteed aan preventie.”

Hij stelt voor om de AOW-uitkering inkomensafhankelijk te maken, de pensioengerechtigde leeftijd te verhogen en om de inkomensgrens voor AOW-heffingen te verhogen. Als de welgestelde AOW-ers gewoon zouden krijgen wat ze aan premie hebben betaald, met rente, zou de begrotingssituatie er al een stuk beter voor staan. Op uitkeringen en leningen voor studiebeurzen moet volgens Nyhan niet worden bezuinigd. Dat is geen traditionele pressiegroepseis. Een studielening is een betere investering dan een gewone uitkering. Het universitaire onderwijs is al duur genoeg.

    • Maarten Huygen