'Tegen een moeder zei ik: drink als ze naar bed zijn'; Opvoedkundige leert ouders liefde geven en grenzen stellen

Kinderen uit probleemgezinnen hoeven vaak niet uit-huis te worden geplaatst als hun ouders verplicht begeleid worden door 'opvoedingskundigen', zo blijkt uit een experiment van de Rijksuniversiteit Groningen. Orthopdagoge Erna Vlieg was een van de 'opvoedingskundigen' die 34 gezinnen begeleidden.

GRONINGEN, 8 APRIL. “Ik kwam bij een vader die de hele dag met de gordijnen dicht als een zombie voor de televisie zat”, vertelt orthopedagoge Vlieg. “Voor zijn zevenjarig zoontje had hij geen enkele aandacht. Zo nu en dan gromde hij er eens tegen, als tegen een hond.” Ze gaf de man tips: op vaste tijdstippen aan tafel eten, de televisie niet de hele dag aan, met zijn zoontje praten als hij uit school komt. De vriendin van de vader had er oog voor, en nam de adviezen over.

Opvoeden is liefde geven, verzorgen, structuur bieden en grenzen stellen, zegt Vlieg. Bij de twaalf Oostgroningse probleemgezinnen die zij begeleidde, waren de ouders niet in staat deze elementaire behoeftes van hun kinderen te vervullen. Bij de meeste gezinnen was Vlieg zeven tot acht maanden zo'n twee à drie keer in de week acht uur per dag thuis. In het begin werd ze argwanend bekeken. “Ze beschouwden mij als een pottekijker die door justitie was gestuurd.” Maar dat wist ze snel te doorbreken. “De meeste ouders wilden dolgraag dat hun kinderen thuis bleven. Ik zei dat ik er was om er voor te zorgen dat dat zou gebeuren. De meesten gingen dan wel overstag”, aldus Vlieg.

Ze begon vaak met het bijwonen van een maaltijd, omdat dan snel duidelijk wordt hoe ouders met hun kroost omgaan. “De meesten zaten met een bord op schoot voor de televisie te eten. Ik benadrukte meteen het belang van samen aan tafel eten, met de tv uit. Zo kun je met elkaar praten en naar elkaar luisteren. De kinderen vonden dat meteen al een stuk gezelliger.” Andere tips die ze gezinnen - op één na alleenstaande moeders met kinderen - gaf: doe de kinderen elke dag onder de douche, doe ze regelmatig schone kleren aan. Zorg dat het huis schoon is. Ruim de hondendrollen op.

Behalve deze uiterlijkheden, wees ze de ouder ook op het belang van het tonen van affectie voor hun kinderen. Als voorbeeld noemt ze een moeder met drie kinderen die er pico bello uitzagen. “Een uitstekende huisvrouw. Maar ze had haar twee oudste kinderen van vier en vijf mishandeld en was daarna niet in staat ze liefde te geven. Ze werden afgesnauwd en nooit aangeraakt.”

Volgens Vlieg moet het positieve in de opvoeding eerst worden geprezen, voordat het negatieve gecorrigeerd kan worden. Veel ouders van wie de kinderen onder toezichtstelling zijn geplaatst, gaan gebukt onder schuldgevoelens. “Ik vertelde de moeder dan ook dat ze het hartstikke goed deed, maar dat ze haar kinderen wel meer liefde moest geven.” Ze deed haar voor hoe ze dat kon doen. “Ik nam een kind op schoot, las het voor, bond zijn veters vast. Het kostte haar moeite om het over te nemen, maar geleidelijk was ze in staat haar kinderen een knuffel te geven. De veranderingen waren opzienbarend. De kinderen waren op de kleuterschool veel rustiger en de moeder begon lol te krijgen in de opvoeding. Ook de taalontwikkeling van de kinderen werd beter.”

De kracht van de aanpak is het praktisch voordoen, stelt Vlieg. “Je neemt deel aan het gezin. Je bent mede-opvoedster. Ik probeerde als deskundige niet boven, maar naast de mensen te gaan staan.” Ze ging daarin soms ver, vertelt ze. “Toen de wasmachine in een gezin eens stuk was, nam ik de was mee naar huis. Ze merkten toen dat ik echt iets voor ze over had.”

In contracten, die werden ondertekend door de ouder en de kinderrechter, werd vastgelegd aan welke dag- en weekindeling de ouders zich moesten houden. “Heel gedetailleerd zette ik er soms in dat ze hun kind vaker een zoen moesten geven, ze het zelf naar bed moesten brengen, dat de televisie niet de hele dag aan moest staan, maar dat kinderen alleen mochten kijken naar kinderprogramma's als Sesamstraat of Telekids.”

De problemen van de ouders- drank- en relatieproblemen, huisvesting, werkloosheid, financiële problemen- werden wel aan de kaak gesteld, maar alleen in relatie tot de opvoeding. Vlieg: “Tegen een moeder die veel dronk zei ik bijvoorbeeld: probeer niet voor vijf uur te drinken als de kinderen uit school komen, maar doe het 's avonds als ze op bed liggen.”

Niet in alle gezinnen sloeg de hulp aan. In één geval had een moeder met zes kinderen maling aan de orthopedagogische adviezen. Ze deed er niets mee. Vlieg: “Ik vergeleek het met Goede Tijden Slechte Tijden. Het leek of de moeder niet zonder problemen kon leven.” Maar in 70 procent van de gevallen is de opvoedkundige ondersteuning effectief en kan uit-huisplaatsing van kinderen worden voorkomen. Heel belangrijk, vindt Vlieg, “want internaten beschouw ik toch als een noodzakelijk kwaad. Er wordt in feite een vorm van betaalde liefde gegeven.” Ze betreurt het dan ook dat er geen geld is voor een vervolgexperiment. “Als je nagaat dat een kind in de overigens propvolle internaten 40.000 gulden per jaar kost, dan is deze aanpak enorm kostenbesparend. Bij alle dreigende uit-huisplaatsingen zouden orthopedagogen moeten worden ingeschakeld.”

    • Karin de Mik