Tori Amos kreunt, zingt en schreeuwt in solo-optreden; Openhartig, extreem en intens

Concert: Tori Amos. Gehoord: 7/4 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 7/5 MECC, Maastricht; 8/5 Vereeniging, Nijmegen; 9/5 Circustheater, Scheveningen.

De Amerikaanse zangeres Tori Amos maakt haar cd's met medewerking van een band, maar doet optredens het liefst solo. Dat geeft haar de mogelijkheid af te wijken van het geplande en te improviseren op haar instrument. De nu uitsluitend door piano aangeklede nummers verdragen deze aanpak moeiteloos, bleek gisteravond in Paradiso.

Amos creëert met haar spel zo'n intensiteit dat het publiek in de uitverkochte zaal zich nauwelijks meer durft te veroeren. Doodstil zat men op de stoeltjes en pas als Amos zelf de spanning doorbrak met een anekdote, ontstond er rumoer. Deze verluchtende verhaaltjes gaan onveranderlijk over seks en de miscommunicatie tussen mannen en vrouwen. Tori Amos begrijpt wel dat mannen het niet makkelijk hebben vandaag de dag, want 'we're taking over!'.

Op de voorkant van het Engelse tijdschrift Q staat Tori Amos deze maand naast Polly Harvey en de IJslandse zangeres Björk. Het verband tussen deze drie is de openhartigheid over seksualiteit in hun teksten, en een voorkeur voor een kwetsbare presentatie aan het publiek. Geen van driëen schrikt ervoor terug om de songs terug te brengen tot de kern en solo op te treden.

De vleugel is, vergeleken met de gitaar, een weerbarstig instrument. Hij beweegt niet mee. Maar daar laat Tori Amos zich niet door beperken. Onder haar vingers verandert de loodzware kolos in een meegaande partner. Amos drapeert zich over het klavier, leunt haar hoofd tegen de zwarte kast en zit in de meest onmogelijke houdingen op haar pianokruk. Alsof ze verwacht dat ze toch wel op tijd zal worden vastgegrepen en niet valt.

Amos' composities hebben een organische structuur. Niet het stramien van refrein en couplet lijken de overgangen te bepalen, maar haar eigen emoties. In contrast met deze ongedwongenheid heeft Amos in haar manier van zingen de neiging tot overacteren. Ze kreunt, twijfelt, heeft een brok in haar keel en schreeuwt het plotseling uit. De overgang van deze diep ingeleefde voordracht naar de opgeruimde entertainster die ze tussen de nummers was, heeft een enigszins ontnuchterend effect.

Tori Amos houdt van extremen. Ze is weerloos bij Me and the Gun, een a capella verslag van een verkrachting, kinderlijk tijdens het huppelige Happy Phantom en eigenwijs in God, als ze retorisch de vraag stelt: “God, do you need a woman to look after you?”. De overgave waarmee Amos zich inleeft in haar verschillende identiteiten kan irriteren. Maar ook ontroeren en bijna te pijnlijk zijn om naar te kijken.

    • Hester Carvalho