'Als het deze maand niet regent, dan gaan we sterven'

RESIM (NOORD-KENIA), 9 APRIL. April is de maand van de grote regens in Kenia. Overal wordt over het weer gepraat. Blijven de regens uit, zoals vorig jaar gebeurde, dan dreigt grote rampspoed en ontsnapt geen Keniaan aan de gevolgen van de grillige Afrikaanse weersomstandigheden. Tot nu toe blijken de regens deze maand onvoldoende, in het oostelijke deel van het Samburu-district in Noord-Kenia heeft het zelfs nog helemaal niet geregend. “We zijn klaar om te sterven als het deze maand niet regent”, vertelt de oude Samburu-heer Ol Piyon. De bezoekers in zijn hut van koeievlaaien glimlachen plichtmatig.

Na een jaar van extreme droogte heeft de situatie in Noord-Kenia alarmerende vormen aangenomen. Naar schatting 300.000 veehouders hebben voedselhulp nodig. In het zanderige en onderontwikkelde gebied is geen groen meer te bekennen, een bruine sluier ligt over het land. Mens en vee hebben al hun vet verbrand. De jongeren van de semi-nomadische volkeren de Turkana, Samburu, Borana en Rendille zijn met hun overgebleven geiten en koeien in de bergen op zoek naar de laatste sprietjes gras.

Mondjesmaat en onregelmatig delen de autoriteiten voedselhulp uit. Ol Piyan zegt vijf kilo maïs per maand te ontvangen. “Natuurlijk is dat niet genoeg, dat begrijp je zelf toch ook wel”, zegt hij. “Bovendien, iedere dag een hap maïs, maandenlang en zonder bakvet en melk, is niet echt wat je noemt een feestmaal. Ja, we verkopen zo nu en dan een geit of een schaap om van de opbrengst wat voedsel te kopen. Maar als straks onze geiten op zijn, nou, dan hebben we echt niets meer. Het moet deze maand regenen!”

Om te helpen, ben ik met mijn Landrover volgepropt met voedingsmiddelen naar de boma (kraal) van Ol Piyan gereden, vanuit de hoofdstad Nairobi een tocht van een dag over onverharde wegen, waar het hobbelen is als op een wasbord. Van de ongeveer dertig bewoners van de boma blijkt vrijwel iedereen ziek te zijn, de verzwakte lichamen hebben geen weerstand meer. De morans, de jonge krijgers van de Samburu, trokken al maanden geleden weg met vrijwel al het vee. De achtergebleven ouderen missen hun gezang en hebben een gebrek aan melk.

Met het uitpakken van de spullen wachten we tot de duisternis is gevallen. Dan kunnen we het voedsel verdelen onder degenen die het 't hardst nodig hebben, redeneren we. Maar bij de Samburu, die als in een commune leven, valt geen onderscheid te maken. In dit landschap waar nooit een mechanisch geluid klinkt, heeft het gebrom van de Landrover vele hongerigen in de wijde omgeving bereikt. De volgende dag stroomt de boma van Ol Piyan vol. Ieder krijgt een handjevol suiker, tabak of theebladeren. Sommigen besluiten nog een nachtje te blijven en stellen voor een van de laatste geiten van Ol Piyan te slachten, die daarin automatisch toestemt. “Wat kan ik doen?”, zegt hij. “Gastvrijheid is vanzelfsprekend. Wij Samburu's moeten geven, anders zullen we niet ontvangen.”

In het overgrote deel van Afrika horen droogten bij het leven. In een cyclus van acht tot tien jaar blijven de regens één seizoen uit of zijn onvoldoende. In het onvruchtbare Noord-Kenia keren droogten regelmatig terug. “Droogten zijn er geweest zolang er een geschiedenis bestaat”, vertelt de oude vrouw Nanguo. “Vroeger dronken we in magere tijden het bloed van onze koeien. Als er niet meer genoeg voedsel was, dan gingen de mensen dood. We verkochten toen niet zoals nu enkele van onze koeien of geiten. Waarom zouden we dat doen, want we aten geen maïsmeel, dus er viel toch niets te kopen.”

In het ruwe gebied bestaat een rudimentaire infrastructuur die door de kerk en de staat is opgezet. De meeste bewoners zijn bereikbaar voor hulp. “De droogten vallen minder zwaar dan toen ik nog een meisje was”, zegt de ongeveer 70-jarige Nanguo. “Er bestaat tegenwoordig een regering en in een paar winkeltjes kunnen we voedsel kopen, als we geld bezitten.”

Het valt op hoe gelaten de Samburu hun lot accepteren. Zijn ze dan niet bang? “Droogten, daar moet je niet bang voor zijn”, zegt Nanguo, “ze horen bij het leven zoals sterven bij het leven hoort.” Mijn ongelovige blik doet Ol Piyan besluiten deze opmerking te nuanceren. “Ja, ik ben bang om te sterven, maar we kunnen nergens naar toe vluchten, de droogte is overal, daarom verzet ik me niet. Ik bid God om regen deze maand, meer kan ik niet doen.”

Niet alleen het noorden van Kenia kampt met de grote droogte. In de vruchtbare gebieden in de centrale en westelijke gedeelten liepen de oogstopbrengsten dramatisch terug. In sommige wildparken liggen nijlpaarden te verpieteren in de modderpoelen die overbleven van rivieren en meren. Het grote meer bij Nakuru blijkt voor negentiende verdwenen, de hordes flamingo's zijn weggevlogen. Sinds 1984, het jaar van de grootste droogte van deze eeuw, is de droogte niet meer zo hardnekkig geweest.

Kenia moet dit jaar éénderde van zijn jaarlijkse behoefte aan het basisvoedsel maïs importeren, tweederde van zijn behoefte aan suiker en de helft van zijn behoefte aan rijst en granen. Behalve de droogte heeft de economische en financiële crisis een negatief effect op de agrarische produktie. Kenia was tot vier jaar geleden goeddeels zelfvoorzienend in voedsel. Ten gevolge van een door rivaliserende politici aangewakkerde stammenstrijd in de vruchtbare gebieden van Molo, Londiani, Burned Forest en Mount Elgon daalde de oogstopbrengst verder met naar schatting tien procent. Onderbroken door tussenpozen van kalmte duren de ongeregeldheden al drie jaar. Deze week braken er opnieuw gewapende conflicten uit in Burned Forest, waarbij achttien mensen het leven verloren.

In Oost-frika lijden behalve Kenia ook Ethiopië, Eritrea, Soedan en het noorden van Tanzania onder droogte en voedseltekorten. In Ethiopië hebben 2,6 miljoen mensen voedselhulp nodig, in Eritrea tweederde van de 2,3 miljoen inwoners. Voor hen allen is de maand april van cruciaal belang.

    • Koert Lindijer