Wethouders in Brunssum treden terug

BRUNSSUM, 8 APRIL. De vier wethouders en de gemeentesecretaris van Brunssum, die collegebesluiten hebben ge-antedateerd om burgemeester Riem te beschermen, moeten terechtstaan op beschuldiging van valsheid in geschrifte.

Daartoe heeft het openbaar ministerie in Maastricht gisteren besloten, amper een week nadat de vijf bestuurders samen met burgemeester H.W. Riem enkele dagen voor verhoor zijn vastgehouden.

Twee van de wethouders hebben inmiddels bekendgemaakt dat ze zich tijdelijk terugtrekken als kandidaat voor het nieuwe college van B en W. Het zijn twee leden van de plaatselijke partij Lijst Borger. De twee willen hun functie alsnog aanvaarden als zij worden vrijgesproken. De andere twee wethouders zouden niet in het nieuwe college terugkeren. Alle vier blijven wel in functie tot het einde van hun termijn, aanstaande dinsdag.

Burgemeester Riem zal zich voor dezelfde feiten op een later tijdstip moeten verantwoorden, omdat het onderzoek naar de corruptie waarvan hij bovendien wordt verdacht, meer tijd in beslag neemt.

Volgens persofficier mr. J. Nabben wil justitie met deze snelle beslissing over de vervolging van de ambtenaren tegenwicht bieden tegen de manier waarop diverse betrokkenen proberen de zaak te bagatelliseren. De wethouders en de waarnemend burgemeester, mr. J. Matti, hebben de afgelopen dagen herhaaldelijk te kennen gegeven dat in hun ogen het optreden van justitie in geen enkele verhouding staat tot de ernst van de feiten. Matti heeft de wijziging van collegebesluiten aangemerkt als verfijningen, terwijl de wethouders hebben benadrukt dat zij volledig te goeder trouw hebben gehandeld.

Het openbaar ministerie heeft bevestigd dat de wethouders samen met burgemeester Riem en gemeentesecretaris J. Cuijpers drie collegebesluiten hebben vervalst in mei vorig jaar, toen Riem zijn functie tijdelijk had neergelegd omdat er een strafrechtelijk onderzoek wegens corruptie tegen hem was ingesteld. De nieuwe besluiten kregen dezelfde datum als de oorspronkelijke. In het ene geval werd de toestemming voor een reis naar Israel achteraf alsnog voorzien van een toezegging dat de kosten grotendeels door de gemeente werden gedragen. In de twee andere gevallen werden de data veranderd waarop Riem volgens zijn zeggen commissaris van een baggerbedrijf en voorzitter van de overkoepelende organisatie van baggeraars zou zijn geworden. De 52-jarige Riem, die van 1984 tot 1991 lid was van Gedeputeerde Staten van Limburg, wordt ervan verdacht die functies in de baggerwereld te hebben aanvaard als dekmantel voor steekpenningen, die hij van grindbaggerbedrijven zou hebben ontvangen.