Achter de noodzaak schuilt een vertederende passie

HUISSEN, 9 APRIL. In een bouwvallige pingpongzaal staat een kleine, bleke verteller. Hij toont de plaatselijke damliefhebbers welke varianten mogelijk zijn om de partij een andere wending te geven. De korte monoloog verandert al snel in een gezellig geroezemoes. Op een tafeltje naast het demonstratiebord blijft een flesje alcoholvrij bier urenlang onaangeroerd. Nog altijd bezeten. Het Nederlands kampioenschap in het Gelderse stadje Huissen heeft gedurende vijf wedstrijddagen een speciale attractie.

Jannes van der Wal (37) is nauwelijks veranderd sinds hij ruim tien jaar geleden een landelijke bekendheid werd. Dezelfde sandalen worden gevuld door dezelfde geitenharen sokken. De slobbertrui valt soepel over de ribfluwelen broek. Het haar is vlassig en achterover gekamd in de vorm van zijn oorschelp. Hij lijkt ontspannen, aan het eind van de middag. “Wie weet wordt er nog wat geknoeid, maar het blijft remise”, luidt de conclusie over de partij tussen Jansen en Hoopman. Zijn stokpaardje krijgt een steun in de rug. De saaiste schaakpartij is nog boeiender dan de boeiendste dampartij, heeft Van der Wal zich niet zo lang geleden laten ontvallen. En: dammen is pijn, schaken is een spel.

Sinds een paar jaar is hij een fervent schaak- en bridgeliefhebber. Bij het bridgen is Van der Wal afhankelijk van een partner, wat niet altijd meevalt. Regelmatig moet een falende teamgenoot het ontgelden. Zelf betitelt hij het bridgen als een “gezelligheidsspel”. Schaken is voor Van der Wal volgens zijn Groningse clubgenoot Erik Hoeksema “een totale verslaving”. Jannes zelf is pessimistisch over zijn schaaktoekomst. “Ik ben nu veel ouder en de kans dat ik een ziekte krijg is groter. Dus de kans dat ik kampioen word, is tamelijk klein.”

Logica à la Van der Wal. Op een duistere woensdagmiddag schijnt hij zich onlangs vertwijfeld te hebben afgevraagd. 1. Waarom heb ik geen schaaktalent? 2. Waarom ga ik altijd door m'n vlag? 3. Waarom zal ik nooit een goede schaker kunnen worden? Zijn nieuwste hobbies zijn surrogaat voor het grote damtalent van weleer. Hij heeft de wedstrijdsport in 1992 definitief afgezworen. “Met dammen ben je teveel afhankelijk van de zwakte van de tegenstander. Hoe vaak was ik niet niet veel sterker, maar werd het toch remise?”

Moet je de winnaar drie in plaats van twee punten geven, om de vele remises uit te bannen? Hij geeft geen antwoord. Kijkt de vragensteller bijna verbijsterd in de ogen. Na enig stilzwijgen en enkele verwijtende opmerkingen, komen de oplossingen. “Als iemand een dam haalt zou hij nog een keer aan zet moeten zijn. Of een stuk van de tegenstander van het bord mogen halen.” Zolang de regels niet gewijzigd worden, keert hij niet terug als wedstrijddammer. “Als ik een perfecte partij speel vind ik dat ik moet winnen.”

De rare snuiter die in 1982 wereldkampioen werd in Sao Paulo Wie herinnert zich niet het vraaggesprek met Mies Bouwman, die steeds wanhopiger werd naarmate Jannes langer zijn mond hield? Het verhaal van de verwarde titelhouder die in de trein in slaap viel en te laat kwam voor een belangrijke partij. De geruchten van drank en vrouwen die roddelend Nederland gulzig inhaleerde. Tien jaar later speelt Van der Wal alleen nog demonstratie- en simultaanpartijen. “Voor mijn levensonderhoud.”

De laatste partij is nog aan de gang, maar de spreker heeft het al lang gezien. “Ik ben van mening dat ik ben uitgesproken.” Het publiek bedankt Van der Wal met een welgemeend applaus. Volgens J. Bouwmeister, voorzitter van het organisatiecomité in Huissen, is iedereen laaiend enthousiast. Hij bevestigt dat de Nederlandse dambond aanvankelijk niet gelukkig was met de komst van Van der Wal. “Maar de sponsor zag in hem een landelijke bekendheid. Onlangs is hij nog bij Koos Postema geweest.”

Over zijn faam wil Jannes van der Wal nog wel iets kwijt. “Ik word nog regelmatig gebeld. Ik ben populair, in welke zin dan ook.” Hij schatert het uit. Veert plotseling op en zit een paar tellen later geconcentreerd achter de speeltafel. Schuift als een razende de stenen van het ene naar het andere vak. Als voorproefje op de simultaanpartijen tegen enkele plaatselijke notabelen, later op de avond. Dammen is zijn brood, verklaart hij bij herhaling. Maar achter de noodzakelijkheid gaat nog altijd een vertederende passie schuil.

    • Jaap Bloembergen